nieuws

Ondergrondse obstakels nog moeilijk te detecteren

bouwbreed

Bij de huidige stand van de technologische kennis is, naast traditioneel grondonderzoek, meestal een combinatie van technieken nodig om een betrouwbaar beeld van de ondergrond te krijgen. Geen van de beschikbare methoden biedt in zijn eentje een compleet beeld.

Dat blijkt uit Amerikaans onderzoek, waarvan de resultaten werden toegelicht door ir. J. Spiekhout van de Gasunie tijdens een studiemiddag over obstakeldetectie ten behoeve van ondergronds bouwen. Het onderzoek werd uitgevoerd door het Trenchless Technology Center van de Louisiana Tech University in Ruston.

De studiemiddag, georganiseerd door de ingenieursverenigingen Kivi en Niria en de Netherlands Society for Trenchless Technology (NSTT), stond in het teken van de detectie van ondergrondse ‘discontinuiteiten’ ten behoeve van het boren van tunnels en leidingen. Daarbij moet niet alleen worden gedacht aan bekende obstakels als grote stenen, funderingsresten, damwanden, scheepswrakken, vliegtuigbommen en dergelijke. Ook bijvoorbeeld laagscheidingen, grondlagen en opgevulde zinksleuven van een afgezonken tunnel of leiding ke voor een verstoring zorgen die het ondergrondse bouwproces vertraagt.

Om een beeld te krijgen van de ondergrond zijn naast traditioneel grondonderzoek (boringen) diverse technieken ontwikkeld. In het Amerikaanse onderzoek zijn alle beschikbare technieken onder de loep genomen: grondradar, geo-elektrische methoden, seismische technieken, magnetische methoden en zwaartekrachttechnieken.

Grondradar

De Amerikaanse onderzoekers komen tot de conclusie dat grondradar vooral geschikt is voor droge grond, rots of bevroren grond. Voor de Nederlandse situatie is grondradar eigenlijk niet geschikt. De hoge grondwaterstanden en de klei- of veenachtige bodems zorgen voor een onvoldoende indringingsdiepte. Ook verdere ontwikkeling van de grondradartechniek zal slechts een marginale verbetering geven.

Ook zwaartekrachttechnieken zijn volgens het onderzoek voor de Nederlandse situatie van weinig belang. Deze zijn vooral van nut voor het opsporen van holtes in rotsachtige grond.

Van de overblijvende technieken wordt geconcludeerd dat een betrouwbaar beeld van de ondergrond alleen wordt verkregen als een combinatie van verschillende technieken wordt gebruikt. Daarbij wordt opgemerkt dat de interpretatie van de resultaten, bijvoorbeeld de seismogrammen, de zwakste schakel vormt in de meetmethoden.

Overigens komt ook Gastec NV uit Apeldoorn tot de conclusie dat grondradar niet toepasbaar is in kleiachtige grond. Gastec heeft een proefpo uitgevoerd met grondradar als opsporingsmethode voor kunststof leidingen. In andere grondsoorten blijken kunststof buizen met grondradar wel met redelijke zekerheid opgespoord te ke worden. Ook bepaling van de diepte is mogelijk, maar volgens Gastec niet eenvoudig uit te voeren. De diameter van buizen kan met grondradar niet worden bepaald.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels