nieuws

Doel: bijdrage aan benzeenconcentratie reduceren Hoge milieu-eisen voor bouw parkeergarages

bouwbreed

Voor de bouw van nieuwe parkeergarages en aanleg van grote parkeerterreinen zullen aanzienlijk strengere milieucriteria gehanteerd worden. Het ministerie van VROM heeft provincies en gemeenten een voorlopig beleidsstandpunt inzake het reduceren van de uitstoot van het kankerverwekkende benzeen gestuurd. Nieuwe poen moeten aan zodanige (technische) eisen voldoen, dat geen overschrijding van wettelijke normen meer plaatsvindt.

Het ontwikkelen van een definitief beleidsstandpunt in gezamenlijk overleg tussen rijk, provincies en gemeenten zal nog de nodige tijd vergen. Het wachten is namelijk op TNO, dat bezig is een model op te stellen waarmee de bijdrage van parkeergarages aan benzeenconcentraties nauwkeurig kan worden vastgesteld. Dat model wordt pas eind dit jaar verwacht.

VROM wil echter met het nemen van maatregelen niet daarop wachten, omdat veel gemeenten plannen hebben ontwikkeld voor de bouw van een groot aantal garages aan de rand van stadscentra. Het ministerie eist nu dat – met preventief beleid – bij die nieuwe poen overschrijding van de in het ‘Besluit luchtkwaliteit benzeen’ vastgelegde grenswaarden wordt voorkomen.

Dat er nu nieuwe maatregelen getroffen moet worden, heeft volgens VROM te maken met het gegeven dat “bij het opstellen van het Besluit het inzicht in de bijdrage van parkeergarages aan benzeenconcentraties nog beperkt was. Weliswaar was in een toelichting vermeld dat rond parkeergarages sterk verhoogde concentraties benzeen ke optreden, maar de inschatting van dat moment was echter dat door uitvoering van ‘het schone auto beleid’ de bijdrage van parkeergarages aan de totale benzeenconcentratie beperkt zou zijn. Thans wordt daar niet meer van uitgegaan”.

Onderzoeken

Vastgesteld is in diverse onderzoeken dat parkeergarages een belangrijke bijdrage leveren aan die benzeenconcentratie. Daarom wil VROM voorkomen dat nog langer nieuwe garages gebouwd worden op locaties waar een hoge benzeenconcentratie aanwezig is.

Nieuw ‘niveau’

Het voorlopig beleidsstandpunt bevat een “gedefinieerd niveau van de geschatte bijdrage van de parkeergarage aan de benzeenconcentratie”. Blijven nieuwe poen onder dat niveau, dan hoeven in principe geen maatregelen te worden genomen met betrekking tot de parkeergarage.

In straten waar de benzeenconcentratie al tenminste negen keer hoger is of al een uitzonderingsgrenswaarde van toepassing is (14 x het genoemde niveau) worden geen nieuwe parkeergarages meer toegestaan. Tenzij stringente maatregelen worden getroffen, zoals bijvoorbeeld het verminderen van het autoverkeer door deze straten (eenrichtingsverkeer invoeren).

De nu nog voor de bouw van parkeergarages bij woon- of kantoorgebouwen gehanteerde Nederlandse Praktijk Richtlijn Parkeergarages (NPR 2443, met de status van voorbeeldfunctie) wordt vervangen door een herziene versie, die tegelijk tot (wettelijke) norm wordt verheven, NVN 2443. Die wordt waarschijnlijk binnen enkele maanden gepubliceerd en is juridisch afdwingbaar.

Bouwbesluit

Parkeergarages die aangebouwd zijn aan warenhuizen vallen onder het Besluit detailhandel. Ook dit wordt inmiddels herzien en zal specifieke voorschriften gaan bevatten voor parkeergarages.

VROM stelt vast dat technische eisen voor parkeergarages alleen ke worden gesteld bij of krachtens het Bouwbesluit. In het besluit zijn reeds eisen gesteld inzake toevoer van verse lucht en afvoer van binnenlucht. “Het is nu niet mogelijk technische eisen uit het oogpunt van milieu te stellen “, aldus het ministerie. Om dit in de toekomst toch mogelijk te maken wordt volgens het ministerie gewerkt aan wijziging van de Woningwet.

Aanbevelingen

In het voorlopig beleidsstandpunt doet het ministerie tenslotte een aantal aanbevelingen voor vermindering van de bijdrage van parkeergarages aan benzeenconcentraties.

Zo kan de af te leggen weg in een parkeergarage worden beperkt door onder meer bouwkundige voorzieningen in de garage. Ook kan iets worden gedaan aan opstoppingen bij in- en uitgangen.

Bij natuurlijk geventileerde parkeergarages moeten zoveel mogelijk open wanden worden toegepast. Bij mechanische ventilatie moeten aanzuigopeningen komen waar de lucht het minst vervuild is. De concept-richtlijn die het NNI thans maakt, gaat uit van aanzuigopeningen op een hoogte van minimaal 5 meter in een verkeersluwe omgeving en buiten de beinvloeding van uitblaasopeningen.

Bij mechanische ventilatie moet verontreinigde lucht zo hoog mogelijk worden uitgestoten, bij voorkeur boven de bebouwde omgeving maar – zo mogelijk – in elk geval boven leefniveau.

Bij mechanische en natuurlijk geventileerde parkeergarages moet verontreinigde lucht worden uitgestoten op plaatsen waar zo min mogelijk mensen verblijven en niet in een zogenaamde streetcanyon (smalle straat met hoge bebouwing, waar de verontreinigde lucht lang kan blijven hangen).

De in- en uitgang van een parkeergarage mag niet meer in zo’n streetcanyon worden geplaatst. Rond parkeergarages moet zo weinig mogelijk bebouwing komen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels