nieuws

Teveel architectuur

bouwbreed

Stukje bij beetje wordt het stadhuis van Den Haag de komende maanden in gebruik genomen. Het rumoer in de bladen zwelt aan en ook op straat komen de reacties over deze ‘ijskast’ los. Het fraaie, complete en voordelige overzichtsboek dat Philip Jodidio, hoofdredacteur van het Parijse kunsttijdschrift Conaissance des Arts, over het oeuvre van architect Richard Meier heeft samengesteld, komt dus precies op het goede moment.

De korte toelichtende teksten (in Engels, Duits en Frans) bij de 27 plannen en poen zijn, net als de inleidende beschouwing van ruim veertig pagina’s, helder en bondig geschreven. Jodidio is ook te prijzen voor de nuchterheid van zijn toon. Allicht bewondert hij het werk van Meier, dat op zijn best is “als het gebouwd lijkt te zijn uit licht”. Maar hij verheelt niet dat er bij sommige poen sprake is van “teveel architectuur”. Dat vindt hij bijvoorbeeld van het hoofdkantoor van KNP-BT in Hilversum. Blijkbaar moeten de talloze complexe geometrische details bewijzen dat Meier een ‘virtuoso’ is, maar dat had, aldus Jodidio, ook simpeler gekund.

Het belangrijkste wat Meier in Europa heeft geleerd, vindt Jodidio, is het denken over architectuur in termen van stedebouw. Het zeer grote stadhuis in Den Haag is daarvan een voorbeeld. In zijn bespreking van dit gebouw bewijst dat Jodidio dat hij goed op de hoogte is van de ingewikkelde feitelijke omstandigheden wat betreft de plaats in de stad en het opdrachtgeverschap. Volgens Jodidio zou het atrium in het stadhuis het grootste van Europa worden en qua oppervlak vergelijkbaar zijn met het San Marcoplein in Venetie. Het atrium zal een van Meier beroemdste werken worden, denkt Jodidio, en bewijst dat hij als een van de weinige architecten in staat is om zowel intieme woningen als grootstedelijke gebouwen te ontwerpen. Het wordt Meier vergeven dat de complexe situatie rare hoeken oplevert zoals die winkel met “goedkoop meubilair” pal op de as naar de hoofdentree. Ook betrekt Jodidio bij zijn beschouwing dat dit gebouw voor hetzelfde budget gebouwd moest worden als bijvoorbeeld het drie keer kleinere hoofdkantoor van Canal+ in Parijs.

Door dit beperkte budget werd Meier gedwongen tot innovaties. Hij wilde een “nieuwe standaard” voor goedkope kantorenbouw bereiken. Het stadhuis, dat behalve genoemde meubelzaak trouwens ook andere winkels en kantoorruimte bevat en een grote bibliotheek, is daarom het eerste gebouw dat Meier op de computer uitwerkte. Jodidio noemt het computergebruik essentieel voor de kostenbeheersing.

Het enige wat bijzonder spijtig is aan dit rijk geillustreerde overzichtswerk is dat illustraties van Meiers meest spectaculaire werk ontbreken, het Getty Center in Los Angeles. Dit werk is nog in uitvoering. Maar er is vast wel meer te zien dan dat ene natuursteenhoekje dat nu is afgebeeld (naast de al bekende maquettefoto’s). Dit gigantische museum, met een budget van $733 miljoen voor bijna 88.000 vierkante meter zal in 1997 klaar moeten zijn. Het zal, daartoe gedwongen door plaatselijke voorschriften, het eerste niet witte gebouw van Meier zijn. Wellicht wel teveel architectuur, maar in ieder geval geen ijskast.

P. Jodidio: ‘Richard Meier’. Uitg.: Benedikt Taschen 1995; 175 pag, 30×23 cm; f. 39,90. ISBN 3 8228 9256 4.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels