nieuws

Buitenlands beleid moet meer gaan opleveren

bouwbreed

De Nederlandse handelsbelangen krijgen de komende jaren een prominente rol in het buitenlands beleid. Dat blijkt uit de herijkingsnota die de ministers Van Mierlo (Buitenlandse Zaken), Voorhoeve (Defensie), Wijers (Economische Zaken) en Zalm (Financien) presenteerden. Om wereldwijd een sterkere economische positie te krijgen dienen de direct bij het buitenlands beleid betrokken ministers gezamenlijk te opereren, stelt Van Mierlo.

Buitenlandse Zaken, Ontwikkelingssamenwerking, Defensie en Economische Zaken zullen dan ook voortaan hun “kennis en kunde” gaan bundelen.

Volgens Van Mierlo bestaat in Nederland “traditioneel de schroom om het buitenlands beleid expliciet in het teken van nationaal belang te stellen”. Als vijfde directe investeerder in de wereld is Nederland volgens hem echter gebaat bij een liberaal investeringsklimaat. Het buitenlands beleid spitst zich dan ook meer toe op een betere marktwerking en -toegang, dereguleringen en het terugdringen van concurrentievervalsing. Den Haag beschouwt de Europese Unie als een ideale springplank om zijn doelstellingen te realiseren. De komende jaren zal de regering veel energie steken in coalitievorming en lobbywerk, zowel in Brussel als in de hoofdsteden van de afzonderlijke EU-partners. Belangrijk is wel dat de EU meer als eenheid gaat opereren. De Intergouvernementele Conferentie (IGC) in 1996, waarin het Verdrag van Maastricht wordt getoetst, moet een belangrijke bijdrage leveren aan de beoogde grotere slagvaardigheid en samenhang van de Unie.

Armoedebestrijding

Ook in de contacten met landen buiten de Unie krijgen exportbevordering en investeringen een hogere prioriteit. Speciale aandacht gaat uit naar Azie, Midden- en Oost-Europa, Latijns-Amerika en Zuid-Afrika, regio’s en landen die een economische bloei (gaan) doormaken. De armlastige landen in de Derde Wereld ke blijven rekenen op ontwikkelingshulp. Maar minister Pronk krijgt wel opdracht meer structurele vormen van ontwikkelingssamenwerking op poten te zetten. “Een combinatie van armoedebestrijding en ondersteuning van investeringen door Nederlandse bedrijven.”

Opvallend in de nota is het besef dat de reikwijdte van de Nederlandse invloed beperkt is. De val van de Berlijnse Muur heeft Nederland “meer teruggeworpen op eigen kracht en eigen maat”. Hierop voortbordurend wijst Van Mierlo erop dat contacten met de landen in de eigen regio belangrijk zijn. De ambassades krijgen een veel grotere rol in het herijkte beleid. Zij krijgen meer bevoegdheden op het gebied van ontwikkelingssamenwerking. Bovendien komen er posten bij in met name Aziatische landen om de nieuwe koers van het beleid uit te dragen.

Uitgaven

Alle buitenlanduitgaven komen in een homogene uitgavengroep. Deze wordt gekoppeld aan het bruto nationaal produkt en bedraagt 1,1 %. Onder de homogene uitgavengroep vallen bijvoorbeeld de programma’s voor Midden- en Oost-Europa, de exportbevordering zoals die door Economische Zaken betaald werd en de uitgaven voor internationaal milieubeleid. Het bedrag voor de “echte” ontwikkelingssamenwerking ligt tussen 0,75 en 0,85 % van het bruto nationaal produkt, met als jaarlijkse richtlijn 0,8 %.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels