nieuws

Batavia gaat te water

bouwbreed

Met zesendertig hydraulische krikken is de 640 ton wegende replica van het VOC-schip Batavia een meter omhoog getild. Dat is onderdeel van de operatie om de reconstructie van het beroemde schip van de Vereenigde Oostindische Compagnie naar het water te krijgen. De bouw van het schip, een werkervaringspo voor jongeren, heeft bijna tien jaar geduurd. Vandaag zal Koningin Beatrix de Batavia dopen. Het schip zal daar nog niet te water worden gelaten. Dat gebeurt in een dok in Amsterdam. Daarna keert het schip terug naar Lelystad, waar het te bezoeken is.

De bedenker en begeleider van de bouw, scheepsbouwmeester Willem Vos, straalt als een kind nu de tewaterlating na ruim negen jaar werk bijna een feit is. De doop gebeurt, in overeenstemming met de huisregels op de werf, alcoholvrij. In de fles zit zeewater uit de Indische Oceaan, het water waarin de originele Batavia ten onder is gegaan.

De ‘echte’ Batavia liep tijdens haar eerste reis naar de Oost in 1629 voor de Australische kust op een rif en verging jammerlijk. De meeste opvarenden, enkele honderden soldaten en matrozen maar ook vrouwen en kinderen, wisten zich eerst nog te redden op de Abrolhos-eilanden. Maar een opstand daar decimeerde de groep tijdens gruwelijke moordpartijen. Voor filmer Paul Verhoeven bieden de bijna voltooide Batavia en de geschiedenis van haar bemanning voldoende inspiratie om een film over dit drama te overwegen.

De Lelystadse variant van het VOC-schip is gebouwd door jongeren die van Vos een opleiding hebben gekregen in scheepstimmeren. Terwijl de replica in al haar schoonheid ligt te wachten, krijgt de romp nog een likje verf, worden de masten overspannen met feestvlaggen en krijgt de enorme lantaarn die de achterspiegel siert nog snel een laagje bladgoud. Op de Bataviawerf heerst een nerveuze stemming, want of de tewaterlating gesmeerd zal verlopen is nog onzeker, hoewel alles tot in de puntjes is voorbereid. Zelfs de dijk die de Batavia moet oversteken is aan een minutieus onderzoek onderworpen om te zien of hij het zeilschip wel kan dragen.

Aan de voet van de dijk is een grote berg stenen gestort om de weg te egaliseren zodat de Batavia zonder al te veel obstakels het ponton opgereden kan worden. Dat gebeurt in het weekeinde na de doop. Daarna steekt het VOC-schip op een ponton het IJsselmeer over naar Amsterdam.

“De eerste onzekere factor is de wind”, zegt woordvoerder Nico Koppius. “Wanneer het harder waait dan windkracht vijf trekt de verzekeringsmaatschappij zijn handen ervan af en moet de operatie worden uitgesteld. Vervolgens is het afwachten hoe het hout zich gedraagt. De ‘Batavia’ heeft tien jaar hoog en droog in de buitenlucht gestaan.”

In Amsterdam voltrekt zich de echte tewaterlating in een dok. Dat stroomt langzaam vol en dan moet blijken of het schip niet lekt en stabiel ligt. Vrijwilligers zullen in het dok met kruiwagens stenen in het ruim rijden als ballast. Het is nog onzeker hoeveel ballast de Batavia nodig heeft. De ballast bepaalt de diepgang en de gemiddelde diepte van het IJsselmeer is 3,40 meter. De Pampusgeul van en naar Amsterdam is echter een ondiepte die al in de 17e eeuw de scheepvaart parten speelde. Mocht de ‘Batavia’ te diep steken, dan zal de thuisvaart via IJmuiden en Den Helder gaan.

De bouwsom van het schip bedroeg f. 12 miljoen en dat bedrag heeft het schip nog niet opgebracht, ondanks de vele bezoekers die het schip tijdens de bouw al hebben betreden. De verwachting is dat de Batavia voorlopig aan de steiger blijft om bezoekers te ontvangen.

Op termijn vertrekt het schip naar Den Helder voor de eerste proefvaarten op de Noordzee.

De Bataviawerf waarop een vast bouwteam van vijftig mensen en een vrijwilligersteam van rond de 250 mensen werken, blijft bestaan. Ook de opleiding scheepstimmeren loopt gewoon door. Tussentijds is een Flevo-aak gebouwd en iets opzij van de Batavia ligt al de 39 meter lange kiel van het beroemde vlaggeschip van Michiel de Ruyter ‘De Zeven Provincien’.Negen jaar is gewerkt aan de Batavia.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels