nieuws

Lyon vernieuwt ouderwets imago

bouwbreed

De reputatie van de stad Lyon is lange tijd gebaseerd geweest op de zijde-industrie, de gastronomie en de wijnen uit de heuvels rondom. Lyon werd vroeger gezien als een wat conservatieve stad tussen de Rhone en Saone, waar de gegoede families de touwtjes van het bedrijfsleven in handen hielden. De jaren tachtig hebben daar verandering in gebracht.

De aanleg van de eerste supersnelle TGV-trein verbinding die Parijs binnen twee uur van Lyon bracht, heeft de tweede stad van Frankrijk open gegooid. De verkiezing van de dynamische burgemeester Michel Noir in 1987, was het startschot voor ingenieurs en architecten om Lyon grootscheeps te verbouwen. Hierbij werd in de eerste plaats rekening gehouden met de wensen van de inwoners en de verbetering van het leefklimaat. Monumenten en oude gebouwen werden gerenoveerd, zo niet verbeterd.

‘Grand Lyon’ het raamwerk waar binnen de poen voor stadsontwikkeling zijn gepland, diende ertoe het imago van Lyon te moderniseren en er een Europese metropool van maken, waar het voor buitenlandse bedrijven goed toeven is. Hierbij moest met belangrijke factoren rekening worden gehouden zoals het feit dat de verschillende agglomeraties van Lyon – van Villefranche tot aan Saint Etienne – qua ontwikkeling gelijk zouden oplopen.

Futuristisch

Een tweede niet onbelangrijk punt is de centrale ligging van Lyon in het land. Het verleggen en verbreden van verkeerswegen door en om de stad heen maken integraal deel uit van ‘Grand Lyon’.

Het resultaat is na enkele jaren goed zichtbaar. Overal is de renovatie en uitbreiding van de stad een feit. Of het nu de spectaculaire verbouwing is door Jean Nouvel van het opera-gebouw op het schiereiland, het museum voor schone kunsten in het Benedictijner klooster van Saint-Pierre (Wilmotte), of het vliegveld Lyon-Satolas van de Spaanse architect Santiago Calavatra, Lyon zit duidelijk in een niet te stuiten ontwikkeling.

Lyon heeft bovendien bewezen dat een geschiedenis van 2000 jaar heel goed in een nieuw jasje past en een stad zich zelfs een futuristische dimensie kan geven zonder een storend element te zijn voor de natuur.

Het po ‘La Cite Internationale’ van de bekende Italiaanse architect Renzo Piano dat in het noord-oosten van Lyon op de Rhone-oever verrijst bewijst dit. Op de plek waar vroeger de lelijke gebouwen van de Foire van Lyon stonden; aan de noordzijde van het enorme stadspark ‘Tate d’Or’ is in drie jaar tijd een indrukwekkend futuristisch complex neergezet, bestaande uit een congrescentrum (15.000 m2), kantoren (32.000m2), een museum voor moderne kunst en 14 bioscopen (13.000m2). Het po moet worden voltooid met de bouw van een vier sterren hotel (20.000 m2) en een groot aantal luxe flatwoningen.

De bouw begon met de infrastructuur rondom, dat wil zeggen het verleggen van de verkeersader Achille Lignon, die langs het stadspark liep. De nieuwe verkeersweg, de Quai Charles de Gaulle, loopt nu vlak langs de Rhone en is een tweebaansweg voor het drukke verkeer van en naar het noorden. In een tweede fase moet de kade aansluiten op het wegennet naar de noordelijke rondweg, de noord-zuid auto-route en het vliegveld Satolas.

Renzo Piano en burgemeester Noir eisten dat de natuur langs de Rhone zou worden gerespecteerd. De kade tussen de ‘Cite Internationale’ en de rivier moest een verlengstuk zijn van het achterliggende park. Dit betekende veel groen, natuurlijke bouwmaterialen en groot aantal kopzorgen voor tuinarchitect Michel Corajoud.

Corajoud: “Piano heeft met zijn ontwerp de stadsontwikkeling een filosofische benadering gegeven. Het park wordt als ’t ware doorgetrokken naar de Rhone-oever, waar het eindigt in de natuurlijke vegetatie. Het geheel moest een intieme en kalme indruk geven, ondanks de activiteiten en het verkeer. Het is een vorm van stadsontwikkeling, die veel aangenamer is voor de inwoners. De voormalige quai Achille Lignon wordt nu een lommerrijke promenade, met een rijbaan voor het busvervoer. De nog te bouwen flatwoningen en het vier sterren hotel, het museum voor moderne kunst en het gebouw van Interpol (dat aan dezelfde laan ligt) krijgen daarmee een veel aangenamer entree.”

SAARI-groep

Op de quai Charles de Gaulle rijdt het verkeer inmiddels in beide richtingen.

Langs de nieuwe Rhone-oever kan het publiek flaneren of kilometers fietsen. De oever is volledig opgehoogd en uitgevoerd in de creme kleurige Villeboy stenen die je in de oude stad terugvindt. Hij is omzoomd door honderden bomen en planten.

De Cite Internationale wordt gebouwd door de SAARI-groep en heeft een oppervlak van 220.000 m2. Het complex ‘buigt’ als ’t ware mee met de Rhone over een totale lengte van 750 meter.

Het bestaat uit twee parallel opgetrokken gebouwen. Tussen de twee gebouwen is een met glas overdekte winkelstraat gecreeerd waar groen- en waterpartijen domineren.

Het museum voor moderne kunst (6845 m2) dat in december wordt geopend, heeft als enige een deel van de monumentale voorgevel van het oude beurs gebouw behouden, aan de kant van de promenade Achille Lignon. Hier heeft Piano gebruik gemaakt van de speciale lichtval door de hoge ramen, veroorzaakt door de bomen van het park. Het museum is ook toegankelijk vanaf de binnenstraat van de Cite, waar de rode baksteen van de Cite domineert.

Alle nieuwe gebouwen zijn uitgevoerd in deze speciaal ontworpen gefragmenteerde rode langwerpige stenen elementen. Ze zijn niet gemetseld, maar in een roestvaststalen frame gedrukt, dat op de betonnen gevels is aangebracht. Het systeem is ook voor veel binnenmuren gebruikt.

De voorgevels hebben voor een groot deel een dubbele glazen huid van panelen, die bovenaan op het dak naar elkaar toebuigen.

Renzo Piano: “Ik heb hiermee de stijl van de glazen tuinserres uit de vorige eeuw willen oproepen. Hiervan staat een pracht exemplaar in het park. De grote congreszaal (900 plaatsen) heb ik in het souterrain geplaatst. Aan de achterzijde komt het uit op een groot terras. Dit vergemakkelijkt een eventuele evacuatie – de hele achterwand bestaat uit glazen deuren – er is een brede trap naar boven, dus sta je zo op straat. De twee kleinere congreszalen (300 plaatsen) bevinden zich op de eerste etage. De restaurants zien uit op het park.”

Leefklimaat

De twee gebouwen staan met elkaar in verbinding door middel van een glazen hal met een open verdieping. Aan alle zijden geeft dit zicht op de ‘binnenstraat’. Het licht komt van alle kanten naar binnen en de bovenverdieping geeft uiteraard een prachtig uitzicht over Lyon en de Rhone.

Met de binnenstraat heeft Piano de Cite Internationale een kloppend hart toegedacht. Het glazen dak is op 11 meter hoogte aangebracht, maar is open aan de zijkanten. Op de begane grond bevinden zich winkels en diensten.

Ook hier een filosofische benadering. Piano ziet de straat als een belangrijk sociaal element: “De congresgangers, de zakenmensen, werknemers en bezoekers hebben vrij toegang tot alle onderdelen van de Cite. De winkels, de bioscopen, het hotel, het museum en de flatwoningen, alles is te voet bereikbaar in een aangenaam kader. Het werken en wonen in de stad moet weer aangenaam worden. Het oude concept van werken in het centrum en wonen in wijken aan de rand van de stad heeft zijn tijd gehad. De stadscentra moeten opnieuw worden bevolkt. Het is mogelijk, als je het juiste leefklimaat weet te creeren. De Cite Internationale is dan ook geen specifiek zakencentrum, maar een nieuwe vorm van werken en wonen in de stad.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels