nieuws

Hoger tempo in steden nodig Brabant wil bijstelling woningbouwbeleid

bouwbreed

De provincie Noord-Brabant gaat zich bezinnen op een mogelijke bijstelling van het woningbouwbeleid in een poging meer vaart te zetten in de beoogde woningbouw in de steden. Dat is nodig, omdat in 1994 opnieuw te veel woningen gebouwd zijn in het landelijk gebied en de Brabantse steden samen niet hun taakstelling hebben gehaald. Zij hebben 836 woningen te weinig gerealiseerd.

Dit blijkt uit het verslag ‘Ruimtelijke Ordening 1994’. In totaliteit heeft de provincie volgens gedeputeerde drs. P.L.B.A. van Geel de nagestreefde toename van de woningvoorraad gerealiseerd. Er werden 12.488 woningen gebouwd. Daarmee bleef Noord-Brabant fractioneel (ruim 100 woningen) onder de doelstelling.

Opvallend is dat in het landelijk gebied, waarvoor een terughoudend beleid geldt, wederom veel meer woningen zijn gebouwd dan toegestaan: respectievelijk 5033 tegen 4306. De toename in het stedelijk gebied was weliswaar relatief groter (7455 woningen), maar bleef desalniettemin achter op de taakstelling (8291 woningen).

Tegenvallend

Van Geel erkende dat dit een wat tegenvallende ontwikkeling is. Maar tegelijkertijd wees hij er op dat het stedelijk gebied “zijn aandeel in de totale provinciale woningvoorraad in 1994 heeft hersteld in de richting van het niveau van 1985”. Dat laatste niveau moet uiterlijk in 2005 weer zijn bereikt. Vorig jaar kwam het aandeel van de steden in de totale woningvoorraad op 58,75 procent. Dat was in 1985 nog bijna 59 procent.

Om dit percentage op te krikken moet het tempo van concentratie van de woningbouw in de steden omhoog. Met het oog op de verstedelijkingsdoelstelling noemde Van Geel het van het grootste belang in overleg met gemeenten en rijk “stadsregionale locaties voor woningbouw ook daadwerkelijk ten uitvoer te brengen”.

Door knelpunten met betrekking tot deze (stedelijke) locaties te inventariseren en te blijven volgen bestaat volgens hem “voortdurend een actueel beeld van belemmeringen die rond de verschillende locaties spelen, zoals verwervingsproblemen, bodemsanering en geluidhinder”.

De uitkomst van zo’n continue inventarisatie kan zijn, dat “op bepaalde stadsregionale locaties niet in voldoende mate of niet op de geplande termijn kan worden gebouwd. Besloten kan dan worden andere (reserve) locaties eerder aan snee te brengen.”

Met het oog op de hele problematiek hebben gedeputeerde staten besloten tot de instelling van een Stedelijk Adviesteam (STAT). Dat moet proberen knelpunten rond locaties in de stadsregio’s weg te nemen.

Van de steden realiseerden overigens Bergen op Zoom, Helmond, Oss, Tilburg en Waalwijk een meer dan gemiddelde groei van de woningvoorraad. Breda, Eindhoven, ’s Hertogenbosch en Roosendaal daarentegen bouwden minder dan opgedragen.

In het landelijk gebied is vooral in Zundert veel te veel gebouwd. Deze gemeente loopt al jaren uit de pas. Op 29 augustus gaan GS daarover een gesprek aan met B en W van deze gemeente.

Vrije sector

De in 1994 gerealiseerde groei van de Brabantse woningvoorraad is met name toe te schrijven aan de vrije sector. Momenteel vindt 63 procent van de woningbouw in die sector plaats.

Relatief gezien is de vrije sector (met 64,5 procent) sterker vertegenwoordigd in de bouwproduktie in het landelijk gebied. Maar volgens Van Geel is het verschil met het stedelijk gebied “niet groot meer”.

Het aandeel van de vrije sector in de steden is opgelopen tot 62 procent. De provincie heeft overigens op papier voldoende locaties om te voldoen aan de met het rijk overeengekomen taakstelling: bouw van 114.000 woningen tussen 1995 en 2005.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels