nieuws

Exportkansen Nederlandse milieutechniek nemen toe

bouwbreed

‘Het buitenland’ maakt steeds meer werk van het milieu. Het bewijs daarvoor wordt onder meer geleverd door de toenemende vraag naar moderne milieutechnologie. Nederland kan de bijbehorende produkten en kennis in ruime mate leveren, omdat het mede door de vroegtijdige milieuwetgeving een voorsprong kon opbouwen. Elders op de wereld verkeert het milieubeleid echter dikwijls in de beginfase, waardoor het nog jaren zal duren voordat het Nederlandse bedrijfsleven orders kan noteren. In de tussentijd moeten bijvoorbeeld ontwikkelingslanden de benodigde financien zien te vinden.

In de ontwikkelingslanden moet in eerste instantie kenniscapaciteit worden opgebouwd. Deze landen ke zich daarmee volgens drs. K. Mooning van VROM een zelfstandige positie verwerven.

Op een bijeenkomst van het Exportplatform VROM in Den Haag legde hij uit dat Nederlandse organisaties die kennis moeten leveren op basis van gelijkwaardigheid, zodat de ontwikkelingslanden niet in een afhankelijke positie komen. De overdracht van technologie wacht vooral de landen die de bijbehorende rekening ke betalen. Ontwikkelingslanden ontbreekt het veelal aan middelen. Er bestaan evenwel regelingen voor de overdracht van technologie aan armere landen. Nederlandse bedrijven boekten tot op heden aanzienlijke resultaten wat betreft de behandeling van afvalwater, methoden voor analyse en controle en de sanering van bodems. Deze kennis kan met het nodige succes worden geexporteerd.

Overheid

De milieumarkt ontstaat volgens ir. H. Rieff van het Exportplatform pas wanneer de overheid bepaalde regels oplegt. Behoefte roept evenwel niet direct een grote vraag op. Er moet een milieubeleid zijn waarin de overheid normen vaststelt en maatregelen aankondigt. Internationale en plaatselijke instellingen en bedrijven moeten financieringen willen plegen. Voorts moet er een inspectie zijn die de naleving van milieuregels controleert. Bedrijven die over de grens aan de slag willen doen er goed aan gebruik te maken van lokale expertise. De grootste mogelijkheden doen zich voor in de mediterrane landen, in zuidoost-Azie, het oosten van Europa en Latijns Amerika. Niet overal doen zich echter even grote en snelle kansen voor.

In vier jaar tijd is het aandeel westerse technologie in het buitenland sterk toegenomen. Dat is volgens ir. J. Bos van de ONRI vooral het geval in Afrika en Azie. Die ontwikkeling zal naar verwacht nog verder toenemen. Daarmee ontstaan niet onaanzienlijke kansen voor Nederlandse bedrijven. Het is onmogelijk deze export volledig in Nederland op te zetten. Temeer omdat een dergelijke werkwijze niet erg efficient zal blijken. De kans van slagen voor de uitvoer neemt toe wanneer een bedrijf samenwerkt met een plaatselijke partij.

Mogelijkheden dienen zich vooral in de sector water aan. Overal is water een eerste levensbehoefte en dat stelt eisen aan de kwaliteit ervan. Het buitenland voert niet zelden poen uit die beduidend groter zijn dan wat in Nederland wordt gerealiseerd. Dat vergt van de uitvoerders een brede ervaring.

Produktieproces

Milieumaatregelen blijken vaak de schadelijke gevolgen van bijvoorbeeld een produktieproces te moeten compenseren. Nogal wat bedrijven gaan er steeds van uit dat aan het produktieproces weinig te veranderen valt. De economische levenscyclus van produkten neemt volgens M. Bennen van FME/VLM evenwel af. Dat maakt de weg vrij voor maatregelen die een milieubewuste produktie mogelijk maken. Uit en te na op de thuismarkt uitgeprobeerde technieken ke vervolgens de gang over de grens maken.

De Nederlandse bedrijven kennen hier nog steeds een voorsprong die ontstond uit de vroegtijdig genomen milieumaatregelen van de overheid. Daarbij streven de ondernemingen naar een vergroting van het exportdeel van hun omzet. Wereldwijd stijgt de vraag naar milieutechnologie. In de meeste gevallen zal het goedkoper zijn in het land van de afnemer de desbetreffende voorzieningen te maken. Export zal om die reden vaker neerkomen op het verstrekken van kennis, dan op het verkopen van kant en klare produkten.

De milieumarkt is een afgedwongen markt en dat feit geeft volgens Bennen bepaalde signalen af. Te denken valt aan wet en regel, aan financiele tegemoetkomingen, het instellen van controlerende instanties en aan de verhouding tussen de industrie en de overheid. Ambassades ke dat alles inventariseren en doorgeven aan bijvoorbeeld bedrijfstakorganisaties en belangenverenigingen in Nederland. De Nederlandse vertegenwoordigers ter plaatse werken op die manier mee aan het vergroten van de Nederlandse export.

Het milieu in de ontwikkelingslanden biedt welbeschouwd grote mogelijkheden, die echter worden doorkruist door de financiele problemen waar deze landen mee kampen. Het gebrek aan middelen zorgt er weer voor dat er nog nauwelijks handelscontacten bestaan met ontwikkelingslanden. Subsidieregelingen lossen slechts een deel van deze moeilijkheden op. Daarbij laat een besluit over de beschikbaarheid ervan soms ongekend lang op zich wachten.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels