nieuws

Aan kasteel Mheer is nog veel te doen

bouwbreed

Volgens ‘De Nederlandse Monumenten van Geschiedenis en Kunst’ geschreven door A.G. Schulte (1991) kan Limburg bogen op het bezit van 194 kastelen die veelal ‘hoge huizen’ worden genoemd.

In de loop der eeuwen zijn er 95 buitenhuizen verdwenen, waarvan er 28 tot ruines werden. Gelukkig is men in Limburg erg trots op wat nog rest. Daartoe behoort onder andere kasteel Mheer in Zuid-Limburg. Dit kasteel is aan restauratie toe, maar de uitvoering vergt een bedrag van f. 6,8 miljoen. Gelukkig is eigenaar-bewoner baron Diederik de Loe vast van plan zijn kasteel te redden. Het monumentale, uit de 17de eeuw daterende landhuis is de moeite waard om te behouden. Het kasteelcomplex bestaat uit het kasteel en een kasteelhoeve, een van de meest karakteristieke kenmerken van de Zuidlimburgse ‘hoge huizen’. Gezien vanuit het dorp ligt het als een imposant vestingcomplex op de heuvelrug. De poort binnengaand, die half verscholen ligt achter de kerk, ontsluit zich een voorplein, zo statig als er zelfs in Limburg niet veel zijn. De drie vleugels met topgevels, poorten en torens zijn grotendeels in gebruik als boerderij. Het kasteel wordt aan de voorzijde door de eigenaar bewoond. Aan de achterzijde is het interieur dringend aan restauratie toe. Beide zijden zijn bij eventuele exploitatie goed van elkaar te scheiden.

De kasteelheren bezaten meestal niet alleen de oogst van hun eigen grondbezit, maar traden ook vaak op als tiendheffer voor derden: voor de landsheer, maar ook voor kerken, kapittels en kloosters. De plaatselijke heren hadden hierdoor behoefte aan reusachtige opslagruimtes die met name in periodes van hoogconjunctuur de groeiende quota aan veldvruchten konden herbergen. Het Zuidlimburgse kasteel is in de meeste gevallen feitelijk een complexe hoeve, bestemd voor de rijkdom van de vruchtbare lossgrond.

Het Huis te Mheer wordt voor het eerst vermeld in 1314 als een in het land van Daelhem gelegen Limburgse leen, dat in handen was van Wilhelmus de Meere. Naast het huis te Mheer was er ook een aanzienlijk grondbezit van het kapittel van de Dom in Aken en van de O.L. Vrouwe Abdy in de stad Luxemburg, waarvoor de bewoner van het Huis optrad als voogd. Na veel avonturen werd Mheer door Philips II tot heerlijkheid verheven. De huidige eigenaar en bewoner, Philip Christoffel de Loe, een oomzegger van zijn echtgenote Christina de Loe, werd als universeel erfgenaam benoemd.

In 1914 zijn er plannen gemaakt om het kasteel te restaureren wat tussen 1918 en 1923 gedeeltelijk zijn beslag kreeg. Het huis werd tot 1942 bewoond door baron Henri de Loe. Tijdens de Tweede Wereldoorlog brachten granaten in 1944 veel schade toe, maar na de oorlog huurde kunsthandelaar Mellaart het kasteel, waaraan hij voor f. 20.000 liet herstellen. Een deel der ruim 50 kamers werden provisorisch ingericht als hotel.

Met het oog op de zware oorlogsschade en de ernstige situatie ook der intact gebleven kastelen nam de regering in 1945 het initiatief tot de oprichting der ‘Nederlandse Kastelenstichting’, die moet waken voor het behoud van dit nationale cultuurbezit. In 1955 deed de stichting een gedocumenteerd en rijk geillustreerd boekje verschijnen ‘Kastelen in nood’, waarin de alarmerende geluiden van de Monumentendag 1953 nadrukkelijk onderstreept werden. De kern van het vraagstuk is dat de kastelen met hun vaak waardevolle inboedel door de belastingwetgever beschouwd worden als vermogen terwijl deze bezittingen in feite geheel buiten de economische sfeer liggen en alleen ten koste van grote financiele offers in stand gehouden ke worden.

Om de bron van deze bedenkelijke situatie te vinden moet men teruggaan in de geschiedenis. De kastelen met de bijbehorende landerijen, bossen en rechten waren van oorsprong leengoederen, geen eigendom. Het waren, zou men ke zeggen, halfopenbare gebouwen, welks bewoner allerlei bestuurlijke functies bekleedde. Deze nieuwe waardering heeft er toe geleid dat sommige niet meer bewoonde kastelen weer een openbare status kregen als museum (Muiderslot, Doorwerth) of als raadhuis (Helmond en Dussen). Eigenaar-bewoner baron Diederik de Loe heeft nu een beroep gedaan op de zogenaamde ‘kanjerpot’. De gemeente Margraten is van plan om hieraan haar medewerking te verlenen. Volgens De Loe is het behoud van het kasteel mede afhankelijk van de mogelijkheden om het gebouw te ke exploiteren. De Loe wil een deel van het monumentale gebouw een commerciele bestemming geven in de vorm van een zaal voor kleine congressen, huurappartementen en kantoren. Omdat er geen particuliere investeerders zijn, is De Loe aangewezen op overheidssubsidie. Het zou zonde zijn als kasteel Mheer de weg op zou gaan van de ‘hoge huizen’ van Bingerden, Blitterswijck, De Eng te Linden, Geysteren, Hemmen en Schuilenburg!

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels