nieuws

Economische effecten ‘infra’ niet universeel

bouwbreed

In twee eerdere artikelen is reeds ingegaan op de onzekerheid van de economische effecten van investeringen in infrastructuur. De effecten voor de bouw en voor de economie als geheel zijn niet universeel, maar sterk afhankelijk van het type infrastructuur. De diversiteit hiervan staat in dit artikel centraal.

Onder infrastructuur wordt niet alleen transport- en nutsvoorzieningen verstaan, maar ook zaken als waterbeheer, riolering en dijkverzwaring. Investeringen in infrastructuur ke een operationeel of een strategisch karakter hebben. Aan deze verschillen in typen infrastructuur wordt in economische modellen in het algemeen onvoldoende recht gedaan. Bij de berekening van economische effecten wordt teveel naar gemiddelde poen gekeken. De economische effecten an dijkverzwaring mogen ons inziens evenwel anders worden ingeschat dan die van de oplossing van een belangrijk verkeers-knelpunt.

Ook in de berekeningen van het rendement van grote poen als Schiphol en de Betuwelijn wordt hieraan weinig aandacht besteed. Een sprekend gevolg hiervan kan zijn dat de economische effecten van een compleet ondertunnelde Betuwelijn groter zijn dan die van bovengrondse aanleg. Het investeringsbedrag is dan immers hoger. En het rendement op elke geinvesteerde gulden wordt gelijk verondersteld, ongeacht of die bijdraagt aan het oplossen van verkeers-knelpunten of niet. Dit is echter niet geloofwaardig omdat het voor de produktiecapaciteit van de Nederlandse economie weinig uitmaakt of de Betuwelijn al dan niet ondergronds wordt aangelegd. Voor zaken als milieu en veiligheid zijn er uiteraard wel verschillen.

Voor de bouw is ondergrondse aanleg wel attractiever. Omdat daarmee meer geld is gemoeid, zal de werkgelegenheid en produktie in de bouw en toeleverende sectoren groeien: het bestedingseffect is groter. Naast verschillende uitvoeringen van een bepaald po zijn natuurlijk vooral verschillen tussen poen van belang. De arbeidsintensiteit van bepaalde typen poen kan immers sterk verschillen. Zo levert een impuls in de baggerindustrie waarschijnlijk minder extra banen in de bouw op, dan eenzelfde aantal extra orders in de straatmakershoek. Daarentegen kan het effect op de totale economie (bijvoorbeeld uitbaggeren Rotterdamse haven) weer gunstiger zijn.

Prioriteiten

Kortom wat de effecten van investeringen in infrastructuur op de nationale economie zijn, kan moeilijk in zijn algemeenheid worden gesteld. Het ene po is immers het andere niet. Wegens de uiteenlopende effecten en rendementen verdient het de voorkeur onderscheid te maken tussen verschillende typen infrastructuur. Dit maakt het mogelijk om binnen de uitgaven aan infrastructuur prioriteiten te stellen. Dat is ook om financiele redenen noodzakelijk: de beschikbare middelen zijn beperkt. Dit houdt echter tegelijkertijd in dat extra uitgaven aan infrastructuur wenselijk zijn, indien de realisatie van de meest rendabele poen met de huidige middelen niet mogelijk is.

*) Groot en Veraart zijn onderzoekers bij het Economisch Instituut Bouwnijverheid

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels