nieuws

Een blik achter de schermen van ‘de groene huizen’

bouwbreed

Japan heeft zich vanaf 1641 twee honderd jaar lang behoorlijk afgesloten voor de buitenwereld. Duizenden prenten in Nederlands bezit herinneren nog aan dat wat zich destijds heeft afgespeeld in onder andere theaters en bordelen. Het Rijksmuseum Amsterdam en het Rijksmuseum voor Volkenkunde in Leiden selecteerden uit hun omvangrijke collectie Japanse houtsneden 160 kleurrijke werken die de ‘vlietende of voorbijgaande wereld’ in het stadse Japan van weleer terughaalt.

‘Moderne zomerlandschappen’, ‘Acht gezichten van modern tijdverdrijf’ of ‘Tweeendertig typen moderne vrouwen’ zijn slechts enkele titels die verwijzen naar het feit dat het land van de rijzende zon met de tijd meeging.

Commercieel geproduceerde prenten vonden met name in de grote Japanse steden vanaf 1700 gretig aftrek. In die traditionele Japanse prentkunst hebben vrouwen altijd een prominente plaats ingenomen. Stadse vrouwen, maar ook de oneerbare vrouwen in Yoshiwara, de hoerenwijk van Tokyo, vormden voor veel kunstenaars een bron van inspiratie.

Utamaro gunt ons een blik in een van de bordelen, ook wel bekend als ‘de groene huizen’, een verwijzing naar het gebruik van bamboe om ongewenste pottekijkers aan de straatkant te weren. De ruimtes werden gescheiden door dunne, transparante vouwschermen die weinig privacy boden zoals uit ‘de brief’ kan worden opgemaakt. De ene courtisane had de voeten nog niet gelicht of achter haar rug om werd al weer zaken gedaan met de buurman aan de andere kant van het gordijn. Dat Yoshiwara veel bekijks had blijkt ook uit de veelzeggende bijnaam die ze verwierf: ‘stad zonder nacht’.

Een oude manier om aan klanten te komen was kabuki, een theatervorm waarin als acteurs verklede vrouwen na de opvoering hun diensten aanboden. Rond 1630 werd aan deze werkwijze een halt toegeroepen waarna mannelijke prostituees het ritueel voortzetten. Uiteindelijk verschenen professionele acteurs ten tonele wat zou leiden tot de bouw van theaters in Osaka, Kyoto en Edo, het huidige Tokyo. Vrouwen en acteurs van het kabukitheater spelen de hoofdrol in de tentoonstelling te Leiden. De collectie van het Rijksmuseum voor Volkenkunde omvat circa 7000 18de eeuwse exemplaren en werd evenals de Amsterdamse collectie (1500 prenten) uit prive-verzamelingen opgebouwd.

De vraag naar prenten met beeltenissen van acteurs bereikte eind 18de eeuw een hoogtepunt. De busteportretten van Sharaku genomen op het moment supreme – wanneer de acteurs die ene dramatische uitdrukking op hun gezicht hadden die ze soms wel enkele minuten moesten vasthouden – hebben veel weg van komische stripfiguren. Toch kon de overheid niet altijd de humor van deze prenten inzien en voerde in 1842 censuur toe op de houtsneden van acteurs en courtisanes die in het vervolg van censuurstempels moesten zijn voorzien.

Wanneer er sprake was van strenger toezicht bleken kunstenaars en toneelschrijvers een behoorlijk creativiteit aan de dag te leggen. In het Rijksmuseum te Amsterdam, waar de nadruk op prenten uit de vorige eeuw ligt, toont Kuniyoshi ons 19de eeuwse graffiti. De ‘krabbels op een pakhuismuur’ met karikaturale verbeeldingen van bekende acteurs was een reactie op het verbod van de overheid tegen het publiceren van acteursprenten. De wisselende censuur betrof naast politiek gevoelige kwesties, ook minder zware zaken als het gebruik van duurdere kleurstoffen. Pas in de tweede helft van de vorige eeuw zou de censuur officieel worden afgeschaft en zien we meer eigentijdse gebeurtenissen.

Een moment uit het dagelijks leven dat de gemoederen ongetwijfeld verhitte betrof een stadsbrand. ‘De maan in rook’, een onderdeel van Yoshitoshi’s magnum opus ‘Honderd gezichten op de maan’, verwijst naar een van de rampzaligste gebeurtenissen die een stad als Edo kon overkomen. In de meeste gevallen werd een groot deel van de van hout en papier opgetrokken huizen platgelegd. De brandweer kon in zo’n geval alleen nog maar preventief te werk gaan; brandgangen maken door huizen omver te trekken. Niet alleen vuur maar ook water kon een plaag voor de stadsbevolking zijn. Hiroshige verwierf met een prent van een plotselinge regenval op de grote brug bij Atake wereldfaam. Hokusai bracht zijn fascinatie voor bruggen al dan niet met regen tot uitdrukking in de serie ‘Opmerkelijke gezichten van de bruggen in alle provincies’. Hij zou met zijn werk menig westerse kunstenaar, waaronder Vincent van Gogh, weten te inspireren. De Japanse kunstenaars werden op hun beurt geboeid door het westerse perspectief wat resulteerde tot perspectiefprenten. Bekeken in kasten met een geslepen lens en gespiegeld gezien werd dan een grotere dieptewerking verkregen. Net als de Japanse prenten nu vormden deze prenten in de ‘toverlantaarns uit Nederland’ destijds een speciale attractie.

Ukiyoe, de mooiste Japanse prenten in het Rijksmuseum Amsterdam; Ukiyoe, Japanse idolen en idealen Japanse idolen en idealen in het Rijksmuseum voor Volkenkunde, t/m 28 mei. Catalogus f. 49,50.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels