nieuws

Malediven bereiden vlucht voor hoogwater voor

bouwbreed

De wetenschap zegt inmiddels zeker te weten dat de zeespiegel jaarlijks met minimaal een millimeter stijgt. Over het geheel genomen zal dat gegeven weinig onrust zaaien. Dat doet het echter wel in eilandstaten als de Malediven voor de kust van India.

Deze natie ligt evenals andere eilandstaten om en nabij twee meter boven de zeespiegel. Een gestaag stijgende zeespiegel betekent dat de eilanden binnen afzienbare tijd overstromen. Mede om die reden bereidt het bestuur van de Malediven een evacuatie voor. Momenteel laat de regering grote aantallen zakken met zand vullen om straks het water zo lang mogelijk buiten de deur te ke houden.

De Malediven maken sinds enkele jaren forse klimaatveranderingen mee. Meer dan vroeger treden zware stormen op en ontstaat er meer onweer. In 1987 en 1991 raasden de zwaarste stormen sinds mensenheugenis over de eilanden. Op het hoofdeiland Male wonen zo’n 40.000 van de totale 250.000 inwoners. Elke tweede arbeidsplaats hangt samen met de visserij; een bedrijfstak die volgens deskundigen door de klimaatveranderingen ten onder dreigt te gaan. President A. Chayoun opende eerder met Sri Lanka gesprekken over evacuatie van de Malediven.

In 1990 zette hij de organisatie van kleine eilandstaten op. De schuld voor de klimaatveranderingen legt hij bij de industriestaten die geen stappen ondernemen om verdere veranderingen te voorkomen. Daarmee bedreigen de ontwikkelde landen niet alleen het voortbestaan van bijvoorbeeld de Malediven maar ook het eigen. Eerder legde Chayoun tijdens een bijeenkomst van de VN uit dat klimaatveranderingen niet beperkt blijven tot bepaalde gebieden. Ook elders zal bijvoorbeeld een stijgende zeespiegel een catastrofe veroorzaken. Hij verwees daarbij naar berekeningen die aantonen dat het water in de volgende eeuw met zo’n twee meter zal stijgen.

Voorspellingen

Soortgelijke voorspellingen geven aan dat de stromen die op de Atlantische Oceaan ontstaan door de klimaatveranderingen vaker het westen van Europa zullen treffen. Meteorologisch onderzoek liet zien dat deze activiteit in de laatste decennia aantoonbaar toenam. Tegelijkertijd vielen de winterperioden in de afgelopen jaren uitermate mild uit bij temperaturen die zich in de voorgaande 700 jaar waarschijnlijk niet voordeden. De continentale kou schuift verder op naar het oosten en blokkeert daarmee niet langer de stormen die uit het westen komen en daarmee verder Europa ke binnendringen. Anderen menen daarentegen dat in de ene periode meer stormen ke voorkomen dan in de andere. Tijdvakken van tien jaar zouden te kort zijn om een prognose van waarde op te baseren. De ‘opeenhoping’ van stormen die zich nu lijkt voor te doen deed zich in de afgelopen 100 jaar vaker voor. De fysische omstandigheden van de atmosfeer zetten een soort compensatie in gang zodat op een periode met veel storm een periode met weinig storm volgt.

Stormvloeden

In de afgelopen 100 jaar warmde de aarde met gemiddeld een halve graad Celsius op. De opwarming treft ook de oceanen zodat in elk geval in theorie de basis is gelegd voor het ontstaan van meer stormen en in het verlengde daarvan voor veelvuldiger voorkomende stormvloeden. De oorzaak daarvan ligt bij een waarschijnlijkheid van 95 procent bij menselijk handelen. Natuurlijke activiteit als vulkanisme zwakt de invloed van dat handelen enigszins af. Aanpassing van dat handelen levert evenwel geen direct resultaat op. Wanneer theoretisch gesproken vandaag wordt besloten af te zien van alles wat broeikasgassen als CO2 vrij maakt zal het minstens nog zo’n 40 jaar duren voordat de eerste aanzet tot verbetering zichtbaar wordt. De resultaten van de milieuconferentie die in 1992 in Rio de Janeiro plaats vond doen vermoeden dat het beduidend langer zal duren. De ontwikkelingslanden streven naar een welvaartsniveau dat overeenkomt met dat van de industrielanden en leggen zich vooralsnog geen enkele beperking op. Ook de ontwikkelde landen lijken vooralsnog weinig haast te maken met het treffen van passende maatregelen.

China lijkt zich daarentegen wel druk te maken over een milieubewuste herstructurering van de economie, ook al omdat het land daar zelf alle belang bij heeft. Toen Deng Xiaoping in de tweede helft van de jaren zeventig de volksrepubliek meer toegankelijk maakte voor onder andere buitenlandse investeerders deed de voorspelling de ronde ‘wanneer China industrialiseert kookt de aarde en regent het azijn’. Om de schadelijke gevolgen van ’s lands economische voortgang in te perken past Peking wet en regel aan maar mist de voorzieningen om op de naleving ervan toe te zien. Daarbij ontbreekt het aan geld. Invoering en consolidatie van de voorschriften kost om en nabij – 6 miljard. Het landsbestuur rekent erop dat ‘het buitenland’ pakweg de helft van die rekening zal voldoen. Temeer omdat hetzelfde buitenland daar alle baat bij heeft.

Tegenstrijdige belangen

Onder meer Japan biedt China leningen en giften aan voor het vernieuwen van bijvoorbeeld de elektriciteitcentrales in de noord-Chinese regio Shenyang. De kolengestookte centrales die hier staan zijn in de jaren dertig gebouwd door de toenmalige Japanse bezetters. De CO2 die de schoorstenen verlaat zorgt ervoor dat in Tokyo zure regen valt. De Wereldbank stelt Peking alleen dan leningen beschikbaar wanneer het landsbestuur een milieugarantie afgeeft. Daarmee raakt de regering verstrikt in tegenstrijdige belangen. Het zijn namelijk vooral de staatsbedrijven die het grootste milieubederf veroorzaken maar tegelijkertijd de betrekking van enkele miljoenen Chinezen veilig stellen. Enkele ter zake kundigen zien in China de verpersoonlijking van het werkelijke probleem: er wonen teveel mensen op aarde en die willen meer dan de aarde kan bolwerken.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels