nieuws

Kamerlid Duivesteijn stelt aftrek hypotheekrente weer ter discussie Marktgerichte volkshuisvesting baart achterban PvdA zorgen

bouwbreed

De volkshuisvesting in het post-Heerma tijdperk baart de sociaal-democraten zorgen. Dat bleek dit weekeinde op een druk bezochte PvdA-bijeenkomst in Utrecht, waar werd gesproken over de toekomst van de volkshuisvesting. Het beleid is teveel marktgericht en te weinig sociaal bewogen, zo vonden de aanwezigen. Het wordt tijd de aandacht weer te richten op de zaken die er echt toe doen. En wat het Tweede Kamerlid Duivesteijn betreft mag in dat verband best de hypotheekrente-aftrek ter discussie worden gesteld.

“De betovering van de nota Heerma is verbroken. Er is een einde gemaakt aan de politieke apathie op het terrein van de volkshuisvesting, en dat is grotendeels te danken aan Adri Duivesteijn.” Al direct na aanvang van de bijeenkomst had Duivesteijn zijn eerste compliment binnen, van Johan Conijn, in het dagelijks leven werkzaam voor het Onderzoeksinstituut OTB.

Er zouden nog vele complimenten volgen. Sommigen mogen Duivesteijn dan een querulant vinden, de meeste van de aanwezige PvdA’ers blijken verguld met het optreden van het Tweede Kamerlid, dat er in korte tijd in is geslaagd de volkshuisvesting terug op de politieke agenda en onder de aandacht van de media te brengen.

Debat gebruikt

Duivesteijn was niet te beroerd te erkennen dat hij het Kamerdebat over de bruteringsoperatie hiervoor heeft gebruikt, maar stelde tegelijkertijd dat het nodig was het debat zo scherp te voeren als hij heeft gedaan. “Het gaat erom dat we zo langzamerhand zonder discussie de volkshuisvesting uit handen hebben gegeven. Het idealisme heeft plaatsgemaakt voor een markt van vraag en aanbod. En staatssecretaris Tommel is het daar, god betere het, mee eens.

Het gevolg is dat de toegang tot de woningmarkt wordt verboden voor mensen die het financieel niet ke bolwerken. En dan denk ik: er moet ergens iets zijn fout gegaan wanneer we het gedachtengoed van de markt omarmen, zonder dat er zorg wordt gedragen voor de minst draagkrachtigen in onze samenleving. Want dan hebben we precies datgene weggegooid waar we de afgelopen honderd jaar zo hard aan hebben gewerkt, namelijk dat de armoede niet aan de huisvesting van mensen valt af te lezen.”

De PvdA mag zich dat aanrekenen, zo vindt Duivesteijn. “Ik betreur het dat we niet scherp genoeg zijn geweest. We waren in de vorige periode te goed van vertrouwen. Eerst kwam het vertrouwen en pas daarna kwamen de afspraken. Ik hang daarentegen meer de filosofie aan van fractiegenoot Sharon Dijksma: eerst zijn de afspraken aan de orde, en dan pas komt het vertrouwen.”

Tweedeling

Ondertussen is met het volkshuisvestingsbeleid van de laatste jaren wel de aanzet gegeven tot een tweedeling in de samenleving, zo constateerde Duivesteijn. Er dreigen inkomenswijken en achterstandsgebieden te ontstaan, segregatie-verschijnselen steken de kop op, en het is de vraag of de volkshuisvesting nog wel betaalbaar is voor de zwakken in onze samenleving.

Volgens Duivesteijn – en veel van de aanwezigen waren dat met hem eens – zullen dat dan ook de onderwerpen zijn waar de PvdA in de toekomst op zal moeten hameren. “Volkshuisvesters moeten niet zo gulzig naar de markt en de macht kijken, maar weer de oude volkshuisvestingsidealen gaan nastreven.”

Hij werkt zelf aan een lijst van ‘tien punten voor herorientatie’ op de volkshuisvesting. En een van de punten op de lijst heeft betrekking op de aftrek van de hypotheekrente. Wat Duivesteijn betreft moet die fiscale aftrekpost opnieuw ter discussie worden gesteld. “We zien in de praktijk een bezuiniging op alle subsidies die de huurders voordeel opleveren. De woningebonden subsidies zijn fors afgenomen, er wordt bezuinigd op de individuele huursubsidie. En aan de andere kant geven we de huizenkopers vele miljarden per jaar subsidie, in de vorm van de hypotheekrente-aftrek. Aan die ongelijkheid moet een einde komen.”

Dat kan door een beperking van de aftrek. “Maar ik vind het natuurlijk ook best dat er extra geld wordt uitgetrokken voor de huurders.”

Kritiek

Opvallend was de bijdrage aan de discussie van Nico van Velzen, in het dagelijks leven algemeen directeur van de Nationale Woningraad. Hoewel Duivesteijn felle kritiek uitte op de koepels van woningcorporaties, liet Van Velzen zich hierdoor niet uit de tent lokken. Hij stelde slechts dat er sprake is van een “relatieprobleem” tussen de politiek en corporaties. “En dat is slecht.”

De roep vanuit de Kamer om een hernieuwd optreden van het rijk in de volkshuisvesting wijst Van Velzen evenmin direct van de hand. “Zonder overheidsingrijpen is het ondenkbaar dat de segregatie adequaat kan worden bestreden. Maar dat betekent niet dat we het moeten doen zoals we het decennialang hebben gedaan. Interventie mag ver gaan, maar er moet wel duidelijk bij worden gezegd wat er van de corporaties wordt verwacht. En dat gebeurt nu te weinig.”

Volgens Van Velzen wordt teveel gediscussieerd over de ordening. “Dat is verkeerd, want het leidt de aandacht af van de onderwerpen die er echt toe doen, de betaalbaarheid van de woningbouw bijvoorbeeld en de voorkeursbehandeling van eigen woningbezitters. Laten we al die energie eens op de problemen richten en minder op het stelsel. En laten we ons ook eens richten op de 10% tot 15% van de mensen die in de zijlijn van de volkshuisvesting dreigen te komen te staan. Om die groep zou het in de volkshuisvesting namelijk moeten gaan.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels