nieuws

Moties knabbelen aan zelfstandigheid volkshuisvesting Kamer onder protest akkoord met brutering

bouwbreed

Onder protest akkoord. Zo zou men de uitkomst ke samenvatten van het debat dat de Tweede Kamer met staatssecretaris Tommel voerde over de bruteringsoperatie. Tegelijkertijd echter werd geknabbeld aan de grenzen van de nog maar net tot stand gebrachte zelfstandigheid van de corporaties. Het bij de nieuwe Kamer levende gebrek aan vertrouwen in de sociale verhuurders resulteerde in een groot aantal moties, die eigenlijk niets met de brutering maar veel meer met de ordening van de volkshuisvesting te maken hebben.

De kreet “Het is voor ons stikken of slikken” kon veelvuldig worden gehoord in het over maar liefst twee weken uitgesmeerde Kamerdebat aangaande de Wet Balansverkorting geldelijke steun volkshuisvesting.

Want hoewel de Kamerleden staatsrechtelijk niets in de weg stond om wijzigingen in deze wet aan te brengen, was men zich er terdege van bewust dat iedere feitelijke wijziging tot een verbreking van het bruteringsakkoord door de corporaties zou ke betekenen.

Niet alleen door de landelijke centrales van corporaties Nationale Woningraad en NCIV maar ook door staatssecretaris Tommel was daar voorafgaand en ook tijdens het plenaire debat immers veelvuldig op gewezen.

Dit zwaard van Damocles bracht de fracties van VVD, D66 en CDA ertoe staande het debat al hun instemming te betuigen met de bruteringsoperatie en met de daarvoor noodzakelijke Wet Balansverkorting geldelijke steun volkshuisvesting. VVD-er Hofstra: “Een contract is voor ons een contract.”

Stellingname

Alleen PvdA-woordvoerder Duivesteijn, een erkend criticus van de verzelfstandigde volkshuisvesting en in dit geval het bruteringsakkoord, wilde nog geen uitsluitsel geven over de stellingname van zijn partij, zonder daar in de fractie overleg over te hebben gevoerd. Maar zijn steun is niet noodzakelijk om het wetsvoorstel aan een Kamermeerderheid te helpen.

Vertrouwen

Haar onvermogen om het bruteringsakkoord te wijzigen, bracht de Tweede Kamer ertoe in de vorm van moties uiting te geven aan het al eerder gesignaleerde gebrek aan vertrouwen in de corporaties en hun koepels.

Tien moties werden er in totaal ingediend, waarvan vier door PvdA-er Duivesteijn en D66-er Versnel en drie door Duivesteijn, Versnel en Hofstra. En van die tien had slechts een motie, van de SP-er Poppe, ook inderdaad betrekking op het bruteringsakkoord.

PvdA, D66 en VVD vroegen samen om duidelijke prestatie-eisen voor een effectieve besteding van het maatschappelijk kapitaal dat bij de sector is ondergebracht (men schat zo’n f. 150 miljard). Dit kapitaal moet zodanig worden ingezet dat “het streven, de sector op termijn zichzelf in stand te doen houden, realiteit kan worden.”

Ook wensen de regeringspartijen, naar aanleiding van de ophef over al te vrijmoedig handelende corporaties, een aanscherping van het Besluit Beheer Sociale Huursector. Gevraagd wordt om “een meer adequate omschrijving van wat moet worden verstaan onder het ‘uitsluitend op het gebied van de volkshuisvestng’ werkzaam zijn”.

En tenslotte willen de regeringspartijen dat in overleg met de Algemene Rekenkamer een onafhankelijk instituut wordt ingesteld, dat vervolgens zal worden belast met het financieel toezicht op toegelaten instellingen en “de daarmee verbonden andere rechtsvormen”.

Positief

Tommel kon amper anders dan positief reageren op de verzoeken van de Kamer. Hij zegde toe met nadere informatie te komen over de prestatie-eisen, en zei zich te zullen inspannen de Kamer nog voor 1 juli van dit jaar een brief te zullen sturen over de wijze waarop het BBSH kan worden aangescherpt.

Overigens merkte de bewindsman wel op dat de meningen nogal uiteenlopen over de vraag hoe de aanscherping eruit moet komen te zien. “Dat gaat van de zeer strenge opvatting dat de corporatie alleen nog maar huurwoningen in de sociale sector mag bouwen tot en met de opvatting dat de corporatie ook koopwoningen mag bouwen als zij daarmee haar financiele positie zou ke verbeteren. Ik ben zeer benieuwd of de indieners van de motie nog op volstrekt dezelfde wijze over de verschillende mogelijkheden van de corporaties zullen denken als ik rapporteer over mijn voornemen.”

Restte nog de motie over het toezicht. Tommel vroeg zich af of het wel zo wijs was om het financiele toezicht te scheiden van het volkshuisvestelijke toezicht. “Ik ben nog niet zover”, aldus de staatssecretaris, die de indieners dan ook vroeg de motie aan te houden totdat nader overleg is gevoerd en onderzoek is gedaan. Hij zegde toe de Kamer zo mogelijk nog voor 1 juli 1995 te rapporteren.

Aanstaande dinsdag zal bij de stemmingen over moties en wetsvoorstel moeten blijken of de toezeggingen van Tommel voor de Kamer voldoende zijn.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels