nieuws

Bam maakt zich minder afhankelijk van u-bouw

bouwbreed

Het bredere bouwconcern Koninklijke Bam Groep krijgt steeds meer vorm. Om minder afhankelijk te zijn van utiliteitsbouw voert men een beleid dat gericht is op versterking van infrabouw en installatietechniek. Stabiele verdeling van de omzet over de divisies is de taak voor de komende jaren.

“De omzetstijging van f. 173 miljoen over 1994 komt geheel voor rekening van niet-u-bouw gebonden activiteiten”, verklaart dr. ir. Wim van Vonno, president-directeur Koninklijke Bam Groep, desgevraagd. De produktie-omzet bereikte over het achterliggende boekjaar een niveau van f. 1,444 miljard.

Van Vonno wil met zijn berekening aantonen dat met name analisten ongelijk hebben. Het laatste jaar meldt deze beroepsgroep in analyses dat Bam zich te veel heeft gericht op u-bouw, en juist die markt is de te jaren met 20 procent gekrompen. Analisten steunen hun visie door de omzetval van Bam in de u-bouw naar voren te brengen.

“Natuurlijk zijn we een grote utiliteitsbouwer”, stelt Van Vonno. “Maar door aankopen van onder andere Hulsink (in 1993) en De Ruiter Verenigde Bedrijven (in 1994) ontstaat een tandem dat sterk is in met name de kleine infrastructuur, zoals leidingen en kabels. Voor dit jaar verwacht ik veel van deze twee bedrijven. Daarnaast is de installatiegroep versterkt met Cremers, een belang van 50 procent, en de KTL Groep.”

Bankrekening

Het nadeel van de expansie is dat alle overnames zijn gefinancierd met eigen middelen en niet door het uitgeven van aandelen. Het effect was dat de rentebaten daalde met f. 6,5 miljoen tot f. 1,9 miljoen. De bankrekening slonk aanzienlijk onder andere door de betaalde goodwill.

Van Vonno erkent dat de nieuwe Bam-aanwinsten beter met aandelen hadden ke worden aangekocht. “De oud-aandeelhouders wilden cash.” Daarnaast speelde de lage rentestand de onderneming dupe.

Een en ander kon niet voorkomen dat de winst voor het tweede achtereenvolgende jaar daalde en wel naar f. 20 miljoen ( f. 22 miljoen). Het topjaar 1992 ligt nog ver weg. In dat jaar werd een nettowinst gerealiseerd van f. 26 miljoen. Ondanks de oplevende economie houdt Van Vonno namelijk voor dit jaar vast aan “tenminste het niveau van 1994”. De onderneming streeft naar een verbetering van de marge voor belasting tot 3 procent. Een percentage dat vorig jaar uitkwam op 2,1.

Winstgroei

De kans is echter groot dat het winstniveau over 1994 wordt overschreden omdat het niveau van de orderportefeuille is gegroeid en woningbouw weer zal bijdragen aan het resultaat. Door een aantal slechte poen heeft het beursfonds twee jaar nodig gehad om woningbouw uit de rode cijfers te halen. Van Vonno: “In de jaren 1993 en 1994 heeft een schoning plaatsgevonden. We gaan er vanuit dat dit jaar woningbouw weer in de zwarte cijfers komt.”

De kosten die men heeft met de unitbouw-activiteiten in Frankrijk zullen dan ook niet meer op de onderneming drukken. De komende weken voert Van Vonno gesprekken met de andere aandeelhouder in Fort Constructions, een Franse ontwikkelingsbank, om de activiteiten te stoppen. “De bouwmarkt in Frankrijk blijft onveranderd slechts. De opleving verloopt zeker trager dan die in Nederland. We zijn op het verkeerde moment in deze markt van tijdelijke units gestapt en er komen geen signalen dat het beter gaat worden. Onze buitenlandse activiteiten concentreren we in Duitsland en Belgie.”

De staking heeft nu nog geen consequenties voor de resultaten over 1995. Een aantal grote werken, waaronder de bouw van het stadion van Ajax, ligt stil. “Het is nog te vroeg om te zeggen dat we schade zullen lijden”, formuleert de bestuursvoorzitter voorzichtig. “Het probleem komt pas na de staking als we een extra inspanning moeten gaan leveren om de achterstand in te lopen.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels