nieuws

De kracht van kunst in openbare ruimte

bouwbreed

Sinds vijf jaar is het beleid voor kunst in de openbare ruimte in Den Haag aan Stroom Haags Centrum voor Beeldende Kunst toevertrouwd. De resultaten zijn vanaf vandaag te zien in de tentoonstellingsruimte aan het Spui. De expositie ‘Warm of Koud. Vijf jaar kunst in de openbare ruimte’ geeft een goed beeld van de potentie die kunst vandaag de dag in die openbare ruimte heeft.

Langzamerhand heeft Stroom zich weten op te werken tot het aanspreekpunt voor gemeentelijke en andere instellingen met vragen of problemen over de rol die kunst in de openbare ruimte kan spelen. Het is zelfs zover gegroeid dat Stroom tegenwoordig regelmatig al in een vroeg stadium bij poen betrokken of gevraagd wordt om advies.

Het doel van de tentoonstelling is in de eerste plaats kenbaarheid aan en inzicht te geven in de diverse activiteiten die Stroom HCBK op het gebied van kunst in de openbare ruimte heeft ontplooid. De expositie omvat materiaal van zowel afgesloten en nog lopende poen.

De Amerikaanse kunstenaar Andrea Blum is uitgenodigd de expositie in te richten. Blum werkte al eerder aan een Stroom-po mee. Voor ‘De Campagne’ plaatste zij op vijf locaties in Den Haag lichtblauwe ‘loveseats’. Voor ‘Warm of Koud’ arrangeerde zij ‘Public Affaires’. In door haar ontworpen meubels zijn aan de hand van video, dia’s, publikaties en film de poen van de afgelopen vijf jaar te aanschouwen. In het studiogedeelte zijn onder andere de maquette van Acconci’s plan voor de Laakhaven, een video-animatie van het schitterende panorama dat James Turrell in de duinen van Kijkduin heeft ontworpen en studies en schetsen van mogelijkheden voor het gebied van de Schenkstrook te bezichtigen. Gedurende de expositie zal dit gedeelte telkens worden aangepast aan de actualiteit, waarmee de procesmatige aanpak van Stroom wordt gevisualiseerd.

Toen Stroom in het leven geroepen werd, was een van de belangrijkste taken beleid te ontwikkelen ten aanzien van kunst in de openbare ruimte. Daartoe heeft Stroom van het begin af aan op actieve wijze deelgenomen aan het debat over de vorm en de functie van kunst in die openbare ruimte. Dit beleid wordt sinds 1992 uit een fonds gefinancierd.

Afgelopen vijf jaar is er een aantal zeer interessante poen van de grond gekomen. Vertrekpunten voor deze poen waren in de eerste plaats de beeldende kunst zelf en direct daarnaast de gebruiker van de openbare ruimte. Op het snijvlak van deze twee punten heeft Stroom het beleid geformuleerd. Hoewel Stroom bij geen enkel po een standaardprocedure hanteert, is er wel een aantal uitgangspunten dat, naast de zojuist genoemde punten, aan het beleid ten grondslag ligt.

De kunst mag bijvoorbeeld niet als lapmiddel gebruikt worden om architectonische of stedebouwkundige missers te camoufleren. Evenmin mag een beeld zomaar ergens geplaatst worden. De gedachte ‘op elk plein een beeld’ is uit den boze. Kunstwerk en locatie moeten duidelijk voor elkaar geschikt zijn.

Dit geldt niet alleen in fysiek opzicht, maar ook in inhoudelijke zin. De vorm en de geschiedenis of betekenis van beeld en plek moeten op elkaar afgestemd zijn. Bovendien is Stroom van mening dat beelden ook tijdelijk ergens geplaatst moeten ke worden. Tenslotte vormen discussie en informatie belangrijke onderdelen die in al de poen geintegreerd moeten zijn.

Stroom initieert in de eerste plaats tijdelijke poen, waarbij het experimentele en conceptuele karakter de boventoon voert. Het proces en de discussie die daarbij ontstaan zijn belangrijke onderdelen ervan. Het doel is vooral ideeen te ontwikkelen. Bij een po als ‘de Campagne’ kregen kunstenaars bijvoorbeeld de opdracht een werk voor een door henzelf gekozen locatie in Den Haag te maken. Het enige criterium waar dat kunstwerk aan moest voldoen was dat er een verband moest worden gelegd met de stad en haar geschiedenis.

Naast dit soort experimentele poen schept Stroom gelegenheden voor beeldend kunstenaars meer concrete poen voor de openbare ruimte te ontwikkelen en te realiseren. Zo is de Nederlandse kunstenaar Irene Fortuyn gevraagd een plan te maken voor de openbare ruimte van het Slachthuisterrein. Ten derde realiseert het instituut kunstwerken bij gebouwen of pleinen; de meest traditionele vorm van kunst in de openbare ruimte.

De tentoonstellingsruimte die Stroom er in 1993 bij de verhuizing naar het Spui bijkreeg, heeft in sommige gevallen de functie van katalysator gehad. Uit een expositie is meer dan eens een opdracht of een ander project voortgevloeid. Het ontwerp dat de Amerikaanse kunstenaar Vito Acconci voor het Laakhavengebied heeft gemaakt, kwam voort uit zo’n expositie.

Toen Acconci in de tweede helft van 1993 verschillende van zijn modellen en voorstellen voor stedebouwkundige ingrepen exposeerde, heeft Stroom hem opdracht gegeven tevens een voorstel te doen voor de inrichting voor het gebied van de Haagse Hogeschool aan de Laakhaven. In dit gebied komen naast de Haagse Hogeschool, woningen en kantoren. In plaats van een rechte kade, een strakke scheiding tussen bebouwing en het water van de Laak stelde Acconci voor juist een rafelige overgang te creeren om de strakheid en overheersing van de architectuur minder scherp te maken.

Volgens Haagse Hogeschool-ontwerper Hans van Beek van Atelier PRO, dat tevens de stedebouwkundige supervisie van het Laakhaven-gebied heeft, kan kunst in de openbare ruimte een verrijking betekenen, op voorwaarde dat het tussen de betrokken partijen klikt. Wat het po van Acconci betreft is dat, na veel overleg en aanscherpen van het eerste concept, zeker het geval. Van Beek is van mening dat een kunstenaar meer afstand heeft dan een architect of stedebouwkundige. Kunst kan de rol van een knipoog vervullen.

Ook Jan Wijle van de afdeling Kunst in de Openbare Ruimte bij Stroom onderstreept dit. Architecten en stedebouwkundigen werken meer vanuit een probleemstelling waarvoor zij een oplossing moeten vinden. Zij denken in verhouding met beeldend kunstenaars meer toegepast.

Een ander spannend po van Stroom dat in de toekomst het centrum van Den Haag zal sieren is het zogenaamde sokkelplan. Het concept hiervoor is van de bekende Nederlandse kunstenaar Peter Struycken. Op het moment dat er sprake was van een revitalisatie van de Haagse binnenstad, heeft beeldende kunst daarin een rol toebedeeld gekregen.

In 1990 is Struycken door Stroom en het gemeentelijk bureau De Kern Gezond uitgenodigd als conservator van de kunst in de binnenstad. Uitgangspunt was dat architectuur, stedebouw en beeldende kunst een geheel moesten gaan vormen. Om dat te bewerkstelligen bedacht de kunstenaar twee linten van beelden op identieke sokkels. De linten zullen in de voetgangerszones van het centrum gaan lopen.

De sokkel voor de beeldengalerij is ontworpen door de Amsterdamse keramist Geert Lap. Voor de beelden op deze sokkel zijn en worden enkele tientallen kunstenaars benaderd. Peter Struycken is verantwoordelijk voor de selectie van de kunstenaars.In feite gaat het hier, wat het concept betreft, om een vrij traditionele en voor ieder herkenbare vorm van kunst in de openbare ruimte. Toch is het net even spannender. Juist het contrast tussen de uniformiteit van de sokkels, hun herhaling en de variatie aan beelden die daarop komen te staan maakt dit po zo boeiend. Dit contrast zal de gebruiker van de openbare ruimte hoogstwaarschijnlijk bewuster en op een ander manier naar de omgeving laten kijken.

Als in 2000 het gebied van de Grote Markt en het Spui opnieuw is ingericht dan zullen in totaal 40 sokkels met kunstwerken deze nieuwe omgeving komen bevolken. Nu staat een aantal van het al maar groeiende leger ‘verdekt’ opgesteld tussen de Grote Kerk en het oude stadhuis.

‘Warm of Koud. Vijf jaar Kunst in de Openbare Ruimte’ t/m 10 juni 1995. Stroom HCBK, Spui 193-195 te Den Haag. Ma t/m za 12.00-17.00 uur. Inlichtingen tel.070-3658985.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels