nieuws

BNA maakt Gedragscode voor welstandstoezicht

bouwbreed

Bij welstandstoezicht is zo vroeg mogelijk vooroverleg nodig over plannen en toetsingscriteria. Komen plannen aan de orde waarbij de toetser betrokken is, dan treedt deze terug. Een welstandslid neemt ook geen opdrachten van afgekeurde plannen over. De toetsing zal niet meer zijn dan de wettelijk omschreven marginale toetsing. Dit zijn de belangrijkste elementen uit de Gedragscode die de leden van de BNA vrijdag tijdens de algemene ledenvergadering met grote meerderheid van stemmen hebben aangenomen.

De kern van de nieuwe Gedragscode is het belang van goed collegiaal overleg. In een zo vroeg mogelijk stadium moet duidelijk worden hoe de procedure zal verlopen en wat de risico’s zijn. Daartoe moeten zowel de indieners van plannen als de toetsers zo volledig mogelijke informatie geven; de indieners moeten ook hun opdrachtgevers en andere betrokkenen zo goed mogelijk informeren over alle betrokken aspecten. De toetsing zelf houdt slechts het marginale oordeel in dat de woningwet of bouwverordening eist.

Toetsers onthouden zich van ontwerpactiviteiten ter correctie van plannen en van publiek commentaar. Welstandscommissies dienen zich ook te onthouden van het ontwikkelen van beeldkwaliteitsplannen. Voor architectuurbeleid dienen andere instellingen dan welstand, aldus de Gedragscode, zoals stadsbouwmeesters, ‘quality teams’ of supervisoren. BNA-leden moeten volgens de code hun aanstellingsduur beperkt houden tot maximaal twee maal twee jaar. Benoemingen moeten geschieden in overleg met de plaatselijke BNA-kring en het werk moet gehonoreerd worden met minimaal het uurtarief dat staat voor architecten-directeur.

Als eigen plannen aan de orde komen, treedt men als welstandslid terug. Welstandsleden worden geacht ook geen opdrachten over te nemen voor plannen die zij eerder zelf hebben afgekeurd.

De sancties bij deze Gedragscode zijn dezelfde als bij de overige gedragsregels van de BNA.

Toezicht zakelijker

BNA-voorzitter Weeber licht desgevraagd toe dat met deze code het welstandsbeleid mogelijk wat zakelijker wordt dan voorheen. “De marginale toetsing betekent dat een plan wordt afgekeurd of niet. Beunhazen worden voortaan niet meer geholpen door ‘mee-ontwerpende’ welstandsleden. De beperkte aanstellingsduur voorkomt ook dat welstandsleden zich teveel ermee vereenzelvigen.”

Over het terugtreden van welstandsleden wanneer eigen plannen aan de orde komen, beaamt Weeber dat dit de voorzichtigste aanpak is van het probleem van vermenging van belangen.

Weeber: “Tijdens voorbesprekingen zijn stringentere formuleringen er niet door gekomen. Met name in de regio ligt het gevoelig, omdat men van mening is dat het welstandstoezicht daar het best door kenners van de regio zelf kan worden uitgeoefend. De code is behoudend, maar in een vorig bestuur kwam er helemaal geen code door de discussies heen. Dus wellicht kan de code over een tijdje nog weer wat strenger worden.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels