nieuws

Baksteenindustrie vindt oplossing flexibiliteit

bouwbreed

De Nederlandse baksteenindustrie opent deze week in Roermond een tweede vestiging van haar Gemeenschappelijke Personeelsdienst Baksteenindustrie (GPB). Het succes van deze dienst, die de arbeidsmarkt in deze sterk gemoderniseerde industrie beheersbaar maakt, is groot. Het vakmanschap blijft bewaard, terwijl werkloosheid en overwerk worden beheerst. Binnenkort zal een derde kantoor in Doetinchem worden geopend.

Zo’n veertig jaar geleden telde de baksteenindustrie nog 13.000 stenenbakkers. Gezamenlijk produceerden zij per jaar een kleine 1,7 miljard stenen. Tegenwoordig wordt dezelfde produktie gedraaid met 1600 werknemers. Zij doen dit in geavanceerde procesgestuurde fabrieken. Nog maar een enkele fabriek, van de in totaal 52 die ons land telt, werkt op een ambachtelijke manier.

De enorme automatiseringsgolf in deze industrie heeft ervoor gezorgd dat veel vakmanschap verloren is gegaan. Toch is dat vakmanschap nodig. Om die reden besloten werkgevers en vakbonden in de baksteenindustrie een experiment met een gemeenschappelijke personeelsdienst op te zetten.

“In de praktijk bleek soms”, zo vertelt algemeen secretaris van het Koninklijk Verbond van Nederlandse Baksteenfabrikanten drs H. Kedde, “dat men in de ene fabriek naarstig op zoek was naar vakmensen, terwijl in het andere bedrijf iemand werd ontslagen. Samen met de bonden waren we op zoek naar een oplossing voor dit probleem. Aanvankelijk dachten we aan een systeem met kaartenbakken waarin vraag en aanbod konden worden gematched. We wilden echter ook wat meer flexibiliteit voor de pieken die deze branche kenmerkt. Om die reden besloten we tot de oprichting van de personeelsdienst, die zowel de werkgever als de werknemer voordelen biedt.”

Geen sociaal plan

Iemand die nu in de baksteenindustrie zijn baan verliest kan voor een periode van twee jaar in dienst treden bij de GPB, waarvan de uitvoering in handen ligt van uitzendbureau Start. Hij wordt zo werknemer van de dienst met behoud van loon, pensioen- en vutrechten. De werkgevers hoeven dus geen sociaal plan op te stellen. Zij betalen aan de GPB een ‘uitstroompremie’. De helft hiervan wordt gestort in het ‘doorstroomfonds’, terwijl de andere helft wordt vastgezet in het ‘leegloopfonds’.

Het doorstroomfonds geeft een instroompremie als een steenfabriek een ontslagen steenbakker in dienst neemt. Het leegloopfonds is bedoeld als buffer voor de GPB, die het risico loopt dat er niet meteen ander werk is voor ontslagen werknemer. Op die manier heeft hij twee jaar de zekerheid van een dienstverband. De GPB probeert in die periode een vaste baan voor de betrokkene te zoeken.

Ondanks het feit dat het vinden van een vaste baan prioriteit heeft in dit po, fungeert de GPB ook wel als uitzendbureau.

Geen overwerk

Werknemers ke drie maanden op uitzendbasis werken, daarna worden ze in dienst genomen door de personeelsdienst. Het gaat hier met name om ploegen steensorteerders die bij bedrijven met een tijdelijke piek in de produktie worden ingezet. Inmiddels beschikt de GPB al over drie ploegen die met een busje van de ene fabriek naar de andere gaan. “Een belangrijk voordeel hiervan is”, aldus Kedde, “dat het personeel dat in vaste dienst is niet meer hoeft over te werken. Voorheen kwam dit tijdens de pieken nog al eens voor.”

De baksteenindustrie is van een ambachtelijke naar een high-tech procesindustrie gegroeid.

Cor de Kock

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels