nieuws

Vooringenomenheid over BNA-gedragscode welstand

bouwbreed

De inhoud van het commentaar ‘Handjeklap’ van Tom Maas in Cobouw van 23 mei 1995 heeft mij zeer verbaasd. Heeft Tom Maas het niet begrepen of is zijn commentaar het resultaat van vooringenomenheid? Ik geef Tom Maas het voordeel van de twijfel; hij heeft de essentie van de BNA Gedragscode Welstand niet begrepen. Maar als dat zo is, dan behoeft de Gedragscode verduidelijking. De Gedragscode richt zich tot BNA-leden. Als architecten die niet zijn aangesloten bij de BNA zich hiernaar zouden gedragen is dat mooi; lid worden van de BNA kan ook.

Doordat in Nederland de titel architect – niet het architectenberoep -beschermd is, valt te constateren dat meer dan 60% van de plannen van niet als architect geregistreerde ontwerpers afkomstig zijn. De woningwet bepaalt dat ingediende bouwplannen door een commissie van onafhankelijke deskundigen moeten worden getoetst aan de hand van door de gemeente vastgestelde criteria. In het vooroverleg kan de welstandscommissie deze criteria toelichten. Het is dus geen taak van de commissie plannen die niet voldoen aan die criteria naar het niveau van een 6 – te tillen.

Op grond van argumenten dient de commissie zo’n benedenmaats plan af te wijzen. Eventueel kan de verantwoordelijke gemeente de opdrachtgever adviseren een geregistreerde architect in te schakelen (voor een harttransplantatie ga je toch ook niet naar de drogist). Om te vermijden dat opdrachtgevers na afwijzing vervolgens een architect inschakelen die lid is van de commissie, is het BNA-leden in de commissie verboden opdrachten over te nemen die zij zelf hebben afgekeurd.

Tom Maas stelt dat je bijkans een heilige moet zijn om een plan van een collega welstandslid zuiver te beoordelen. Ook hier begrijpt Tom Maas er volgens mij niet veel van. Juist om die subjectieve elementen bij toetsing te vermijden stelt de BNA zich op het standpunt dat de welstandscommissie slechts de wettelijke taak heeft te toetsen aan de hand van de – vooraf bekende, door de gemeente in de bouwverordening vastgestelde – welstandscriteria (marginale toetsing). Ook de plannen van een collega welstandslid worden getoetst aan de vooraf bekende criteria; de adviezen en de daarin gegeven argumentatie zijn openbaar.

De maximale zittingsperiode van 2 x 2 jaar dient te voorkomen dat welstandsleden een stempel drukken op de beoordeling. Regelmatige ‘verversing’ van commissieleden en betrokkenheid van de georganiseerde architecten bij benoemingen van nieuwe commissieleden, zal het maatschappelijk draagvlak – en acceptatie – van welstand doen vergroten.

De kwaliteit van de gebouwde omgeving plukt hier de vruchten van; daar ging en gaat het uiteindelijk om.

Als Tom Maas zijn commentaar de titel ‘Handjeklap’ meegeeft, bevestigt hij eigenlijk zelf de noodzaak van de (inhoud van) de BNA Gedragscode Welstand; de BNA is dus op de goede weg.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels