nieuws

Toekomst economie Gaza blijft somber

bouwbreed

De economische vooruitzichten voor Gaza zijn weinig florissant. Meer dan de helft van de beroepsbevolking zit zonder werk, vertragingen teisteren ontwikkelingspoen en de Palestijnse industrie lijdt onder de Israelische beperkingen voor het grensverkeer. De PLO lijkt tot weinig verbeteringen in staat, waardoor Islamitische groeperingen een steeds williger gehoor vinden voor hun tirades tegen het akkoord met Israel. In dat land neemt de waardering af voor de overeenkomst die premier Y. Rabin in september 1993 met de PLO sloot, na enkele aanslagen door militante Islamieten.

Het Palestijnse Nationale Bestuur (PNA), Israel en de internationale geldgevers geven elkaar de schuld van de slechte gang van zaken in de Palestijnse gebieden met zelfbestuur. Vertegenwoordigers van de VN menen dat de internationale donors hun aandacht, gecoordineerd door het noodhulpprogramma van de Wereldbank, teveel richtten op poen voor de lange- en middellange termijn. Voor de korte termijn bestond minder oog terwijl de realisatie van de andere poen meer tijd in beslag nam dan verwacht. In november vorig jaar viel het besluit het hulpprogramma versneld uit te voeren. Toen op 22 januari een bomaanslag volgde in Israel sloot dat land de grens met Gaza en maakte een begin met ‘economische apartheid’. Een maatregel die de gedachte achter het Wereldbank-programma doorkruiste. Dat ging namelijk uit van de economische integratie van Israel en Gaza.

Begrotingstekort

Als gevolg van de Israelische grensmaatregelen schuiven de internationale geldgevers de poen voor de lange termijn op en geven nu de voorkeur aan arbeidsintensieve programma’s voor de korte termijn. De Israelische acties zorgen onder meer voor een drastisch lagere belastingontvangst van het PNA. De donorlanden financieren dan welbeschouwd met hun bijdragen het begrotingstekort van de PNA dat tussen april en september van dit jaar minimaal zo’n f. 217 miljoen bedraagt. Voor poen blijft nagenoeg niets over. De Palestijnen verwachten vooralsnog weinig van de buitenlandse steun. Voor de eerste drie jaar werd ruim f. 1,8 miljard toegezegd, waarvan slechts een klein deel daadwerkelijk is ontvangen. De donoren eisen dat de Palestijnen voor de ontvangst van de gelden goed functionerende instituten aanwijzen. De Palestijnse Raad voor Ontwikkeling en Wederopbouw (PECDAR) stelt dat de opbouw van dergelijke instanties tijd en kennis vergt en ook de inzet van de buitenlandse expertise die de donorlanden vooralsnog niet willen geven.

Moeizaam

De internationale geldgevers zeggen nog weinig duidelijkheid te ke ontdekken in de wijze waarop het PNA beslissingen neemt en wie daarvoor verantwoording draagt. Ook de inrichting van wet en regel verloopt uitermate moeizaam. In november presenteerde het PNA een ontwerp-Investeringswet voor Gaza en de Westoever. Het ontwerp stond de oprichting toe van bedrijven die volledig buitenlands eigendom zijn. Buitenlandse en plaatselijke investeerders zouden diverse fiscale tegemoetkomingen krijgen. Het lag in de bedoeling het ontwerp eind vorig jaar definitief te maken; een stap die tot op heden nog niet is gezet. De vertraging weerhoudt buitenlandse investeerders niet van het indienen van plannen. De inwilliging ervan verloopt echter stroef. Op 31 maart waren slechts 68 bouwpoen goedgekeurd met een totale contractwaarde van zo’n f. 53,5 miljoen. De Wereldbank liet intussen weten dat de Palestijnen eind vorig jaar ruim f. 367,5 miljoen hadden gekregen voor onder meer bouwwerken.

Succes

Tot op heden boekte het Amerikaanse Bucheit International met de opening van een fabriek voor betonnen bouwdelen het grootste particuliere zakelijke succes. Redelijk vlot verloopt ook de realisatie van het vliegveld Gaza. Eerder ondertekende het PNA met het Arabisch Aannemersbedrijf, een Egyptisch-Palestijns gezamenlijk bedrijf, het contract voor een burgerluchthaven die jaarlijks zo’n 350.000 passagiers kan verwerken. De investering beloopt ruim f. 24 miljoen. Het Palestijnse Ontwikkelings- en Investeringsbedrijf (PADICO) bouwt met Amerikaanse hulp een energiecentrale van 160 MegaWatt in Gaza. De Palestijnse onderneming richtte drie dochterbedrijven op voor investeringen in de industrie, het toerisme en vastgoed. Een verdere ontwikkeling van de particuliere sector vereist een bestendiging van het vredesproces en meer bevoegdheden voor de uitvoerders van het Palestijnse zelfbestuur. Het vraagt tevens meer betrokkenheid van het buitenland in deze.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels