nieuws

Arbeidsomstandigheden dakdekkers onder de loep

bouwbreed

De branchevereniging Het Hellende Dak is in samenwerking met TNO Bouw een onderzoek gestart naar mogelijkheden om de arbeidsomstandigheden van dakdekkers te verbeteren. Naar analogie van een vergelijkbaar po voor metselaars zal het onderzoek waarschijnlijk uitmonden in een soort ‘opkar’ voor het transport van dakpannen.

Dakdekker is niet echt een gewild beroep. De fysieke belasting is daar grotendeels debet aan. Rugklachten zijn onder dakdekkers eerder regel dan uitzondering. Een gemiddelde pannenlegger laat al gauw zo’n 3000 pannen per dag door z’n handen gaan. Dat betekent in totaal een gewicht van 24 ton dat een ploeg van drie man dagelijks te verwerken krijgt. Het gebrek aan vakmensen, dat in de hele bouw speelt, manifesteert zich in de dakdekkersbranche dan ook wel heel duidelijk. Ing. P. Langenberg, directeur van Het Hellende Dak: “Onze branche heeft twee grote nadelen. Wij ke nooit direct van de scholen personeel werven omdat iemand volgens de wet pas op zijn achttiende het dak op mag. Bovendien is het werk van dakdekker fysiek zo zwaar, dat een dakdekker van boven de veertig een zeldzaam verschijnsel is.”

Om de instroom te vergroten en bestaande dakdekkers langer voor het vak te behouden ontplooit Het Hellende Dak diverse activiteiten. Allereerst moet een verbreding het vak aantrekkelijker maken. “Het leggen van pannen in grote vlakken is in feite het onaantrekkelijkste deel van het werk. Als het vak breder wordt en de dakdekker verantwoordelijk is voor het complete bouwdeel ‘dak’ is dat pannenleggen slechts een klein onderdeel van de werkzaamheden”, aldus Langenberg.

Mechanisatie

Om de fysieke belasting van de dakdekkers te verlichten is Het Hellende Dak onlangs samen met TNO Bouw en Redland Dakprodukten een onderzoek gestart naar de mogelijkheden tot mechanisatie. Ook de firma’s Schaap uit Muiden, Hamminga uit Smilde, Daktimo uit Mook en Visser uit Emmen maken deel uit van de werkgroep die het onderzoek begeleidt. Met het NVOB en de brancheorganisatie voor bouwmachinefabrikanten BMWT zijn inmiddels eveneens contacten gelegd.

Met name het opperen van de dakpannen is fysiek zo belastend dat er naar alternatieven wordt gezocht. Volgens Langenberg zijn er twee mogelijkheden om de arbeidsomstandigheden te verbeteren. In de eerste plaats zou er met een mobiele kraan ke worden gewerkt die door de dakdekker op het dak met behulp van een afstandsbediening kan worden bediend. Of dat een ideale oplossing zal zijn moet nog worden uitgezocht, maar Langenberg ziet direct al problemen. Want met een kraan kun je prima de dakpannen naar boven vervoeren, maar hoe raak je het afval door breuk en verzagen weer kwijt? Bovendien is een kraan lang niet in alle situaties inzetbaar.

In eerste instantie wordt daarom gedacht aan de tweede mogelijkheid, de ontwikkeling van een soort ‘opkar’ die in alle situaties toepasbaar is. Een opkar is een elektrisch aangedreven alternatief voor de kruiwagen, waarmee pakketten dakpannen ke worden verplaatst zonder noemenswaardige lichamelijke belasting.

In een vergelijkbaar po van TNO Bouw, de baksteenindustrie, de metselbedrijven en het NVOB is al een dergelijke opkar ontwikkeld voor het opperen van metselstenen. Machinefabriek De Oude Rijn in Pannerden, die ook die opkar had ontwikkeld, werkt momenteel aan een prototype voor de dakdekkers. Nadat die op zijn praktische mogelijkheden is beoordeeld, wil Het Hellende Dak er een proefpo mee uitvoeren waar de leden van de vereniging kennis ke maken met het nieuwe hulpmiddel.

Ergonomisch onderzoek

Een opkar kan de fysieke belasting van het transport naar de stenenlift verminderen, voor het horizontale en verticale transport van de pannen over het dak moet een andere oplossing worden gezocht in de vorm van daklorries of glijgoten. Voordat het zover is wil Het Hellende Dak echter eerst laten onderzoeken waar precies de knelpunten zitten in de fysieke belasting van het werken op het dak. Dit ergonomisch onderzoek zal waarschijnlijk in de loop van volgend jaar worden uitgevoerd door de Stichting Arbouw.

Het nu lopende vooronderzoek wordt door TNO Bouw gefinancierd door middel van subsidie van het Ministerie van Economische Zaken. Waar voor het vervolgonderzoek de nodige middelen vandaan moeten komen, baart Langenberg nog grote zorgen. Het Hellende Dak is niet kapitaalkrachtig genoeg en dus aangewezen op financiele ondersteuning uit de dakpannenindustrie en bijdragen uit het O en O fonds en van EZ. Desondanks verwacht Langenberg in de loop van 1996 al resultaten.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels