nieuws

Passieve houding drukt winst kleine aannemer

bouwbreed

Kleinere aannemersbedrijven zijn te passief als het gaat om nieuwe ontwikkelingen. De winst zou met procenten omhoog ke als er meer aandacht was voor bijvoorbeeld een efficient inkoopbeleid en een beheerste goederenstroom. Tot die conclusie komt het Innovatiecentrum West- en Midden Brabant naar aanleiding van een recent onderzoek onder twintig bedrijven. Voor het NVOB zijn dergelijke conclusies aanleiding om te pleiten voor een betere overdracht van onderzoeksresultaten naar de bedrijven.

Als de kleinere aannemers zich niet actiever op de markt bewegen, zullen zij van coordinerend bouwbedrijf verworden tot een zuiver uitvoerend bedrijf, een onderaannemer, waarschuwt het Innovatiecentrum. Het advies is dan ook: de ondernemer in de bouwbranche zal meer moeten sturen in plaats van volgen.

Uit het onderzoek, dat is uitgevoerd door Roskam Management Partners BV, blijkt dat aannemers zich zeer sterk laten leiden door de architect en de door hem in het bestek voorgeschreven merken en produkten. “Je zou bijna ke stellen dat de aannemers zich hierachter verschuilen. Het is immers de weg van de minste weerstand en biedt de eerste ontsnappingsmogelijkheid: het stond zo in het bestek, ik kan daar weinig aan veranderen.”

Een gezond kritische houding zou volgens het Innovatiecentrum zeer welkom zijn. “Door ook zelf als bedrijf, individu en ondernemer na te denken over andere mogelijkheden van toepassing of verwerking van produkten, ke wellicht zeer efficiente werkmethoden worden doorgevoerd waardoor men de concurrentie op zijn minst een slag voor kan zijn.”

Geen acties

Die passiviteit van kleinere bouwbedrijven wordt bevestigd in de verschillende bedrijfsdoelstellingen: “De bouwbedrijven formuleren die veelal wel, maar in de praktijk ontbreekt het aan concrete acties om deze te realiseren. Een duidelijk voorbeeld vormt kwaliteit. Iedereen wil hoge kwaliteit leveren, maar de meesten kennen geen objectieve criteria op basis waarvan die hoge kwaliteit kan worden beoordeeld.”

Een andere opvallende conclusie is, dat aan het inkooptraject zo weinig aandacht wordt geschonken. Gemiddeld bedraagt de inkoopwaarde zo’n 70 procent van de omzet. Maar het ontbreekt in de meeste gevallen aan goede prijsafspraken en een periodieke evaluatie van de leverancier. Ook de order- en goederenstroom kan volgens het rapport wezenlijk worden verbeterd.

Overigens komen de conclusies van het onderzoek in West- en Midden-Brabant niet onverwacht. Eerder deden de innovatiecentra in Den Haag, Amsterdam en Utrecht al onderzoek dat vergelijkbare conclusies opleverde: bouwbedrijven laten zich teveel een volgende rol opleggen, hebben te weinig aandacht voor de inkoop en voor de innovatieve mogelijkheden van het bedrijf zelf.

Kennisoverdracht

Ook drs. H. Meerbach van het Nederlands Verbond van Ondernemers in de Bouwnijverheid is niet verbaasd over dergelijke conclusies. “Ze leveren weinig nieuws op. Er zijn diverse onderzoekinstituten die door middel van onderzoek proberen de innovatie in de bouw te bevorderen. Maar we zien wel dat er een verschil is tussen de resultaten van het onderzoek en het overdragen van de kennis.” Het NVOB wil daarom bevorderen dat onderzoekinstellingen hun activiteiten niet alleen beperken tot onderzoek naar innovatiemogelijkheden. Zij zouden ook een traject moeten aangeven voor kennisoverdracht, zodat de verworven kennis ook daadwerkelijk bij de bedrijven terechtkomt. Daarbij wil het NVOB zelf een actieve rol spelen. Als voorbeeld noemt Meerbach het po Mechanisch opperen dat zijn organisatie onder supervisie van TNO Bouw uitvoert met het Koninklijk Verbond van Nederlandse Baksteenfabrikanten en de Nederlandse Metselaars Patroons Bond. Binnen dat po worden werkmethoden en hulpmiddelen ontwikkeld om de arbeidsomstandigheden van oppermannen en metselaars te verbeteren.

Meerbach wijst er overigens wel op dat bouwbedrijven in veel gevallen niet anders ke dan een volgende houding aannemen. “Opdrachtgevers willen graag dicteren. Vaak willen ze helemaal geen innovatie, maar gewoon op de traditionele manier worden bediend.” Maar tegelijkertijd denkt hij ook dat veel bedrijven “alle mogelijkheden zullen aangrijpen om de mogelijkheden die hen worden geboden te benutten”.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels