nieuws

Bouwstoffenbeleid provincies onder vuur

bouwbreed

Het ministerie van VROM treedt binnenkort in overleg met het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de bouw om te bezien hoe de problemen rond het interim-beleid van de provincies voor het gebruik van secundaire bouwstoffen uit de wereld ke worden geholpen. Aanleiding vormen de zorgen die de bouw vorige week over dit beleid heeft uitgesproken in het Milieuberaad Bouw.

Zoals bekend is VROM al bijna tien jaar bezig met de opstelling van het Bouwstoffenbesluit. In dit besluit wordt zeer nauwkeurig aangegeven hoe op milieuverantwoorde wijze moet worden omgegaan met primaire en secundaire materialen in de bouw.

Naar het zich nu laat aanzien zal begin mei de definitieve versie van het Bouwstoffenbesluit worden gepubliceerd in het Staatsblad. De inwerkingtreding vindt gefaseerd plaats. Uiteindelijk moet het besluit op 1 januari 1998 geheel van kracht worden verklaard.

Tot die tijd, zo meende het IPO, is er behoefte aan interim-beleid. Eind 1994 heeft ing. P. Rooymans, beleidsmedewerker van de provincie Noord-Brabant en poleider secundaire grondstoffen van het IPO, daarom de nota ‘Werken met secundaire grondstoffen’ opgesteld.

In deze nota worden de randvoorwaarden gegeven die de provincies in hun eigen beleid ke stellen aan het gebruik van secundaire bouwstoffen, vooruitlopend op de komst van het Bouwstoffenbesluit. Inmiddels hebben de provincies Zuid-Holland en Noord-Brabant het interim-beleid al ingevoerd.

Niet blij

De bouw is niet blij met het interim-beleid van de provincies, en heeft zijn zorgen hierover dan ook uitgesproken in het Milieuberaad Bouw. Ing. M.D.J. Oltheten, secretaris van het Nederlands Verbond Toelevering Bouw, bevestigt dat desgevraagd. Volgens hem is in de eerste plaats onduidelijkheid en verwarring ontstaan over de wijze waarop provincies met de diverse secundaire bouwstoffen willen omgaan.

Zo circuleert er op dit moment een aantal van elkaar verschillende lijsten, waarop bouwstoffen in milieuklassen zijn ingedeeld. Van deze lijsten is niet duidelijk welke nu de juiste is. “En om de verwarring compleet te maken zijn er nu ook twee versies van de nota over het interim-beleid in omloop, voorzien van dezelfde datum en gestoken in hetzelfde kaftje.”

Daarnaast maakt men zich zorgen over de handhaving van het IPO-interimbeleid. “Ons is nog steeds niet duidelijk hoe men dit denkt te gaan doen. In het Bouwstoffenbesluit is gekozen voor de erkende kwaliteitsverklaringen, zoals in het Bouwbesluit is gedaan. Die weg wil het IPO niet op. Maar hoe ze het dan wel gaan doen is niet duidelijk. Met keuringen per partij, misschien? Wie gaat dat dan betalen?”

Oltheten vreest dat het interim-beleid negatief zal uitpakken voor het gebruik van secundaire bouwstoffen. “Het gevaar is dat men zegt: ‘Poeh, dat IPO-beleid is zo moeilijk te handhaven, stop die secundaire bouwstoffen maar in de ijskast, tot het Bouwstoffenbesluit er is’. Maar tegen die tijd zijn de producenten van secundaire bouwmaterialen allang over de kop.”

Twijfel

Oltheten vervolgt: “Wij hebben er grote twijfel aan of het IPO er wel zo verstandig aan heeft gedaan om met dit interim-beleid te komen. En voor wat betreft de handhaving vinden wij dat het IPO zich er met een jantje-van-Leiden vanaf heeft gemaakt.”

Rooymans, geestelijk vader van het interim-beleid toont zich verbaasd over de ophef die is ontstaan. “Volgens mij valt het allemaal wel mee, hoor. De soep hoeft helemaal niet zo heet gegeten te worden als dat ze wordt opgediend.” Hij erkent dat er problemen zijn geweest over een bijlage bij de nota, waarin de bouwstoffen in milieuklassen zijn ingedeeld. “Maar die hebben we aangepast.” Dat is ook de reden dat er verschillende versies circuleren. “Na de eerste reeks van 200 exemplaren is de bijlage aangepast. Daarna is een nieuwe reeks gemaakt. Al die exemplaren hebben dus een andere bijlage gekregen.”

De kritiek op de handhaving, is Rooymans ook ter ore gekomen. “Maar voor er op dit onderdeel iets wordt aangepast, wil ik daar wel eerst het fijne van weten.”

In het gerezen geschil zal het ministerie van VROM nu een “faciliterende rol” gaan spelen om het IPO en de bouw met elkaar rond de tafel te krijgen, zo meldt een woordvoerster van VROM. “Op zich is het een zaak van de lagere overheden, maar we ke dit niet zomaar laten passeren”.

Er wordt nu gezocht naar een datum voor het overleg.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels