nieuws

Van der Meulen: “Wel bereid tot flexibilisering bouw-cao” Bouwbond CNV wijst cao steigerbouw af

bouwbreed

De Hout- en Bouwbond CNV voelt niets voor een geheel eigen cao voor de ongeveer 4000 werknemers in de steigerbouw. Maar voorzitter F. van der Meulen is wel bereid te komen tot een een raam-cao voor de bedrijfstak bouw (“waartoe steigerbouwers ten principale gerekend moeten worden”), met specifiek op de steigerbouw toegesneden bepalingen. Die flexibilisering zou de branche dan moeten helpen in de strijd tegen scheve concurrentie.

Vorige week zette voorzitter A. L. P. Moerenhout van de Vereniging van Steiger- en Hoogwerkbedrijven (VSB) in Cobouw uiteen waarom de branche zoveel moeite heeft met de op haar van toepassing verklaarde bouw-cao:

steigerbouwers ke niet uit de voeten met het systeem van verplichte atv-dagen, collectieve zomersluiting en wintersluiting omdat ze doorgaans opereren in bedrijfstakken met geheel andere arbeidstijden en er wordt betaald voor regelingen (bijvoorbeeld vorstverlet) waarvan niet geprofiteerd wordt (veel bedrijven kennen geen vorstverlet, omdat ze in de petro-chemische industrie werken).

Dure cao

Steigerbouwers zitten volgens Moerenhout opgescheept met een dure cao, die ze als knellend ervaren en hen in een onmogelijke marktpositie plaatst. Ze moeten het opnemen tegen concurrenten die een goedkopere cao (schoonmaak, uitzend, metaal, transport etc.) toepassen.

Uitgesloten

“Een eigen cao is volstrekt uitgesloten”, zegt Van der Meulen gedecideerd. Elk bedrijf dat zich bezighoudt met steigerbouw valt volgens hem onder de bouw-cao. Dat bepaalde bedrijven een goedkopere cao hanteren, kan hem niet tot andere opvattingen bewegen: “Dat argument van misbruik is geen argument om te komen tot een aparte cao voor de steigerbouw. Iedereen wil een cao die hem het best past. Maar zo werkt dat niet. Steigerbouwers vallen onder de bouw-cao. Daarover is geen discussie mogelijk. Wel zijn wij bereid om voor de branche uitzonderingen te maken waar het de toepassing van specifieke bedrijfstakregelingen betreft”, zegt hij.

De voorzitter van de CNV-bouwbond erkent dat het systeem van atv-dagen de steigerbouwers in een lastig parket brengt: “Ik vind dat atv-dagen in feite per onderneming geregeld zouden moeten worden. Dan ben je van dat probleem verlost. Maar onze leden hebben juist op collectieve aanpak aangedrongen, om te voorkomen dat bedrijven de hand lichten met die atv-dagen. Maar het moet mogelijk zijn om voor specifieke branches de atv-systematiek te flexibiliseren.”

Restitutie

Ten aanzien van de vorstverletregeling wijst Van der Meulen op het bestaan van een restitutieregeling. “Bedrijven die van tevoren aangeven dat ze niet van plan zijn bij het risicofonds declaraties voor vorstverlet in te dienen, ke tot maximaal 80 procent van de betaalde premies terug krijgen. Er is dus een regeling die de steigerbouwers heel ver tegemoet komt”, legt hij uit. De werknemersorganisatie heeft, kortom, begrip voor de problemen van de steigerbouwers en is bereid om daarvoor, in overleg, een passende oplossing te zoeken. “Maar het mag niet zo zijn dat steigerbouwers dan alleen de krenten uit de pap halen. Het bedrijfstakbelang dient primair te blijven. Op bepaalde punten zijn echter wel degelijk handreikingen mogelijk. Zo overleggen we momenteel met de wegenbouw over het toestaan van afwijkingen van de arbeidstijden”, aldus Van der Meulen.

Rechter

Inmiddels heeft de Utrechtse kantonrechter mr. W. B. de Jong nog eens bevestigd dat steigerbouwers onder de bouw-cao vallen. Het steigerbouwbedrijf BV Zeeuws Servicebedrijf II uit ’s Gravenpolder wilde naar de cao voor de grootmetaal. Maar de rechter wees inwilliging van een eis daartoe af.

Van der Meulen wijst er tenslotte op dat afsluiten van een eigen cao voor de steigerbouwbedrijven vergaande financiele gevolgen heeft: “Ze komen dan met enorme lasten te zitten voor vakopleiding en vut-regeling, zaken die nu uitgesmeerd worden over de gehele bedrijfstak.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels