nieuws

NVB signaleert optimisme in kantorenmarkt, maar: Leegstand kantoren bedreigt nieuwbouw

bouwbreed

De kantorenmarkt klimt langzaam uit het dal. De economie trekt verder aan en daarmee ook de roep om nieuwe kantoorpanden. Echter, de leegstand van bestaande panden is zo omvangrijk dat hiervan een prijsbedervend effect uitgaat, met als gevolg dat het voor de nieuwbouwsector zware tijden zijn.

Deze conclusie trekt de Nederlandse Vereniging van Bouwondernemers (NVB) in de ‘Thermometer Commercieel Vastgoed’, het jaarlijkse onderzoek naar de kantorenmarkt.

De ‘Thermometer’ is gebaseerd op twee onafhankelijk van elkaar gehouden onderzoeken. Daarbij gaat het enerzijds om een enquete onder 3000 kantoorhoudende bedrijven en een economisch onderzoek naar het investeringsklimaat binnen de kantorenmarkt.

Uit het marktonderzoek blijkt dat er binnen de sector duidelijk sprake is van optimisme. Dit is vooral gebaseerd op een zich herstellende economie. Tevens is in 1994 het totale aanbod aan direct beschikbare dan wel in aanbouw zijnde kantoren voor het eerst sinds lange tijd niet meer gestegen. Sterker er is zelfs sprake van een lichte daling, zo stelt de NVB in de rapportage.

“Ook op de nieuwbouwmarkt vallen de ontwikkelingen in vergelijking met de prognoses mee. Het teruggekeerde optimisme onder de bedrijven leidt tot een lichte toename van het totale aantal m2 bvo waarvoor bouwvergunningen zijn afgegeven. Bovendien gaat het merendeel van de nieuwbouw buiten de ‘vrije’ markt om direct naar de gebruiker. Of zijn de nieuwe kantoren reeds voorverhuurd. Tegelijkertijd neemt het aantal m2 dat op ‘risico’ wordt ontwikkeld af. Ofwel, zo schrijft de NVB, “de aanbieders van nieuwe kantoren zijn duidelijk voorzichtiger geworden”.

Leegstand

Daarmee is volgens de Nederlandse Vereniging van Bouwondernemers het goede nieuws over de kantorenmarkt wel gezegd. “Want”, zo benadrukt de NVB, “zo gering als in 1994 de leegstand is bij de nieuwbouw, zo groot is de leegstand in de bestaande voorraad”. En juist dit laatste element baart de bouwers zorgen. “Het is”, verduidelijkt NVB-secretaris N. Rietdijk in een toelichting op de rapportage, “niet goed voor de markt. De huurprijzen zijn daardoor zo laag dat dat ook een direct effect heeft op de nieuwbouwsector. De klant vergelijkt de cijfers en wil zelfs voor nieuwbouw niet meer betalen.”

Prijsbederf in de visie van de NVB waar snel een einde aan moet komen omdat het anders voor de sector niet langer meer op te brengen is. Het zijn vooral de verouderde kantoorpanden uit de jaren zestig en zeventig die structureel leegstaan. “Daar moet”, aldus Rietdijk, “dan ook een structurele oplossing voor worden gevonden.” In dit kader kan volgens hem worden gedacht aan een functiewijziging van de panden. “Het wijzigen van kantoorpanden in woningen of, zoals Rotterdam in toenemende mate doet, lang leegstaande panden voor studentenhuisvesting bestemmen. Dit zijn creatieve oplossingen waarbij kantoorpanden lang niet altijd hoeven te worden gesloopt.”

Gouden tijden

Volgens Rietdijk zijn het momenteel voor de consument ‘gouden tijden’. “Juist door die lage huurprijzen doen ondernemers er goed aan nu te verhuizen.”

Uit de Thermometer blijkt dat momenteel een op de zeven Nederlandse bedrijven met plannen loopt om de komende drie jaar te gaan verhuizen. Omgerekend gaat het dan om veertien procent van de Nederlandse bedrijven. In de enquete van het jaar daarvoor was dat nog 12 procent.

Ook de behoefte aan ruimtewinst na de verhuizing ligt bij de geenqueteerde bedrijven hoger. Overigens noemt de NVB het opvallend dat de groeiende vraag naar kantoorruimte in feite alleen wordt gedragen door kleine bedrijven met minder dan vijftig werknemers. De vraag bij grotere ondernemingen naar nieuwe huisvesting blijft vooralsnog tegenvallen.

Stationslocaties

Het overheidsbeleid ten aanzien van het terugdringen van het autogebruik ten spijt, blijft het merendeel van de bedrijven de voorkeur te geven voor een vestiging bij of direct aan uitvalswegen. “Voor veel bedrijven blijkt een goede bereikbaarheid met de auto nog altijd van doorslaggevend belang te zijn.” Er is, zo blijkt uit de enquete, nauwelijks belangstelling voor het vestigen bij stationslocaties oftewel de door het Rijk bestempelde A-locaties.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels