nieuws

CDA wil duidelijkheid over rijksbijdrage brug Kampen

bouwbreed

De kamerleden Esselink en Bremmer (CDA) willen van minister Jorritsma weten welke toezeggingen er, formeel en informeel, aan de gemeente Kampen zijn gedaan over de rijksbijdrage voor de brug over de IJssel bij Kampen.

De gemeenteraad van Kampen was vorige week klaar om een keuze te maken voor een van de vier varianten van de nieuwe IJsselbrug. Alles leek in kannen en kruiken, tot het gemeentebestuur erachter kwam dat ze zich zo’n f. 20 miljoen te rijk had gerekend. De vervanging van de oude IJsselbrug zal daardoor nog even op zich laten wachten.

Vijf jaar heeft de gemeente Kampen zich gebogen over de verschillende varianten van de nieuwe IJsselbrug. De ontwerpen voor de hef-, de tafel-, de ophaal- en de staartbrug ke weer in de la. Eerst zal het gemeentebestuur duidelijkheid van het rijk moeten krijgen over hoeveel deze overheid nou precies aan de brug wil bijdragen. Het rijk blijkt namelijk niks gereserveerd te hebben.

Dat die duidelijkheid er in deze beslissende fase nog niet is lijkt aan de gemeente zelf te wijten. Zij had gerekend op een rijksbijdrage van f. 20,5 miljoen van de in totaal f. 41 miljoen kostende nieuwe brug. Dit werd ingegeven door een in 1990 geschreven brief van toenmalig minister Maij-Weggen aan Kampen. De ex-bewindsvrouwe had de situatie bekeken en stelde de gemeente op grond daarvan een ‘substantiele bijdrage’ in het vooruitzicht. Hoe het komt is onduidelijk, maar de gemeente is zelf gaan rekenen, en is tot de conclusie gekomen dat die bijdrage ongeveer op de helft van het totale po zou komen. Een woordvoerder van de gemeente Kampen geeft nu te kennen dat het bedrag van f. 20,5 miljoen is gebaseerd op het napluizen van subsidieregelingen voor de zogenaamde ‘natte en droge’ infrastructuur. Dat niet eerder om duidelijkheid werd gevraagd bij het ministerie heeft volgens hem te maken met het feit dat alleen concrete plannen door het rijk worden beoordeeld. “Tot nog toe zaten we in de ontwerpfase.”

Verkeerde adres

De gemeenteraad heeft nu een gesprek met minister Jorritsma aangevraagd. Daarmee hoopt het duidelijkheid te krijgen over de hoogte van de bijdrage waarop het kan rekenen. Een woordvoerster van Verkeer en Waterstaat meldt dat de gemeente eigenlijk aan het verkeerde adres is. “Als gevolg van de decentralisatie zijn de subsidies voor de droge en de natte infrastructuur overgeheveld naar de provincie. Volgens onze berekeningen zullen ze echter op niet meer dan zo’n f. 7 miljoen mogen rekenen.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels