nieuws

N-Brabant zoekt winlocaties voor beton- en metselzand

bouwbreed

De provincie Noord-Brabant heeft het gebied Beers/Cuijk definitief aangewezen voor winning van 14 a 16 miljoen ton beton- en metselzand ten behoeve van de nationale behoefte. Omdat met het rijk een grotere taakstelling (maximaal 33,5 miljoen ton) is overeengekomen, moeten de komende jaren nog enkele nieuwe locaties gevonden moeten worden. Gedacht wordt aan Rosmalen-Empel en de Biesbosch. Maar ook verbreding van het winterbed van de Maas biedt mogelijkheden.

Dit blijkt uit het ontwerp ‘Ontgrondingenplan Beton- en Metselzand’, dat gedeputeerde staten hebben vastgesteld. De nota geeft duidelijk aan dat de mogelijkheden voor winning van beton- en metselzand steeds beperkter worden. In feite komt deze soort oppervlaktedelfstof nog voornamelijk in Zuidoost-Nederland voor.

Maar ook daar wordt de winning steeds problematischer. Volgens GS zijn door uitbreiding van steden en aanleg van infrastructurele werken “aanzienlijke potentiele winplaatsen verloren gegaan”. Agrarische belangen en leefbaarheid van woonomgevingen maken het aanwijzen van wingebieden steeds moeilijker.. De maatschappelijke weerstand neemt toe.

Taakstelling

Voor de periode 1999-2008 moet volgens het rijk 226 tot 268 miljoen ton beton- en metselzand worden gewonnen. Die prognose is afgeleid van de te verwachten investeringen in de bouw. De provincie Noord-Brabant heeft zich gecompromitteerd voor maximaal 33,5 miljoen ton: 18% van de nationale behoefte.

De enige locatie die vaststaat, is Beers/Cuyk. Deze heeft een omvang van 110 ha en een geraamde opbrengst van 14 a 16 miljoen ton. Daarmee wordt slechts voorzien in een deel van de Brabantse taakstelling. Voor de resterende 19,5 miljoen ton beton- en metselzand zullen derhalve gedurende de taakstellingsperiode nieuwe zandwinmogelijkheden gecreeerd moeten worden.

Het deltagebied Rosmalen-Empel, waar in het kader van het Vinex-Uitwerkingsplan Stadsregio ‘s-Hertogenbosch de realisering van een grootschalig plassengebied is beoogd, biedt hiervoor volgens GS “in potentie zowel ruimtelijke als functionele mogelijkheden”. Dit gebied zal nader op zijn merites voor beton- en metselzandwinning onderzocht worden.

Wellicht ke ook secundaire ontgrondingen (werken die om andere redenen dan het winnen van oppervlaktedelfstoffen worden uitgevoerd, zoals bijvoorbeeld aanleg van spaarbekkens voor drinkwater en natuurpoen) soelaas bieden.

In dit verband denken GS aan de voorgenomen realisering van een vierde spaarbekken nabij de Biesbosch (het zogeheten Jannezand) en een of meer natuurbouwpoen in de Maasvallei. Onderzoek moet uitwijzen of deze locaties geschikt zijn voor winning van beton- en metselzand.

Aanpak van Maas

In die studie zullen GS nadrukkelijk ook betrekken de aanbevelingen van de commissie-Boertien om de wateroverlast van de Maas in de toekomst te beperken. Een van de voorgestelde maatregelen behelst verruimen van het doorstromingsprofiel van de rivier. Niet alleen in Limburg, maar ook in Noord-Brabant.

Volgens GS komt dit neer op verdieping of verbreding van het zomerbed, dan wel afgraving van het winterbed. Bij uitvoering van die maatregelen zullen volgens hen naar verwachting “grote hoeveelheden beton- en metselzand vrijkomen”. Primair gaan ze uit van zomerbedverlaging.

Aangezien alle genoemde mogelijk nieuwe winlocaties nog met grote onzekerheden zijn omgeven, blijven eerder al genoemde -en reeds onderzochte- locaties Lith-Zuid en Ravenstein voorlopig betrokken bij de besluitvorming over het aanwijzen van vervolglocaties.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels