nieuws

Bewindsman blijft bedrijfstak als schaduw volgen Tommel houdt bouw aan goede arbo-regelgeving

bouwbreed

Staatssecretaris Tommel overweegt geen nadere maatregelen ter verbetering van de arbeidsomstandigheden in de bouw. Hij vertrouwt voorlopig op de werking van het Bouwprocesbesluit. Wel zal Tommel, als coordinerend bouwbewindsman, nadrukkelijk toezien op de naleving van de arbo-regelgeving in de bouw. “De les die we hebben geleerd uit de gang van zaken rond het arbo-convenant bouw, is dat we als overheid goed moeten opletten.”

Tommel verklaarde dit desgevraagd na ontvangst van het eerste exemplaar van een onderzoeksrapport over de effectiviteit van het convenant dat sociale partners en rijksoverheid vijf jaar geleden met elkaar sloten ter verbetering van de arbeidsomstandigheden in de bouw.

Zoals eerder gemeld blijkt uit dit onderzoek dat de effectiviteit van het convenant zeer gering was. Tevens constateerden de onderzoekers een afkalvende belangstelling voor arbo-zorg in de bouw. Bovendien is van een betere naleving door sociale partners van de cao-afspraken over arbo-zorg, zoals in het convenant was overeengekomen, “geen bal terecht gekomen”, en is het discutabel of er “een daadwerkelijke verbetering van de arbeidsomstandigheden op de bouwvloer” tot stand is gebracht. Dat verduidelijkte onderzoeker drs L. Vulperhorst nog eens op de bijeenkomst .

‘Er bovenop zitten’

Tommel meende desondanks dat het arbo-convenant geslaagd is. Wel liet de bewindsman er geen misverstand over bestaan dat er nog erg veel moet gebeuren voordat de arbeidsongeschiktheid en het ziekteverzuim in de bouw tot een aanvaardbaar niveau zijn teruggedrongen. Als belangrijkste instrument daartoe beschouwt hij het Bouwprocesbesluit.

“We ke daar op vertrouwen. Vraag is echter wel of we er als overheid niet nadrukkelijker bovenop moeten blijven zitten. Dat is eigenlijk de les van dit convenant. Het werd vijf jaar geleden met veel tam-tam aangekondigd, maar vervolgens is het door de leiding van de convenantspartijen uit handen gegeven. We hadden het niet vijf jaar lang mogen laten wegsudderen. Daarom zal de naleving van het Bouwprocesbesluit zeer nauwkeurig in de gaten worden gehouden. Dat zie ik primair als een taak van mijzelf, als coordinerend bouwminister, maar wel in samenwerking met Sociale Zaken.”

Volgens Tommel heeft het ook zin te blijven hameren op betere arbeidsomstandigheden, omdat er in de bouw nog veel winst is te behalen. “Als je naar de afgelopen vijf jaar kijkt, kun je concluderen dat financiele prikkels in minder tijd meer hebben opgeleverd dan het convenant. En volgens mij is er nog behoorlijk veel ruimte over om de arbeidsongeschiktheid en het ziekteverzuim in de bouw terug te dringen.”

Onenigheid

Inmiddels is in werkgeverskringen onenigheid ontstaan over de reactie van het AVBB op het evaluatierapport. Daar waar het gemeenschappelijk persbericht van overheid en sociale partners de conclusies van het rapport onderschrijft en zelfs rept van een zeer bescheiden effect van het convenant op de verbetering van de arbeidsomstandigheden op de bouwplaats, stellen de werkgevers in de gww-sector, verenigd in de AVBB-beleidsgroep GWWO dat het rapport geen juist beeld oproept van de werkelijkheid.

Volgens het GWWO heeft het AVBB te zwak gereageerd. “Er is de afgelopen jaren juist erg veel bereikt op arbo-gebied. Je kunt discussieren over de vraag of het convenant wel het juiste instrument was, maar hoe kun je nu in godsnaam tot de conclusie komen dat er op het gebied van de arbeidsomstandigheden in de bouw weinig is bereikt?”, zo vraagt GWWO-secretaris drs. P.P.A.I. van der Kaaij zich af.

“De uitstraling van het evaluatie-rapport en de berichten daarover in de media zijn dusdanig negatief dat hiermee de bedrijven die zich enorm inspannen op het gebied van arbo- en milieuzorg tekort wordt gedaan.”

Van der Kaaij is ook “zeer teleurgesteld” over de reacties van de bouwbonden en de Tweede Kamer, vrijdag in Cobouw. “De bonden weten drommels goed wat er allemaal gebeurt in de bedrijfstak. En waar het de politiek betreft, lijkt het erop dat de dames en heren parlementariers niet gehinderd worden door enige kennis van zaken. Ik zou bijvoorbeeld PvdA-er Vreeman bij deze willen uitnodigen voor een gesprek met onze bedrijven. De standpunten die hij namelijk verkondigt, zijn gebaseerd op de situatie van een jaar of tien geleden.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels