nieuws

Nieuwe bestemming voor oude benzinestations

bouwbreed

Het Pobureau Industrieel Erfgoed van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg wijdt regelmatig een publikatie aan de herbestemming van karakteristieke industriele monumenten. In de serie ‘Buiten bedrijf’ kwam onlangs een boekje uit over benzinestations. Een bedrijfstak, die nog altijd floreert maar die sterk in ontwikkeling is. Het klassieke benzinestation heeft plaats gemaakt voor zelfbedieningssations met supermarkt.

Aanleiding voor de publikatie was de reddingsoperatie van het te Esso-station van Dudok dat vroeger langs de A2 bij de afslag Vinkeveen stond. Van de in totaal 112 benzinestations, die Dudok tussen 1953 en 1967 voor Esso ontwierp was dit station nog een van de weinige die over is. Ten gevolge van de verbreding van de weg dreigde ook dit te exemplaar te verdwijnen.

Dankzij de Provincie Utrecht, het Autotron, enkele sponsors en Esso zelf kon dit station na een uniek transport over land en water naar het Autotron in Rosmalen worden overgebracht.

Gevleugeld ontwerp

Het benzinestation is twaalf meter lang, zeven meter breed, zeven meter hoog en weegt 108 ton inclusief fundering. Het ontwerp van Dudok, de huisarchitect van Esso, was simpel. Hij nam het ovale logo van Esso als uitgangspunt en tekende er een V boven, zoals het embleem van Ford. De V vormde het dak, dat in de knik op twee poten rustte, waaronder Dudok een losse doos in glasarchitectuur plaatste. Zo had Dudok op vernuftige wijze de basiselementen van een benzinestation, luifel en kiosk in een ontwerp vorm gegeven. Een vorm, die zowel tegemoet kwam aan de gewenste flexibiliteit als aan redelijke eisen van welstand.

De laatste twintig jaar heeft er een ongekende afbraak plaatsgevonden van benzinestations. Niet minder dan 6000 – de helft van het totale bestand in 1970 – zijn er verdwenen. Het waren vooral de kleinere stations van oudere datum, die ten prooi vielen aan ingrijpende saneringsacties sinds de oliecrisis van 1973. Geconfronteerd met teruglopende inkomsten gingen de oliemaatschappijen toen over op de bouw van grote, efficiente zelfbedieningsstations met winkels langs de snelwegen.

Naast de hogere beveiligingseisen door toenemende ongevallen zorgden ook de strenge milieu-wetten in de jaren tachtig voor de nekslag van de kleine stations. Veel pomphouders konden de verplichte saneringskosten niet opbrengen en moesten sluiten.

Nieuwe functies

Slechts door herbestemming en het geven van nieuwe functies ke deze oude benzinestations overleven.

Het oudste station staat in Venlo. Esso bouwde daar aan de Keulse Poort in 1933 een rond gebouwtje met twee vierkante uiteinden als was- en toiletruimte, uitgevoerd in roodbruine baksteen. In 1956 kreeg het een doorsmeerruimte en werden de karakteristieke luifels gesloopt vanwege wegverbreding. Tot 1982 was het in gebruik als VVV-kantoortje en vervolgens als oefenruimte voor een muziekgezelschap. Bij een verbouwing tot theehuis zette men de oorspronkelijke stalen ramen in houten kozijnen. Tussen 1988 en 1994 was er een Indonesisch restaurant in gevestigd en sindsdien staat het leeg. Gelukkig is men zich in Venlo bewust van de waarde van dit oudste benzine-station en wordt nu overwogen het een functie te geven bij het nieuwe, erachter geplande museum voor geschiedenis en volkskunde.

Van Ravesteyn

In Arnhem staat de laatste echte ‘Van Ravesteyn’, de befaamde architect van spoorwegstations. Een van zijn drie laatst overgebleven NS-stations, dat van Den Bosch wordt op dit moment afgebroken. Vorig jaar ontsnapte zijn benzinestation in Arnhem aan de moderniseringsdrift van Fina dankzij plaatsing op de gemeentelijke monumentenlijst.

Op advies van de gemeente nam de eigenaar contact op met een stichting, die atelierruimte voor kunstenaars in beheer heeft.

Uiteindelijk werd het gebouwtje verhuurd aan een drummer. Fina is bereid om, in ruil voor een andere locatie in de stad, het gebouw terug te brengen in de originele staat.

In Nijmegen staat tenslotte aan de Graafseweg het enige benzinestation, dat gerestaureerd en wel voorkomt op de Rijksmonumentenlijst.Het werd in 1936 ontworpen voor Texaco door B.J. Meerman en J. van der Pijl en kreeg de trotse naam ‘Auto Palace’. Met de grote cirkelvormige luifel en de hoge lichttoren is het een uniek voorbeeld van ‘automotive’ architectuur. Restauratie-architect Klaas van Lith, die het station restaureerde heeft nu zelf zijn kantoor in het gebouwtje gevestigd.

Na Esso, Fina en Texaco is nu de beurt aan Shell om een stationnetje te restaureren. Een nog gaaf Shell-station uit 1949 aan de Eperweg in Heerde wacht op snel behoud en restauratie. Dit elegante station is een van de eerste na de oorlog, waarbij de luifel hellend werd geplaatst en op de aanlsluiting met het gebouwtje is afgerond. Het staat leeg en wordt met sloop bedreigd.

Het Pobureau Industrieel Erfgoed is gevestigd aan Broederplein 29 in Zeist. tel. 03404-32999

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels