nieuws

Ontwerp van architect of van aannemer?

bouwbreed

De overeenkomst, die een opdrachtgever met zijn architect sluit, wordt maar in heel algemene zin beheerst door bepalingen van ons burgerlijk recht. In het algemeen wordt zo’n overeenkomst aangegaan onder toepasselijkheid van algemene voorwaarden, waarvan de Standaardvoorwaarden 1988 Rechtsverhouding Opdrachtgever-Architect (SR1988) de meest recente zijn.

Zulke voorwaarden moeten wel tussen opdrachtgever en architect zijn overeengekomen, willen zij van toepassing zijn op hun rechtsverhouding. Het initiatief daartoe gaat bijna altijd van de architect uit, hetzij door opneming daarvan in de concept-opdracht, die hij in overleg met de opdrachtgever opstelt (art. 3 lid 4 SR 1988), hetzij door vermelding van die toepasselijkheid op zijn briefpapier waarbij hij de opdracht aanvaardt.

Als de opdrachtgever daar dan geen bezwaar tegen maakt, wordt algemeen aangenomen dat zij ook van toepassing zijn op hun overeenkomst. Dit soort standaardvoorwaarden zijn dus niet vanzelf van toepassing als een architect de opdracht van zijn bouwheer aanvaardt. Met name zijn zij niet te beschouwen als bedingen die gebruikelijk zijn in architecten-overeenkomsten en door een wetsbepaling geacht worden daarin te zijn begrepen. Dat wordt nog wel eens vergeten door gemachtigden, die voor het Arbitrage Instituut Bouwkunst namens architecten optreden. Ook als dat juristen zijn!

Zo trof ik in een eis van de gemachtigde van de architect, die zijn honorarium wilde hebben, de zin aan: “De SR 1988 is sedert 1 oktober 1988 van toepassing op opdrachtgevers in de marktsector.” Afgezien van de juridische onvolkomenheid daarin (de toepasselijkheid slaat ook op de architect, dus op de rechtsverhouding tussen die twee) had in dit geval de vermelding op het briefpapier van de A.R. 1971 (de Algemene Regelen voor de honorering van de architect en de verdere rechtsverhouding tussen architect en opdrachtgever) in januari 1982 voor het eerst plaats gevonden.

Pas een jaar na de mondeling tot stand gekomen overeenkomst stuurde de architect een voorschotnota voor het door hem gemaakte voorlopig en definitief ontwerp aan de stichting, die optrad als opdrachtgever voor de bouw van de Andreasschool in Kwintsheul. Dat was dus zes jaar voordat de SR 1988 werden opgesteld en omdat de school in 1984 klaar kwam is het dus onzin om te stellen dat algemene voorwaarden uit 1988 op die bouw van toepassing waren. Maar of de AR 1981 dat wel waren, is niet zeker, want de vermelding daarvan geschiedde pas een jaar na de (mondelinge) opdracht!

De problemen met de Andreasschool rezen echter pas toen die moest worden uitgebreid. Dat dit al vrij kort na de bouw nodig zou zijn, was al door het stichtingsbestuur voorzien want de oorspronkelijke opdracht aan de architect hield de bouw van een jongensschool in van 14 lokalen en een speellokaal. Omdat men verwachtte, dat in 1984 nog niet alle lokalen nodig zouden zijn, werd de opdracht beperkt tot 8 leslokalen en het ene speellokaal. De wel ontworpen 6 lokalen werden dus in reserve gehouden. De declaratie van de architect had dan ook maar op de gerealiseerde school betrekking hoewel hij zijn eerste ontwerp had gemaakt voor een school met 14 leslokalen.

Toen de Andreasschool er vier jaar stond was er al behoefte aan uitbreiding. Dezelfde architect kreeg daarom het verzoek zijn ontwerp van 1981, waarin al met de uitbreiding rekening was gehouden, nader uit te werken. Dat kostte hem blijkbaar niet zo veel moeite want binnen vier dagen had de stichting de tekeningen voor de uitbreiding met zes lokalen in huis.

Toch duurde het nog meer dan een jaar voordat de architect het definitieve ontwerp mocht maken. Dat was er ook weer binnen de kortste keren, maar door geldgebrek kon de stichting slechts drie lokalen realiseren. Wel werd overeengekomen, dat de architect voor zijn werkzaamheden een honorarium kreeg van f. 10.000. Daarmee leek de kous af, want het contact tussen beiden werd verbroken. Dat werd in 1990 door de architect hersteld want hij hoorde, dat de Andreasschool opnieuw uitgebreid zou gaan worden, waarbij van zijn ontwerp gebruik zou worden gemaakt.

Maar toen hij de stichting en ook de aannemer aanschreef, dat dit niet zo maar kon, kreeg hij te horen dat van zijn ontwerp geen gebruik werd gemaakt. De aannemer, die het ene lokaal, waarmee de school opnieuw werd uitgebreid, zou bouwen kon die uitbreiding ook wel ontwerpen. En dat gebeurde. Dat was dus het strijdpunt tussen architect en stichtingsbestuur bij de heren van het Arbitrage Instituut: was er bij de bouw van de tweede uitbreiding nu wel of niet gebruik gemaakt van het architect-ontwerp?

Een vergelijking tussen de uitbreiding met drie lokalen van de architect en die met een lokaal van de aannemer leerde de arbiters dat er zoveel verschillen tussen die twee zaten dat er geen sprake was van het gebruik van ook maar een tekening van de architect. Met name de plattegronden weken sterk van elkaar af en het feit dat de aannemer uit esthetische overwegingen hetzelfde dakprofiel moest hanteren en dat hij ook de door de architect gebruikte constructie-principes diende aan te houden, kon niet tot een andere conclusie leiden.

De uitwendige verschijningsvorm van de tweede uitbreiding was dan wel nagenoeg identiek aan die van de oorspronkelijke school en de eerste uitbreiding, maar dat was volgens de arbiters niet te vermijden. Zij haalden er ook nog de Auteurswet bij; de uitbreiding van de school was immers een wijziging van het oorspronkelijke ontwerp van de architect. Een afwijking van het karakter daarvan zou de auteursrechten van de architect geschonden hebben en daarom hadden stichting en aannemer juist gehandeld.

Toch is de grens tussen het gebruik maken van het ontwerp van een ander en het eerbiedigen van zijn auteursrecht, dat de maker beschermt tegen misbruik of verminking van zijn ontwerp, maar heel vaag. Waar houdt de eerbiediging van een ontwerp op en waar begint de herhaling van het oorspronkelijk werk? Het scheidsgerecht in Groningen trok die grens hier ten gunste van school en aannemer, maar de enige motivering daarvoor was dat de plattegronden afwijkingen vertoonden!

(BR 1994 p. 692)

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels