nieuws

Grote corporaties krijgen betere vermogenspositie

bouwbreed

Hoewel de kleine corporaties nog steeds rijker zijn dan de grotere, wordt het verschil tussen beide wel steeds kleiner. De gemiddelde vermogenspositie van de grotere corporaties is namelijk de afgelopen tijd aanzienlijk verbeterd.

Dat wordt geconcludeerd in de ‘Kengetallen 1993’ van het NCIV, koepel voor woningcorporaties. In de publikatie, samengesteld door drs. L. van Aalderen en drs. L.I. Andringa, wordt verslag gedaan van de resultaten van een onderzoek onder 269 NCIV-corporaties.

Uit de kengetallen blijkt dat de gemiddelde NCIV-corporatie 2364 woningen bezit. Hiervan is gemiddeld 5% vooroorlogs; 35% bestaat uit DKP-NKS-woningen, gebouwd in de periode 1975-1991. Ongeveer 41% van het woningbezit heeft een huurprijs lager dan f. 510 per maand.

De kleine corporaties bouwen relatief gezien het meest. Het percentage woningen in aanbouw is hier 4,6%, bij een gemiddelde van 2,2%. De grootste groei wordt gerealiseerd in de NCIV-districten Utrecht en Gelderland, Noord-Holland en Flevoland en Zuid-Holland.

In 1993 hebben corporaties evenals in 1992 0,2% van het woningbezit verkocht. Dat gebeurde met name door corporaties in de districten Noord-Oost Nederland en Limburg.

Vermogenspositie

De NCIV-corporaties zijn er in 1993 in geslaagd de vermogenspositie behoorlijk te verbeteren. Het jaarresultaat bedroeg gemiddeld – 685 per woning. Van de 269 onderzochte corporaties hebben 42 een negatief resultaat (in 1992: 52 van de 278). Met name de corporaties met een bezit tot 1800 woningen konden melding maken van goede resultaten: meer dan – 1100 per woning.

Regionaal bezien werden de beste resultaten gemaakt in Noord-Brabant en Zeeland. Hier bedroeg het gemiddelde jaarresultaat meer dan f. 1000.

Uit het onderzoek blijkt dat de Algemene Bedrijfsreserve van corporaties zich weer begeven richting het niveau van 1991. Dat was het jaar dat het ministerie van VROM kwam met een nieuwe berekeningsmethodiek voor de ABR, in het kader waarvan bijvoorbeeld de voorzieningen voor toekomstig onderhoud van de bedrijfsreserves moesten worden afgetrokken. In de boeken van de corporaties vertaalde zich dat in een een omvangrijke afname van de post ABR. Bedroeg deze in 1990 nog ruim f. 8000 per woning, in 1991 was daar nog maar bijna f. 5400 van over.

Sinds 1991 is de ABR echter weer aan het toenemen. In 1992 was het al weer ruim f. 6000 per woning, en in 1993 ruim f. 7000 per woning. Doordat tevens de voorzieningen toenamen, stegen de totale financiele reserves tot bijna f. 12.000 per woning. In 1991 was dat nog maar f. 10.000.

Verschil kleiner

De corporaties met een bezit tussen de 600 en 1800 woningen hebben in 1993, net als het voorgaande jaar, de omvangrijkste vermogensaanwas mogen beleven. Zij beschikken over zowel de hoogste ABR als de hoogste financiele reserves. In 1992 nam de ABR bij deze groep al toe met ruim 15%, in 1993 steeg de ABR met bijna 12%.

Uit de gegevens concluderen de onderzoekers verder dat, hoewel de kleine corporaties nog steeds rijker zijn dan de grotere, het verschil tussen beide wel steeds kleiner wordt. De gemiddelde vermogenspositie van de grotere corporaties is namelijk de afgelopen tijd aanzienlijk verbeterd.

Onderhoud

Tenslotte werd in 1993 door corporaties gemiddeld f. 2000 per woning aan onderhoud besteed. Dat is f. 200 minder dan in 1992. Zoals ook vorig jaar al kon worden geconstateerd besteden Limburgse, Brabantse en Zeeuwse corporaties het meeste geld aan onderhoud. De onderzoekers menen dan ook dat er een duidelijk verband lijkt te bestaan tussen de vermogenspositie van corporaties en de hoeveelheid geld die men steekt in onderhoud.

Verder blijkt ook nu weer dat in Limburg aanzienlijk meer wordt uitgegeven voor buitengewoon onderhoud per renovatie. Gemiddeld wordt f. 20.000 per renovatie besteed, in Limburg is dat bijna f. 28.000.

De publikatie ‘NCIV-kengetallen 1993’ (88 pag., f. 45 excl. btw en verzendkosten) is te bestellen bij het Bureau Publikaties van het NCIV, tel. 030-209911.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels