nieuws

Architectuurinstituut ‘schudt eigen bed op’

bouwbreed

Er komt een nieuwe directeur, een nieuwe hoofdredacteur voor het ‘huisblad’ Archis, een nieuw beleidsplan om weer voor vier jaar subsidie in de wacht te slepen. Moet het Nederlands Architectuurinstituut al een jaar na het betrekken van de nieuwbouw in Rotterdam radicaal de koers verleggen? Diplomatiek nuanceert interim-directeur Hein van Haaren dat het tijd is voor het opschudden van het bed.

De toegangsbrug die bezweken was onder de massale toeloop voor de Dag van de Architectuur is net weer ingezet. Via deze brug en de arcade aan de Rochussenstraat zijn vorig jaar 96.000 bezoekers het NAi binnengekomen. Het publiek weet het nieuwe instituut te vinden. Maar in voldoende getale?

De nieuwe musea in Maastricht en Groningen trokken dergelijke aantallen binnen enkele maanden. Volgens een enquete kwam het merendeel van de bezoekers uit nieuwsgierigheid naar het bijzondere gebouw van architect Jo Coenen. Sindsdien zijn de tentoonstellingen sterk wisselend van kwaliteit geweest en soms uitgesproken ontoegankelijk voor een breder publiek. Zal de loop er in blijven dit jaar?

In het bovenste, heetste hoekje van het glazen gebouw wikt interim-directeur Hein van Haaren zijn antwoorden. IJswater en ventilator ke nauwelijks voor verkoeling zorgen.

Van Haaren: “Het jaar 1995 wordt het jaar van de waarheid. Het streven was om dit jaar tachtigduizend bezoekers te halen, maar deze zomer is fnuikend. Zoals het nu loopt, worden het er zestig- tot tachtigduizend. Dat is een mooi bereik voor een instituut waar de wereld nog aan moet wennen. Net zo goed als het instituut nog moet wennen aan het gebouw.”

‘NAi marktgerichter’

Dit en volgend jaar is het instituut nog verzekerd van f. 5,8 miljoen subsidie. Om weer voor vier jaar subsidie te krijgen moet er januari 1996 een nieuw beleidsplan liggen. In de nota “Uitgangspunten voor cultuurbeleid”, die staatssecretaris Nuis van OCW vorige maand naar buiten bracht, wordt duidelijk dat hij voor subsidies eisen zal stellen aan het publieksbereik. Wat betekent dat voor het Architectuurinstituut?

Van Haaren: “Het NAi moet marktgerichter worden en toegankelijker voor het grote publiek. Dat geldt ook letterlijk voor het gebouw: van buiten moet duidelijker worden wat er binnen te zien is.”

“Wij moeten het gebouw nog inspelen, nog leren omgaan met de pretenties ervan. Bijvoorbeeld hoe je de grote zaal kunt gebruiken. Lastig voor de programmering is dat wij zoveel verschillende doelgroepen moeten bedienen: architecten, opdrachtgevers maar ook het grote publiek. Wij hebben nu vijftien tentoonstellingen in een jaar met daaromheen lezingen en manifestaties. Ik denk dat wij minder tentoonstellingen moeten maken en die langer laten staan. Dan is de werkdruk minder groot en financieel schept het ruimte voor een betere begeleiding van het publiek. Wij moeten ook meer onze eigen collectie laten zien. Het moet duidelijker worden wat de grote lijn van het instituut is.”

Sponsors nodig

Van Haaren is interim-directeur bij het NAi maar niet het snelle turn-around-type. Als diplomatieke senior moest hij eind vorig jaar de beschadigde verhoudingen herstellen na de mislukte benoeming van Frits Becht als opvolger van Adri Duivesteijn. Een marketeer na een politicus, dat was toen te veel gebleken voor het jonge instituut.

Om de continuiteit van het NAi te typeren kiest Van Haaren zorgvuldig zijn woorden: “De komende maanden bespreken wij de nieuwe hoofdlijnen. In het beleid en de exploitatie verwacht ik geen dramatische verschuivingen. Het is het opschudden van de bedden. Het cultuurbeleid van Nuis geeft daarbij de randvoorwaarden waar wij de komende vier jaar op in ke haken met meer nadruk op de begeleiding van het publiek en op educatie.”

Wordt de binnenkort te verwachten nieuwe directeur daarmee niet voor voldongen feiten geplaatst? Van Haaren: “Er zijn nu kandidaten geselecteerd, onder wie enkele buitenlanders. Ik hoop dat de benoeming eind september plaatsvindt. Dan is er voor de nieuwe directeur nog voldoende ruimte om eigen accenten te plaatsen.”

“Een belangrijke taak voor de nieuwe directeur zal zijn om het maatschappelijk draagvlak te vergroten en extra geldstromen te creeren. Voor sponsoring is nu nog geen beleid. Het kon voorkomen dat sponsors door verschillende afdelingen tegelijk benaderd werden.”

Uit het jaarverslag over 1994 is niet direct op te maken van hoeveel belang sponsoring is voor de activiteiten van het NAi. Het vergt enig huiswerk van de administratie om uiteindelijk in kaart te brengen dat de “derde geldstroom” (sponsoring en incidentele subsidies voor bijzondere poen) nu bijna 11% uitmaakt van de totale inkomsten.

Andere koers Archis

Ook het maandblad Archis ontkomt, als onderdeel van het NAi, niet aan het opschudden van het eigen bed. Van Haaren verhult niet dat er geld bij moet. In 1994 dekten de baten van Archis nog niet de helft van de bijna acht ton aan lasten.

Van Haaren: “Van de culturele tijdschriften is het een van de meest gesubsidieerde. Sinds het enige tijd tweetalig is, is het bekend in het buitenland, maar dat heeft nog weinig abonnees opgeleverd. Die markt zal zich nu moeten bewijzen.”

Het is niet gelukt om op tijd de deze maand vertrokken hoofdredacteur Geert Bekaert te vervangen. Over een interne kandidaat ontstond onenigheid. Voor een opvolger van buiten moet nu geld worden vrijgemaakt door te beknibbelen op andere activiteiten. Over diens profiel en de voor het tijdschrift gewenste koers vindt nog overleg plaats. Van Haaren verwacht dat eind dit jaar de nieuwe man/vrouw benoemd kan worden.

Gebouw bevalt goed

Het beeld dat door al deze herorientaties en bijstellingen van het beleid wordt opgeroepen is er een van wankelmoedigheid. Maar Van Haaren ontkent dat beslist. Van Haaren: “Het nog jonge instituut is in ontwikkeling, en die ontwikkeling gaat in grote lijnen gewoon door. Het gaat niet om drastische veranderingen.”

“Het NAi is het resultaat van een fusie van instellingen. Incidenteel moet men nog de eigen oude culturen aan elkaar afslijpen, maar er is duidelijk de wil om er samen iets van te maken. De interne discussies zijn buitengewoon openhartig”, voegt Van Haaren er diplomatiek aan toe.

Het is net als met het gebouw: het bevalt goed, maar het moet nog wennen en kleine aanpassingen zijn nodig. Van Haaren wil als tussenpaus niet zijn stempel op deze veranderingen aan het gebouw drukken. Als enige eigen wens brengt hij naar voren dat het gebouw van buiten uitbundiger moet tonen wat er te beleven is.

En allicht moet de klimatisering van de kantoren worden verbeterd. De hele dag zijn de houten design jaloezieen van zijn kamer gesloten en ruist er een verantwoord vormgegeven ventilator. Maar voor de siesta moet Van Haaren zich terugtrekken in het koele souterrain van zijn eigen woonhuis.

Bij het verlaten van het gebouw slenteren er in de grote tentoonstellingszaal zowaar nog een vijftal bezoekers door de tentoonstelling over Nederland als Kunstwerk. Beetje raar opgesteld, maar een leuk onderwerp, die ingenieurskunst van polders, dijken en baggerschepen. Geschikt voor het hele gezin. En het is er nog koel ook.

Bezoekers bekijken een maquette van het Architectuurinstituut die is opgesteld in de grote zaal. In het nieuwe beleidsplan zal meer aandacht gaan naar begeleiding en educatie.

Bert Muller

Interim-directeur Hein van Haaren: “De ontwikkeling van het jonge instituut gaat in grote lijnen door. Er komen geen drastische veranderingen.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels