nieuws

Speciaal beleid voor oudere bouwvakkers loont de moeite

bouwbreed

Als in de bouw een actief seniorenbeleid wordt gevoerd, kan er op korte termijn 7 % worden bespaard op de totale uitgaven voor ziekte en arbeidsongeschiktheid. Tot die conclusie komt het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid na een studie over de positie van de oudere werknemer in de bedrijfstak.

Zelfs als men een ouderenbeleid alleen maar zinvol zou vinden als de kosten ervan de baten niet overstijgen is het volgens het EIB voor de bouw al zinvol. Er zou eerst nog f. 14 miljoen extra ten behoeve van oudere werknemers ke worden geinvesteerd voordat het punt wordt bereikt dat de kosten de baten te boven gaan.

Maar dan te stoppen zou ook nog kortzichtig zijn. Zelfs als een beleid op dit terrein op korte termijn niet direct lonend blijkt, ke op den duur de gevolgen in de sfeer van besparingen aanzienlijk oplopen. Alleen al in het kader van uitkeringen vallend onder de wao werd in 1992 f. 2 miljard uitgekeerd. Daarmee ligt het uitkeringsbedrag bijna tweemaal boven het uitkeringsniveau in het kader van de Ziektewet. Het voorkomen dat oudere bouwvakkers in de wao geraken levert de bedrijfstak dus een grote besparing op.

De uitval wegens arbeidsongeschiktheid is onder werknemers vanaf 45 jaar vier tot vijfmaal hoger dan onder werknemers onder deze leeftijd. Onder werknemers vanaf 55 jaar is die uitval zelfs zes tot zeven keer zo hoog.

Graag in de vut

Om twee redenen worden door het EIB bouwvakarbeiders vanaf 45 jaar tot de oudere werknemers gerekend. Ten eerste worden de problemen die zich met betrekking tot ouderen voordoen – geen grotere frequentie van ziekmeldingen, wel langere verzuimduur – zichtbaar vanaf die leeftijd.

Maar bovendien zijn er in de bouw relatief weinig oudere werknemers in de leeftijdsklassen vanaf 50 jaar te vinden.

Dat komt doordat een deel in de wao is beland, een ander deel de bedrijfstak alsnog heeft verlaten of werkloos is, of gebruik heeft gemaakt van een vut-regeling.

Die vut is onder bouwvakkers zeer in trek. Tussen 1984 en 1992 is het aantal personen dat van de vut gebruik maakt vervijfvoudigd. Dat heeft alles te maken met de zwaarte van de verschillende bouwberoepen.

Ouderen ontzien

Vandaar dat 80 % van de geenqueteerde werknemers voor dit onderzoek vinden dat oudere collega’s moeten worden ontzien bij zware werkzaamheden. Meer dan de helft vindt ook dat ze moeten worden ontzien bij overwerk. Bovendien zouden ze bij het ouder worden in andere functies tewerkgesteld moeten ke worden.

Werkgevers zijn volgens het EIB in een aantal opzichten minder optimistisch over de mogelijkheden voor ouderen een gericht personeelsbeleid te voeren. Het ontzien bij zware werkzaamheden zien ze wel zitten. Maar de bereidheid om ouderen te ontzien bij overwerk is maar bij 30 % van de werkgevers terug te vinden en niet meer dan 25 % denkt mensen op oudere leeftijd wel een andere functie te ke aanbieden. Ruim 80 % van de werkgevers zijn van mening dat oudere werknemers vakbekwamer zijn dan jongeren. Bovendien denkt 67 % van hen dat ouderen op meer terreinen inzetbaar zijn. Beide zaken zouden bedrijven ertoe moeten brengen met een serieus personeelsbeleid voor ouderen te beginnen omdat er gezien de vergrijzing die plaatsvindt een steeds groter beroep op oudere werknemers zal moeten worden gedaan.

Dan zal overigens wel moeten worden afgerekend met de veronderstelling dat de arbeidsproduktiviteit van oudere werknemers op een lager niveau ligt dan dat van jongeren. Dat blijkt volgens het EIB niet meer dan een vooroordeel te zijn dat niet door de praktijk wordt gestaafd.

Begeleiding

Het onderzoek werd verricht in opdracht van de Rijksplanologische Dienst. Een commissie bestaande uit vertegenwoordigers van de ministeries van VROM en Sociale Zaken, het AVBB en de bouwbonden van CNV en FNV zorgde voor de begeleiding.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels