nieuws

Een piramide werd grondig geplunderd

bouwbreed

In 1994 meldden de kranten dat een Nederlands archeologenteam in Egypte, samen met een Britse opgravingsexpeditie niet ver van Cairo in de oude necropolis van Sakkara een dubbelgraf had ontdekt: vader en zoon Pay en Raia, haremdirecteuren van het hof van koning Toetanchamon. De blijdschap over deze vondst veranderde recentelijk in een grote teleurstelling toen bleek dat de piramide van Sakkara door grafrovers was geplunderd.

Reeds in 1975 werkte het Nederlandse team onder leiding van de Leidse hoogleraar Hans Schneider samen met de Britse Egypt Exploiration Society. Zij maakten bekend dat in Sakkara de graven van Inioeia, opper-rentmeester van Toetanchamon, van Maya, minister van Financien aan diens hof van Horemheb zijn chef-staf, waren gevonden.

In 1987 en 1988 waren enkele grafkamers op 22 meter diepte ontdekt en naar de oppervlakte gebracht. Ze werden herbouwd in een betonnen bak die daar toe werd geplaatst in het voorhof van het Maya-graf. De zeldzame, fraaie, goudkleurige reliefs op de wanden van de grafkamers werden in hun geheel naar boven gebracht en precies nagebouwd.

Het was de bedoeling de twintigste verjaardag van het Nederlands-Britse opgravingspo in Sakkara bij de vroegere Egyptische hoofdstad Memphis volgend jaar te vieren met de opening van een klein Sakkaramuseum. Dr. Jaap van Dijk en zijn vrouw Julia, Egyptologen van de Groningse universiteit hadden daartoe al een aantal kalkstenenreliefs en bronzen kunstvoorwerpen als amuletten, vazen, potten en ander aardewerk geprepareerd. Hans Schneider was toen nog zo trots dat de graven sinds hun afsluiting door niemand waren geplunderd of bezocht, maar hij weet nu wel beter.

Kort geleden werd bekend dat de Egyptische politie 24 mensen had gearresteerd die zich aan diefstallen uit Sakkara hadden schuldig gemaakt. Onder hen waren ook inspecteurs van de Egyptische archeologische dienst. Zij konden gemakkelijk worden omgekocht omdat zij werden onderbetaald. Na de eerste inspectie bleek dat de graven grondig waren geplunderd. De ‘Sunday Times’ meldde 12 maart jl. dat vele vijfduizend jaar oude voorwerpen met tonnen tegelijk naar Groot-Brittannie zijn vervoerd. De waarde ervan loopt in de miljoenen.

Egypte en Groot-Brittannie hebben een netwerk opgerold van plunderaars. Afgelopen weekeinde werden in West-Engeland vijf vooraanstaande kunsthandelaren en een politiefunctionaris door Scotland Yard opgepakt. Deze instelling werd ingeschakeld op uitdrukkelijk verzoek van de Egyptische president Hosni Moebarak. Mummies, sarcofagen, sieraden en keramiek zijn het land uitgesmokkeld. Beelden werden in stukken gehakt als ze te groot waren voor vervoer. Hierogliefen van onschatbare waarde werden door dievenbendes in dienst van de Britten losgezaagd en verkocht aan prive-verzamelaars in New York, Geneve, Berlijn en Japan.

Het onderzoek heeft negen maanden geduurd en er worden nog meer arrestaties verwacht. De Egyptische autoriteiten, die door acties van moslimterroristen het toerisme toch al dramatisch hebben zien teruglopen, zijn woedend over de schaal van de plunderingen. Sakkara is de grootste archeologische vindplaats van het land, waar ondermeer de oudste piramide van Egypte staat, die van Djoser. De recente vondsten op de koninklijke graafplaats bij Memphis en in de tombes van hoge ambtenaren bij Sakkara waren voor Egypte daarom ook zo belangrijk, omdat veel kunstschatten door de eeuwen heen zijn verdwenen. Plundering van piramides en koningsgraven kwam immers al in de vroegste oudheid voor, vrijwel vanaf het moment dat ze in gebruik werden genomen.

Dit ondanks alle ingenieuze maatregelen die architecten bedachten om ze van diefstal te vrijwaren. Vanaf de negentiende eeuw deden westerse landen, vooral Britten en Fransen, ijverig mee aan het leeghalen van Egypte. Westerse musea liggen vol Egyptische kunst. De collectiekunstschatten uit de faraotijd in het British Museum bijvoorbeeld is veel groter dan die van het Egyptische Museum in Cairo, en de Britten tonen weinig neiging daarvan iets terug te geven.

Bekend ook is het verhaal van de Egyptische anbassadeur Lord Elgin (1766-1841) die in 1801 het Parthenon in Athene plunderde en belangrijke delen daarvan per schip naar Londen liet overbrengen, waar hij ze in een nog bestaand museum liet onderbrengen. Misschien dat door de opzienbarende roof in Egypte teruggave urgent wordt?

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels