nieuws

Zuid-Holland wil minder zand gebruiken

bouwbreed

Zuid-Holland heeft jaarlijks behoefte aan ruim 4,5 miljoen ton beton- en metselzand. De provincie wil deze hoeveelheid verminderen door bijvoorbeeld een zuiniger gebruik van grondstoffen, door beton te vervangen door andere (vernieuwbare) bouwmaterialen en door alternatieve bouw- en ontwerptechnieken.

Het bijbehorende onderzoek maakt deel uit van de milieu-effectrapportage die Zuid-Holland laat uitvoeren naar de voorziening van beton- en metselzand. Provinciale staten hebben om deze extra mer gevraagd. Deze moet aantonen of en hoe de taakstelling van het rijk kan worden uitgevoerd.

Dit betekent dat er naast zandafgravingen op het land ook gekeken wordt naar bijvoorbeeld de winning van zeezand en het gebruik van secundaire grondstoffen. Als dit onderzoek niets oplevert begint de provincie een zogeheten locatie-mer. In deze tweede fase wordt bekeken welke locaties voor de winning in aanmerking komen. De eventuele aanwijzing van een of meerdere locaties gebeurt bij de herziening van het streekplan.

Secundair

Secundaire grondstoffen ke een deel van de Zuidhollandse behoefte aan beton- en metselzand dekken. Het gaat dan om materialen die in vrij grote hoeveelheden beschikbaar komen zodat minstens een installatie hiermee kan werken. De materialen moeten aan de NEN-normen voldoen. Produktie en inzet mag geen problemen opleveren inzake de milieu- en arbeidshygiene. De vervanging van beton- en metselzand dient doelmatig en economisch rendabel te zijn of maatschappelijk aanvaardbaar.

Het IPO stelde eerder dat de regering weinig activiteiten onderneemt inzake de import van oppervlaktedelfstoffen. Het ministerie van Verkeer en Waterstaat kondigde in 1991 een onderzoek aan naar deze import maar trok deze toezegging later in. Bij de import van beton- en metselzand zullen globaal de milieu-effecten in het buitenland aan de orde moeten komen. Tevens moet rekening worden gehouden met de gevolgen van de grote transportafstanden.

Fijn

Fijn zand biedt eveneens goede mogelijkheden voor de betonproduktie. Dat bleek uit een proef van de bouwdienst van Rijkswaterstaat en de dienst weg- en waterbouwkunde. In de praktijk kan deze toepassing pas plaats vinden na aanpassing van de NEN-normen. Neemt het aandeel fijn zand in beton toe dan maakt dat tevens een groter gebruik van secundaire grondstoffen mogelijk. Tevens biedt zeezand dan meer perspectief en verruimen de normen voor winning op het land.

Zand uit het Nederlandse deel van het Continentale Plat kan niet zonder meer opgaan aan beton- en metselwerk. De vorm en de verdeling van de korrels zijn dusdanig dat een mengsel van 100 procent zeezand niet onder de NEN-normen valt.

Zodra er meer mogelijkheden voor fijn zand komen zal de eis voor bijmenging van grof zand minder dwingend worden. In alle gevallen blijft ontzilting noodzakelijk. De mer zal ingaan op de milieu-effecten van grootschalige overslag op land en van ontzilting.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels