nieuws

Verenigd Europa moet niet teveel willen harmoniseren

bouwbreed

Het verenigd Europa moet op gebied van de bouw niet teveel willen harmoniseren. In bepaalde lidstaten zou wellicht niet alles gedaan moeten worden wat op basis van uniformiteit in de lidstaten vereist zou zijn. Daar zou alleen gedaan ke worden wat haalbaar is. Het verenigd Europa doet dan wel een stapje terug.

Dit bleek tijdens de zesde Bouwkwaliteitsmiddag van de Stichting Bouwkwaliteit (SBK). Het adagio op het thema ‘als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan’ werd ten gehore gebracht door K.H. Zachmann van de Europese Commissie DG III. Het bereiken van overeenstemming over de richtlijn bouwstoffen verloopt langzaam. Dit jaar valt dan ook nog geen realisatie van CE-markering op bouwprodukten te verwachten.

De markt voor bouwprodukten in de verschillende landen van Europa is voor het bereiken van overeenstemming over uniforme regelgeving te divers van aard en te verschillend van sterkte. Daarom lijkt het niet verstandig te veel te willen harmoniseren. In een aantal landen zou daarom maar gedaan moeten worden wat mogelijk is binnen die landelijke markten.

KOMO

De toehoorders konden tijdens de lezingen van het programma vernemen dat KOMO-kwaliteitsverklaringen zeker als zinvol instrument ke dienen voor de realisatie van milieubeleid. Opnemen van publiekrechtelijke milieu-eisen in beoordelingsrichtlijnen is te zien als logische uitbreiding op het reeds aanwezige eisenpakket met in toenemende mate prestatie-eisen. Een voorbeeld daarvan is het Bouwstoffenbesluit.

Alhoewel de definitieve tekst van dit document nog gepubliceerd moet worden is duidelijk dat KOMO-kwaliteitsverklaringen niet verplicht zullen zijn. Maar worden – in analogie van het Bouwbesluit – door de minister van VROM als voldoende bewijs gezien dat aan de eisen van het Bouwstoffenbesluit is voldaan. De verklaring in kwestie is een attest-met-produktcertificaat. In het attestgedeelte wordt aangegeven dat de bouwstof voldoet aan het Bouwstoffenbesluit, mits op de voorgeschreven wijze vervaardigd en toegepast. Het produktcertificaat heeft betrekking op de eigenschappen van de bouwstoffen qua samenstelling en uitloging.

Discussie

Tijdens de discussie na afloop van de lezingen werd het gebruik van voorkeurslijsten van bouwstoffen door lagere overheden aan de orde gesteld. Zo is er twijfel aan de onderbouwing van de milieuaspecten van dergelijke lijsten. Die weerstand is bekend bij VROM.

Geargumenteerd werd dat dergelijke lijsten weliswaar geen volledige, wetenschappelijke onderbouwing hebben, maar dat daarin wel antwoord wordt gegeven op vragen vanuit de samenleving zoals: “als ik aan milieu doe, hoe moet dat dan?”. Bedacht moet worden dat hanteren van de milieuvoorkeurslijsten zeker geen categorische uitsluiting van bouwprodukten inhoudt.

Bij de toeleveringsbranche vindt men dat producenten de plicht hebben op objectieve wijze de markt over milieurelevante informatie te berichten. “Het niveau waarop dat nu gebeurt, is echter ronduit ergerlijk. Er is daarbij geen enkel excuus te bedenken voor onzorgvuldigheid”, zo viel te beluisteren. Het moet met het milieu dus wetenschappelijker.

Een methodiek met maar een enkel ‘milieucijfer’ voor bouwprodukten lijkt te ver weg. Wel is er de milieumaat van het Milieuberaad Bouw. De methodiek is gebaseerd op de zogenoemde Life Cycle Analyse. De maat is uitgedrukt in vijf milieu-aspecten. Die gebruiken heeft de voorkeur boven de milieuvoorkeurslijsten uit oogpunt van zorgvuldigheid.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels