nieuws

Consumptieve bestedingen

bouwbreed

De Statistiek van de consumptieve bestedingen van gezinshuishoudingen van het CBS laat zien dat er nog wel sprake is van een stijging, maar dat deze zeer ongelijk is verdeeld over de diverse categorieen. De toeneming in de bestedingen wordt overigens niet zozeer verklaard door groei van de hoeveelheid geconsumeerde goederen en diensten, als wel door de prijsstijgingen daarvan. Woningdiensten scoren bij dat laatste in de top.

De samenvattende statistiek geeft informatie over in totaal 29 categorieen, verdeeld over vijf rubrieken, waarvan we er hier een aantal laten zien (zie bijgaande tabel). Er worden cijfers gegeven voor de volumemutaties en voor de waardemutaties. De eerste geven weer de verandering in procenten van de hoeveelheid gekochte consumptiegoederen ten opzichte van dezelfde periode een jaar geleden. De tweede laat de verandering zien in geld die daarmee gepaard ging, daarin zit dus de prijsstijging of -daling opgesloten.

Opvallend is de sterke toeneming van de waarde van de overige goederen en diensten bij een geringe toeneming van de hoeveelheid. De prijsstijgingen liggen bij de meeste van de negen categorieen waaruit deze rubriek is samengesteld boven het gemiddelde. De belangrijkste categorie in deze rubriek is die van de woningdiensten. Deze categorie vertoont bovendien in vrijwel iedere periode de grootste prijsstijging. De gemiddelde prijzen van woningdiensten stijgen door verschillende oorzaken.

Er worden goedkope woningen gesloopt en duurdere woningen nieuwgebouwd. Er worden woningen gerenoveerd. Tenslotte worden er voor vrijwel alle huurwoningen huurverhogingen doorgevoerd. De afgelopen jaren waren deze huurverhogingen bijzonder sterk, om de bestaande subsidielast op gesubsidieerde woningen versneld af te breken. Zij golden echter niet alleen voor gesubsidieerde huurwoningen, maar ook voor woningen waarop geen subsidie (meer) wordt gegeven. Het gevolg is, dat door deze oorzaak de prijs van woningdiensten de afgelopen jaren twee of drie maal zo sterk is gestegen dan de prijzen voor andere consumptieve bestedingen. Bij een stagnerende inkomensontwikkeling kan de boel dan in een beperkt aantal jaren grondig worden scheefgetrokken.

Andere bestedingen

Hoezeer de verhoudingen in het ongerede dreigen te raken bij een voortgezette sterke groei van de woonlasten blijkt uit de ontwikkelingen van de totale bestedingen en die in de andere categorieen. De totale consumptieve bestedingen van gezinshuishoudingen namen in geld gemeten van 1992 op 1993 toe met 2,8%. Daarvan was slechts 0,7% te danken aan een grotere hoeveelheid. De gemiddelde prijsstijging voor deze categorie van uitgaven bedroeg dus 2,1%. In 1994 ging het iets beter: de waardemutatie bedroeg 4%, de volumemutatie steeg tot 1,9%. Ook hier rolt een prijsstijging uit van gemiddeld 2,1%. In het eerste kwartaal van 1995 kon de hoeveelheid geconsumeerde goederen en diensten nog wat verder toenemen tot 2,1%, dank zij een lagere prijsontwikkeling van gemiddeld slechts 1,5%. De ontwikkelingen in de verschillende rubrieken, waarvan hier alleen de totalen zijn weergegeven, verschillen nogal. De omzet van duurzame consumptiegoederen bijvoorbeeld kon ondanks een zeer gematigde prijsontwikkeling in 1993 en prijsdalingen in de volgende perioden niet op peil blijven. Dat belooft wat voor het rendement van de snel stijgende verkoop-vloeroppervlakte in deze categorieen.

Er worden recent nogal eens geluiden vernomen in de richting van “dan maar een loongolf”. Dat zou schadelijk zijn voor de export, waar onze economie het voor de helft van moet hebben. De binnenlandse markt echter leeft van de andere helft en deze zou een redelijke koopkrachtinjectie zo langzamerhand goed ke gebruiken.

Consumptieve bestedingen van gezinshuishoudingen, veranderingen in procenten t.o.v. de voorgaande periode (1995-I: eerste kwartaal 1995)

Categorie 1993 1994 1995-I

Volumemutaties A 1,8 0,8 1,4 B – 2,3 2,1 1,9 C – 2,2 0,2 1,1 D 1,7 2,5 2,3 D1 3,0 3,0 3,2 E 0,7 1,9 2,1

Waardemutaties A 0,3 2,6 4,0 B 2,4 3,1 3,3 C – 1,3 – 0,1 – 0,2 D 4,5 5,5 4,4 D1 8,7 8,5 8,5 E 2,8 4,0 3,6

Prijsveranderingen A – 1,5 1,8 2,6 B 4,8 1,0 1,4 C 0,9 – 0,3 – 3,1 D 2,8 2,9 2,1 D1 5,5 5,3 5,1 E 2,1 2,1 1,5

A – Voedingsmiddelen B – Genotmiddelen C – Duurzame consumptiegoederen D – Overige goederen en diensten D1 – waarvan Woningdiensten E – Totale consumptieve bestedingen van gezinshuishoudingen

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels