nieuws

Faugeres sieraad voor Franse Zuidoosten Bijenkorf weer terug als trendsetter voor smaken

bouwbreed

Het Franse Zuidoosten (trefwoorden Languedoc, Roussillon, Minervois, Corbieres) heeft een veelbewogen wijngeschiedenis. Wijnbouw kwam er al in Romeinse tijden voor, niet in het minst omdat de grond zich voor weinig anders leende. Voorzover de overlevering strekt werden over die wijnen weinig klachten vernomen, uiteraard beoordeeld volgens de normen van die dagen.

Maar in die gelukzalige situatie kwam verandering toen omstreeks de eeuwwisseling de phylloxera, de druifluis, Bacchus’ akkers ook hier ruineerde. De tijd daarna is in drieen te delen: de eerste periode, de overgang van woest en vrijwel ledig naar beperkte opbrengst van derderangs wijnen voor plaatselijk gebruik, de grootschalige aanpak na de komst van de oud-kolonialen uit Noord-Afrika en, na het ontdekken van de eigen identiteit, de kwaliteitsverbetering sedertdien.

Alweer enkele decennia behoeft Corbieres of Languedoc geen synoniem meer te zijn voor alcoholrijke en op zijn best betrouwbare massawijn, maar vallen er in toenemende mate namen te signaleren, die garant staan voor kwaliteitsassociaties. De nieuwe appellations die sedertdien zijn geregistreerd – onder andere Faugeres, St. Chinian, Fitou – vormen op zich al een symptoom van kwaliteitsverbetering; wie weet wat voor moeite het kost voor zo’n erkenning door het strenge I.N.A.O. (Institut National des Appellations d’Origine), zal dat beamen.

In Faugeres bijvoorbeeld, een zeven gemeenten omvattend district zo’n twintig kilometer ten Noorden van Beziers, is er hard aan gewerkt. Nadat men in 1948 de helaas nu vrijwel in onbruik geraakte VDQS (vins delimites de qualite superieure) status had verkregen, moest het nog tot 1982 duren voordat men promoveerde naar de AC (appellation controlee) klasse. Noblesse oblige; het hogere peil bracht ook een niet geringe toeneming van voorschriften met zich mee. De opbrengst per hectare, wettelijk beperkt tot vijftig hectoliter, was voor niemand een knellend keurslijf, omdat de ervaring leerde dat de producenten uit eigen vrije wil al nauwelijks boven de veertig uitkwamen. De druivenkeuze tikte wat meer aan. Klassieke soorten in het Zuidoosten zijn de Mourvedre, Cinsault, Grenache, Carignan. Wettelijke maatregelen bevorderen etappegewijs de aanplant van de eerste drie en dringen de als minderwaardige alcoholproducent beschouwde Carignan terug.

Zo gebeurt het dan ook, maar hier en daar worden morrende stemmen vernomen, die deze regelgeving als onzorgvuldig en te centralistisch (‘van Parijs uit’) beoordelen. En ik heb ooit van een kleine wijnboer in Corbieres een prachtige van 100 procent Carignan gemaakte wijn gedronken – van oude stokken, commercieel oninteressant. Het kan dus wel.

De praktijk is, dat in Faugeres tegenwoordig zeer volwassen wijnen worden gemaakt, hoofdzakelijk rode. De produktie berust vooral in handen van drie zeer grote cooperaties en enkele tientallen kleine bedrijven. Bij de cooperatie Les Vignerons de la Mediterranee heeft De Bijenkorf, na een afzijdigheid van enkele jaren nu als smaakmaker weer prominent aanwezig, een ‘eigen’ Faugeres 1993 laten bottelen, die in het ‘Drie Dwaze Dagen’-spektakel, eind september, voor guldens minder dan de standaardprijs op de kaart staat. De druivige aandeelhouders: 50% Carignan, 20% Grenache, 15% Cinsault en 5% Syrah. De uitmonstering (een klassieke ‘bouteille lourde’ met een zeer fraai label van het gelegenheidsmerk La Ruche) tekent de inhoud: stevig en stijlvol, donker en soepel, een duidelijke eetwijn.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels