nieuws

Amsterdam legt basis voor milieubeleid

bouwbreed

Als eerste gemeente in Nederland heeft Amsterdam acht grondslagen vastgesteld die dienen als basis voor het lokale milieubeleid op de lange termijn.

De stad gaat onder meer uit van het principe dat de vervuiler betaalt, maar dat betekent niet dat de economische ontwikkeling daaraan ondergeschikt is. Van geval tot geval bekijkt het stadsbestuur wat zwaarder moet wegen: het milieu, of de ontwikkeling van de werkgelegenheid. Vrij vertaald komt het erop neer dat het gemeentebestuur schone lucht en helder water alleen niet zaligmakend vindt. De stad moet ook nog aantrekkelijk blijven voor de bewoners op andere terreinen. Dat betekent dat de ene wijk een bedrijf de deur kan wijzen, waar de ander de onderneming welkom heet en kiest voor het bestrijden van negatieve gevolgen, door bijvoorbeeld huizen te isoleren. Het eerste kan gelden voor de dichtbevolkte Jordaan, het tweede voor het westelijk havengebied, waar de bedrijvigheid de overhand heeft.

Binnen de stad komen er verschillende milieukwaliteitseisen, specifiek toegesneden op woonbuurten, industrieterreinen of horeca-rijke gebieden. Aan het belasten van het milieu hangt de gemeente een prijskaartje, hoewel niet alleen de veroorzakers van overlast voor de kosten opdraaien. Ook de burgers die profiteren van bepaalde voorzieningen, waaronder de gemeente ook schone grond en water en het gebruik van de schaarse ruimte rekent, betalen mee.

De grondslagen vormen de basis voor de besprekingen die het centrale stadsbestuur momenteel voert met de zestien stadsdelen. De deelraden bepalen hoe het beleid er in hun gebied in detail uitziet, maar moeten zich daarbij houden aan de acht hoofdlijnen. Nog voor de zomer komt er een tussenrapportage, zodat de gemeenteraad bij de behandeling van de begroting rekening kan houden met de plannen. In maart 1996 is het milieubeleidsplan voor de hele stad gereed.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels