nieuws

Investeren in samenwerking noodzakelijk

bouwbreed

Combinaties van samenwerkingsvormen in de bouw zijn aan de orde van de dag. Hoofdaannemers, gespecialiseerde aannemers en toeleveranciers werken voor bepaalde poen samen in de bouwkolom. Vandaar dat vanzelfsprekend de vraag zich opdringt of samenwerkingsverbanden ook niet van toepassing ke zijn op de organisaties van bouwbedrijven.

In deze krant werd deze vraag al geheel uitgewerkt. Cobouw van 3 mei j.l. opende met de aankondiging dat een fusie tussen VGBouw en NVOB nog voor het jaar 2000 een feit zal zijn.De meest voor de hand liggende reden tot samenwerking zou liggen ion terugdringing van de kosten ten gevolge van opdrogende fondsen. Ook de toekomstige structuur van het AVBB zou duidelijk zijn. Het zou gaan fungeren als koepel van drie organisaties: GWW, B en U en een vereniging van toeleveranciers en onderaannemers.

Prematuur

Is het niet wat al te prematuur om de toekomstige structuur van het georganiseerde bouwbedrijfsleven zo definitief te tekenen? Tussen nu en de eeuwwisseling ligt nog een groot aantal jaren. Jaren waarin de organisaties zeer zeker in samenwerking moeten investeren.

Wij beseffen terdege dat de tijd voorbij is om ons alleen over samenwerking uit te spreken en niet vanuit de eigen kracht het gesprek erover aan te gaan. De investering is noodzakelijk en ook lonend. Niet alleen omdat wisselende coalities van in aard verschillende bouwbedrijven daartoe uitnodigen, maar juist ook omdat het de economische en maatschappelijke kracht van de bedrijfstak versterken zal.

Argumenten om tot samenwerking te komen moeten dus niet in de eerste plaats gezocht worden in terugdringing van de kosten, maar in een optimale collectieve en individuele belangenbehartiging van bouwbedrijven.

De belangen van de ondernemer vergen nu meer dan ooit een actieve behartiging. De factoren die zijn ondernemerschap beinvloeden worden steeds complexer. Hij heeft te maken met een overheid, die tegelijk decentraliseert, internationaliseert en retireert.

Hij krijgt te maken met een steeds ingewikkelder regelgeving, een opener economie, grotere concurrentie en slinkende marges. Zo wordt hij zelf steeds vaker voor beslissingen gesteld die ver afstaan van zijn kern-activiteiten: bouwen en ontwikkelen.

Belangenorganisaties ke er voor zorgen dat ondernemers toch nog aan bouwen toekomen. Voor ons als organisaties betekent dat: collectief optreden waar mogelijk, maar geen opgedrongen collectiviteit, die is vastgemetseld in eigen regels. Individuele ondersteuning en advisering waar nodig, maar geen verlammende versplintering.

Het NVOB geeft hier invulling aan via tal van poen en beleidsprogramma’s. Daarbij moeten de leden beseffen dat de tegenstelling tussen collectief en individueel een valse tegenstelling is. Het gaat niet om tegenpolen, maar om complementen.

Twee problemen

Collectieve belangenbehartiging stuit momenteel echter op twee belangrijke problemen: de gespreks- en onderhandelingspartners veranderen en er bestaat wantrouwen tegenover het maatschappelijk middenveld.

De decentralisatie bij de overheid, bijvoorbeeld de opkomst van regio’s, maakt het politieke en bestuurlijke proces ondoorzichtiger.

Besluitvorming wordt complexer, waardoor wij minder makkelijk tot zaken komen. Wel is overigens gebleken, dat het NVOB door haar sterke regionale structuur snel op de decentralisatie heeft ke inspelen. Bovendien brengt de Europese eenwording met zich mee dat de collectieve belangenbehartiging niet bij de grenzen kan ophouden.

Essentiele functie

Behalve deze praktische zijn er ook principiele argumenten aan te voeren voor een sterke belangenorganisatie. Democratie en welvaart zijn gebaseerd op het luisteren naar de wensen en belangen van de individuele burgers en ondernemers. Bij de politieke besluitvormingsprocessen voegt de inbreng van de georganiseerde burger een eigen element toe, dat onmisbaar is om tot een verantwoorde afweging van belangen te komen.

Maatschappelijke organisaties vervullen een essentiele functie in ons democratisch bestel. Het zijn juist de belangenorganisaties die maken dat die stemmen gehoord worden. En dan niet alleen de stemmen van de grote, maar ook van de kleine bedrijven.

Eigentijdse belangenorganisaties zijn een afspiegeling van die verschillende groepen, die naast het individuele belang ook het maatschappelijk belang ondersteunen. Samenwerking en maatwerk. Dat is onze opdracht op de drempel van de 21e eeuw.

Basisverbreding

Samenwerking tussen belangenorganisaties betekent basisverbreding. Daar ke kennis en kunde zich bundelen ten behoeve van een gerichte dienstverlening en belangenbehartiging naar diverse groepen van leden. Daar kan ook een krachtiger en zichtbaarder optreden naar de overheid en de politiek plaatsvinden, zodat zowel de ondernemer inde bouw als zijn organisatie hun maatschappelijke verantwoordelijkheid waar maken.

Basisverbreding heeft nog een duidelijk voordeel: het voorkomt dubbelactiviteiten en inzet van teveel mensen op een onderwerp en draagt zo bij aan de verhoging van de efficiency.

Daarbij moet altijd voor ogen worden gehouden dat wat voor de bouwondernemers geldt evenzeer moet gelden voor hun organisaties: energiek, slagvaardig en alert werken is van het allergrootste belang.

Vernieuwd middenveld

Concurrentiekracht van de ondernemingen in de bouwnijverheid moet bij de collectieve belangenbehartiging in de bouw voorop staan. Zonder gunning van opdrachten geen werk; zonder werk geen werkgelegenheid. Ten behoeve van meer werkgelegenheid zijn flexibele arbeidspatronen, ook in de bouw, van belang. Dat vraagt van werkgevers bereidheid, kundigheid en vaardigheid op het terrein van arbeidsorganisatie en sociale vragen.

In dat proces kan de ondernemer terecht bij zijn ondernemersorganisatie, die tot samenwerking uitnodigt en maatwerk levert.

Daarvoor is nodig dat bouwwerkgevers het dilemma van de verschillen in organisaties achter zich laten. Samenwerking op basis van gemeenschappelijke belangen, van geschiedenis en maatschappelijke betrokkenheid naar de bedrijfstak. Innovatie op basis van concurrentie en economische kracht van de bedrijfstak. Dat vraagt een persoonlijke inzet van alle leden en openheid van bestuurders jegens elkaar om gezamenlijk een strategie in te zetten naar de toekomst. Die inzet kan niet worden gemist.

Op de drempel van de 21e eeuw zal de organisaties van ondernemers in de bouw de kracht van de bedrijfstak moeten bepalen in een vernieuwd middenveld ten behoeve van een ondernemende samenleving. Hoe het vernieuwde middenveld eruit zal zien en hoe de samenwerking gestalte zal krijgen zal zich in de komende jaren moeten uitkristalliseren. *) Mevr. Dekker is directeur van het NVOB in Baarn

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels