nieuws

Slechte verwachtingen woningbouw wekken geen verbazing AVBB deelt optimisme planbureau over bouw

bouwbreed

Het Algemeen Verbond Bouwbedrijf onderschrijft in grote lijnen de voorspelling van het Centraal Planbureau, dat na het topjaar 1994 ook 1995 en 1996 goede jaren zullen zijn voor de bouw. Wel wordt gewaarschuwd voor teveel optimisme ten aanzien van de ontwikkelingen in de grond-, water- en wegenbouw.

Dat stelt drs. F.M. Roest, beleidsmedewerker bouwmarkt en internationalisatie van het AVBB in reactie op het vorige week vrijdag gepresenteerde Centraal Economisch Plan. “Al met al ke we ons wel vinden in wat het CPB zegt”, aldus Roest. “Ook wij zijn nogal positief over de komende jaren.”

Alleen voor wat betreft de gww-sector waarschuwt de werkgeversorganisatie voor teveel optimisme. “Wij zijn er nog niet van overtuigd dat het wel zo goed zal gaan. En die twijfel komt voor een deel voort uit het verleden. Er zit namelijk een groot gat tussen de voorspelling, die het CPB in zijn Macro Economische Verkenningen van september 1994 deed en het nu gepulbiceerde CEP. Als je kijkt naar de investeringen van de overheid in de gww, dan werd in september rekening gehouden met 6 tot 7 %. Uit het CEP blijkt echter dat er slechts 1,6 % daadwerkelijk gerealiseerd is.”

Ook is nog volstrekt onbekend wanneer nu daadwerkelijk kan worden begonnen met poen als de Betuwespoorlijn en de Hoge Snelheidslijn. En bovendien zal het probleem van de onderuitputting een rol van betekenis blijven spelen, aldus Roest.

Woningbouw

Over 1994 merkt de beleidsmedewerker van het AVBB op dat hier sprake is geweest van “een uitzonderlijk zowel als uniek jaar”. Daarom is het volgens Roest ook gevaarlijk er teveel conclusies aan te verbinden. “Je mag dit soort ontwikkelingen zeker niet doortrekken naar de toekomst.” De sombere prognoses van het CPB over de woningbouw in 1995 en 1996 worden eveneens door het AVBB onderschreven. Ook de bouwwerkgevers voorzien de komende jaren een forse afname van het aantal in aanbouw te nemen woningen. “De vraag is wat er nu moet gebeuren om ook de komende jaren genoeg woningbouw tot stand te brengen.”

Niet verrassend

Directeur mr. W.D. van Leeuwen van het NCIV zegt in zijn reactie niet verbaasd te zijn over de woningbouwprognoses van het CPB. “Die ontwikkeling is niet echt verrassend, als je bedenkt dat de corporaties inmiddels in vrij grote mate financieel zelfstandig zijn, en meer marktgericht moeten gaan werken. Als je kiest voor meer markt, dan is dit een van de effecten die ke optreden.”

Overigens wijst Van Leeuwen op de betrekkelijkheid van de voorspellingen van het CPB. “Nu lijkt het allemaal vrij zorgelijk, maar op de wat langere termijn zou zich natuurlijk ook het omgekeerde ke voordoen.”

Volgens algemeen directeur N. van Velzen van de Nationale Woningraad is de prognose van het CPB “tamelijk realistisch, ten minste bij ongewijzigde economische omstandigheden. De NWR heeft in het verleden vergelijkbare prognoses het licht laten zien. Die leken te worden geloochenstraft door de Nota Bouwprognoses van staatssecretaris Tommel, maar dat is nu dus niet meer aan de orde.”

Van Velzen denkt dat het nog een hele opgave zal zijn om ondanks het huidige negatieve klimaat voor de woningbouw toch nog voldoende woningen tot stand te laten komen. “Daar zullen we dus de discussie over moeten aangaan. En het is goed dat die discussie, na de brutering, weer zal gaan over woningen, de huisvesting van de doelgroep, en de individuele huursubsidie, kortom over de volkshuisvesting. Want daar ging het per slot van rekening allemaal om.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels