nieuws

Fries Museum vernieuwd

bouwbreed

Vanaf 16 april is het Fries Museum weer open voor het publiek. Vorig jaar september sloot het museum haar poorten voor een rigoureuze uitbreiding, verbouwing en renovatie. De eerste en meest in het oog springende fase is nu afgesloten. Het 16de-eeuwse Kanselarijgebouw is gerenoveerd en bij het museum getrokken. Naast de Kanselarij staat nu het nieuwe entreegebouw, naar het ontwerp van de architect Gunnar Daan. De Leeuwarder Turfmarkt biedt daarmee een verrassende aanblik van oude en nieuwe gevels. Aanleiding genoeg voor een bezoek aan deze stad.

De deuren sloten in september 1994 voor het publiek, maar achter de schermen werden al veel eerder de eerste voorbereidingen getroffen. Het Fries Museum, sinds 1881 gevestigd in het Eysingahuis aan de Turfmarkt in Leeuwarden, is door de jaren heen steeds uitgebreid. In het begin van de jaren negentig van deze eeuw waren echter de grenzen bereikt. Bovendien had men inmiddels een andere kijk op de wijze waarop voorwerpen aan het publiek moeten worden getoond; ook dat vroeg om meer ruimte. Door de museale bestemming van de Kanselarij kreeg het Fries Museum de zo broodnodige uitbreidingsmogelijkheden binnen handbereik. Het Eysingahuis en de Kanselarij zijn elkaars overburen. Rik Vos, directeur van het museum: “Een museum aan twee kanten van een straat dat moet worden verbonden. Dat was onze eis. Peek en Cloppenburg en C en A ke prima tegenover elkaar staan, maar zodra het een winkel is, moet dat ook duidelijk zijn. We zochten een goede architect. Na een aantal bouwwerken in Nederland bekeken te hebben, kozen we voor Gunnar Daan. Een Fries, maar dat is toeval.”

Lijken in de kast

Het museum besloot flink te investeren in zaken als klimaatbeheersing en verlichting. Bij een klimaatregelsysteem horen grote buizen en apparatuur die liefst aan het zicht moeten worden onttrokken. De architect heeft ze laten wegwerken in de muren. Als verlichting is voor glasvezel gekozen. Met name in de vitrines is dat heel praktisch; er ontstaan geen grote temperatuurverschillen. “Vroeger werd het erg warm in de vitrines en wanneer ’s avonds de lichten uitgingen ontstond er door de afkoeling onderdruk. Het gevolg was dat er veel stof in de vitrines gezogen werd.”

Al met al is er zo’n – 18 miljoen gemoeid met het hele po van uitbreiding, verbouwing en renovatie. Het management is streng; alleen als er geld is, worden bepaalde plannen uitgevoerd. “Het vermindert je flexibiliteit wel enigszins, maar je vindt later ook geen lijken in de kast en dat is wel zo prettig”, meent Rik Vos. Volgens Mieke Minkes, hoofd Marketing en PR van het museum, is het zelfs wel een uitdaging: “Het betekent niet dat je minder creatief wordt, wanneer niet alles zomaar kan.”

De plannen voor de verbouwing werden goed ontvangen bij de gemeente, maar de luchtbrug die Gunnar Daan had gedacht als verbinding zag men niet zitten. Hij ontwierp toen een ondergrondse tentoonstellingszaal, die tevens als verbindingstunnel zou fungeren. Boven de grond vormen twee nieuwe gevels de visuele verbinding. Hiervoor heeft het museum de buurpanden van Kanselarij en Eysingahuis moeten opkopen, want in verband met de funderingen moest de ingang van de ‘tunnel’ min of meer naast de oude gebouwen komen te liggen. De nieuwe gevels wijken erg af van de bestaande gevelarchitektuur. Onmiskenbaar 20ste eeuw, maar door kleur en materiaalgebruik vormen ze een mooie combinatie met de 16de eeuwse Kanselarij en het 18de eeuwse Eysingahuis. Volgens Rik Vos is het geheel: “ingehouden en beschaafd”.

Vikingschip

De Kanselarij wordt nu betreden via het nieuwe entreegebouw. Hierin bevinden zich de informatiebalie, de museumwinkel, de koffiehoek en de wenteltrap naar de ondergrondse expositieruimte. In de kelders van de Kanselarij, onder indrukwekkende gewelven, schittert het zilver in de thematisch ingerichte vitrines. Alle vitrines en deuren in de Kanselarij zijn ontworpen door Gunnar Daan. Hierdoor worden het oude gebouw en de nieuwe hal een geheel. In de topstukkenzaal zijn de hoogtepunten uit de collectie te zien, maar ook de ‘lamp’ springt in het oog. Als een vleugel van een reuze libelle hangt dit kunstwerk van wit matglas over de gehele lengte van de zaal. Volgens Rik Vos lijkt het ook wel op de romp van een Vikingschip.

Deze ruimte zal behalve als museumzaal ook gaan dienen als ontvangstruimte. Bedrijven en instellingen ke er een receptie of diner geven. “Dit is een aspect van de privatisering die in de hele museumwereld te zien is. Het geeft het museum een meerwaarde”, aldus Mieke Minkes. “Het betekent echter wel dat in een dergelijke zaal de klimaatbeheersing zeker van groot belang is.” Er is een rooster voor de afzuiging en in de muren zijn verticale luchtverbindingen aangebracht. Over de estrikjes is ter bescherming een eikenhouten vloer gelegd.

In de benedenzaal van de Kanselarij zijn portretten, stillevens, landschappen en historiestukken uit de Gouden Eeuw te zien en in de kapverdieping heeft het Verzetsmuseum Friesland onderdak gekregen. Volgens Rik Vos worden het Verzetsmuseum en het Fries Museum “oud en gelukkig met elkaar”. Dit deel van het museum is 15 april geopend door prins Willem Alexander. Het gebeurde om 12.23 uur precies, want toen was het op de minuut af vijftig jaar geleden dat het eerste Canadese voertuig Leeuwarden binnenreed.

Steenbok en raven

Het ‘nieuwe’ Fries museum wordt in 1996 opgeleverd en is dan groot te noemen. “Er is dan gelukkig ook genoeg ruimte voor het publiek om hier en daar even uit te rusten. De openingstijden worden uitgebreid en je kan dus echt op je gemak alles bekijken”, vertelt Mieke Minkes.

Het museum wordt stapsgewijs weer voor het publiek opengesteld. Na de Kanselarij gaat in mei de ondergrondse tentoonstellingszaal open en verschijnen beelden van Gerard Groenewoud en Tilly Buy op het dak van het entreegebouw. Deze dieren moeten het publiek aan het denken zetten over de betekenis van kunst. Er wordt een wedstrijd uitgeschreven voor het mooiste verhaal achter deze beesten; waarom staan zij daar? In september wordt de afdeling Moderne Kunst ingewijd met een bijzondere tentoonstelling over het Friese Landschap.

Het is duidelijk; over enige tijd reist men niet meer alleen voor het Groninger Museum naar het noorden des lands. ‘Ingehouden en beschaafd’ mag het Fries Museum er dan ook zeker zijn.

Het museum is van maandag tot en met zaterdag open van 11.00 tot 18.00 uur en op zon- en feestdagen van 13.00 tot 17.00 uur. Voor meer informatie: Mieke Minkes, tel. 058-123001.

Ontwerp voor de kunstwerken op het dak van de nieuwbouw van het Fries Museum; steenbok (brons, hoog ca. 350 cm.) en zeven raven (brons, ieder lang ca. 60 cm.), te onthullen in mei.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels