nieuws

‘Aannemerij moet integrale vervoersconcepten bieden’

bouwbreed

De aannemers in de grond-, weg- en waterbouw zouden zich niet moeten beperken tot het uitsluitend uitvoeren van infrastructurele werken. De branche kan haar concurrentiekracht vergroten door rendabele concepten te ontwikkelen voor goederen- en personenvervoer.

Dat zei secretaris-generaal L. Geelhoed van het ministerie van Economische Zaken gisteren in het Feijenoord-stadion in Rotterdam. Hier hield de Betonvereniging de studiemiddag ‘Miljoenen in de Civielbouw’, naar aanleiding van de presentatie van de Miljoenennota.

Geelhoed spoorde de aanwezige aannemers aan meer aandacht te besteden aan innovatie. “U vergroot daarmee niet alleen uw kansen op de Nederlandse markt, maar ook op de Europese. Vooral wanneer de Transeuropese Netwerken van de grond gaan komen.”

Geelhoed stelde de natte waterbouw als voorbeeld voor de rest van de sector. “Wie aan de Oosterscheldewerken denkt of een kijkje neemt bij de in aanbouw zijnde Waterkering in de Nieuwe Waterweg krijgt een beeld van wat innovatie voor de bouwsector concreet kan betekenen. Nederland heeft de wereld op het gebied van waterbouw heel wat te bieden. Maar we zijn er nog niet. Dat hebben velen in Limburg en Gelderland aan den lijve ondervonden. Ook landschappelijke- en milieu-aspecten vragen om innovatieve ideeen.”

De secretaris-generaal zei zich ervan bewust te zijn dat de overheid, als belangrijke opdrachtgever voor de gww, een belangrijke stimulans kan bieden voor innovatie. “Daarom ben ik van plan om samen met het ministerie van Verkeer en Waterstaat en het bedrijfsleven te kijken op welke wijze er een stimulerend klimaat voor innovaties kan ontstaan.”

Verraderlijk

Directeur Infrabeheer G. Hammer van de Nederlandse Spoorwegen deed op de bijeenkomst zijn beklag over de stroperige procedures in Nederland, die naast tijd ook veel geld kosten. Zo wees hij erop dat het aanvankelijke plan voor de Betuweroute f. 3,5 miljard bedroeg, terwijl nu het bedrag van f. 8,3 miljard wordt aangehouden. Volgens Hammer is dit bedrag ‘verraderlijk geleidelijk’ tot stand gekomen als gevolg van allerlei maatschappelijke eisen. “Kortom: de huidige plannen zijn ongeveer f. 5 miljard duurder dan het oorspronkelijke plan zonder dat de functionaliteit wezenlijk is verbeterd”.

Hammer zei hier geen waarde-oordeel over te willen geven, maar wees wel op de keerzijde ervan: “de vraag is of de politiek zich voldoende de implicaties realiseert van deze wijze van besluitvorming. In hoeverre zijn er objectief criteria gehanteerd bij het afwegen van het nationaal belang van de Betuweroute versus het regionale en particuliere belang”.

‘Bouw-cao is

niet flexibel’

“De bouw-cao is niet het toonbeeld van flexibiliteit.” Naast zijn betoog voor meer innovatie in de gww vond secretaris-generaal L. Geelhoed van Economische Zaken op de bijeenkomst van de Betonvereniging in Rotterdam ook nog kans zijn mening over de jongste bouw-cao te geven.

De secretaris-generaal wees op het feit dat de bouw nog een van de weinige is met die een cao kent met automatische prijscompensatie. “Ook liggen de laagste loonschalen traditioneel ver boven het wettelijk minimumloon (Circa 130%). Het Kabinet wil dat sociale partners de ruimte tussen de laagste loonschaal en het minimumloon gaan benutten. dat wordt in de bouw-cao nauwelijks effectief vormgegeven: binnen een jaar zit men weer op 130% van het minimum. Op deze manier komen we nooit van onze hoge inactiviteit af.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels