nieuws

Ministerie komt Algemeen Verbond Bouwbedrijf niet tegemoet Stort bouw- en sloopafval fors aan banden gelegd

bouwbreed

Nog reinigbare grond mag vanaf 1 oktober niet meer worden gestort. Het is het eerste stortverbod van in totaal 32 categorieen afvalstoffen, afkomstig van zowel huishoudens als bedrijven, die minister De Boer van VROM heeft opgenomen in het Besluit Stortverbod Afvalstoffen. Het stortverbod van bouw- en sloopafval gaat in op 1 januari 1996.

Storten is de minst gewenste vorm van het verwijderen van afvalstoffen. Hergebruik staat voorop en als dat niet mogelijk is volgt verbranding onder omzetting in energie. Omdat er in ons land nog niet overal voldoende verbrandingscapaciteit voor het afval aanwezig is, gelden voor de stortverboden voor verschillende categorieen afvalstoffen ook verschillende ingangsdata. Voor de eeuwwisseling zullen al voorgenomen verboden van kracht zijn.

Onder de 32 categorieen, die op korte of iets langere termijn niet meer mogen worden gestort, bevinden zich o.a. koel- en vriesapparatuur en verwarmingsapparatuur, elektrische of elektronische oplaadapparatuur, vliegas, bouw- en sloopafval en residuen, afkomstig van het bewerken van bouw- en sloopafval (categorie 19), zeefzand (categorie 20), straalgrit (21), houtafval (22) en slib, afkomstig van rioolwaterzuiveringsinstallaties (23).

Geen baggerspecie

Een stortverbod voor baggerspecie ontbreekt in dit besluit. Dat is niet omdat het ministerie vindt dat verontreinigde baggerspecie het milieu niet zou schaden, maar omdat de criteria op grond waarvan kan worden vastgesteld of baggerspecie verwerkbaar is of niet, nu nog in ontwikkeling zijn. Op het moment dat dit wel kan, zal worden bekeken of een stortverbod alsnog in dit Besluit zal worden opgenomen.

Overigens ligt het in de bedoeling dat tegen het jaar 2000 20% van de baggerspecie klasse 2,3 en 4 zou moeten ke worden bewerkt voor hergebruik.

Naar 90 % hergebruik

Momenteel wordt 3,5 miljoen ton bouw- en sloopafval gestort, 2,1 miljoen ton wordt onbewerkt toegepast en 8,4 miljoen ton wordt hergebruikt. Het ministerie wil o.a. door middel van dit stortverbod komen tot een hergebruik van 90% in het jaar 2000.

Behalve het verbod tot storten voor herbruikbaar bouw- en sloopafval , geldt het verbod ook voor residuen, afkomstig van het bewerken – in het algemeen breken – van bouw- en sloopafval, omdat die nog vaak aanzienlijke hoeveelheden herbruikbaar materiaal bevatten. Door ook daarvoor een stortverbod uit te vaardigen worden die residuen naar sorteerinrichtingen geleid, waar ze in verschillende fracties worden gescheiden. Op die wijze wordt nog een aanzienlijke reductie van de hoeveelheid te storten afval bereikt, aldus het ministerie in een toelichting.

Bij vergunningverlening voor bouwen of slopen ke gemeenten op grond van de gemeentelijke bouwverordening ook eisen dat het afval al op de bouwplaats wordt gescheiden.

Certificering

Bij ministeriele regeling zullen nog de gevallen worden aangegeven , waarin bouw- en sloopafval en residuen van het bewerken daarvan niet herbruikbaar en/of niet verbrandbaar zijn. De suggestie van het Algemeen Verbond Bouwbedrijf om elke ontdoener van bouwafval aan de hand van voorschriften zelf te laten bepalen of een partij bouw- en sloopafval niet herbruikbaar of niet verbrandbaar is, is “om redenen van handhaafhaarheid” niet overgenomen, aldus het ministerie.

Al evenmin is het verlangen van het AVBB gehonoreerd af te zien van het voornemen dat bedrijven, die de afvoer en verwerking van bouw- en sloopafval verzorgen, gecertificeerd moeten zijn. Al in 1996 dienen in elke geval sorteerbedrijven over een certificaat te beschikken.

“Voor zover andere aanbieders van bouw- en sloopafval zoals slopers, puinbrekers of bouwondernemingen over een certificaat beschikken, ke ook zij niet herbruikbaar bouw- en sloopafval aan een stortplaats aanbieden”, aldus de toelichting bij het Besluit.

Deze gecertificeerde bedrijven zullen herkenbaar zijn aan een te voeren merkteken. Het zal dus niet mogelijk zijn, zoals door het AVBB onder meer uit kostenoverwegingen gesuggereerd, dat bouwwerkgevers zelf aan de hand van een daartoe opgestelde lijst, bepalen of een bepaalde fractie al dan niet herbruikbaar is en dus al of niet mag worden gestort.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels