nieuws

Voorlopig in Scandinavische bossen meer dan genoeg hout beschikbaar

bouwbreed

Ondanks de door het instorten van de export van de Sowjet Unie eerst, het opvolgende GOS later, hoeft West-Europa vooralsnog niet te vrezen voor een tekort aan bouwhout. Alleen al in Finland, met een tot rond 6 miljoen kubieke meter toegenomen export aan hout- en produkten in 1993, groeit jaarlijks meer hout aan dan wordt gekapt. Ook in Zweden en in mindere mate in Noorwegen is dit het geval.

Voor Finland is de export van hout plus die van houtprodukten – van (berken) triplex, parket en meubels tot siervoorwerpen toe – van levensbelang. Het aandeel van de bosbouw in de netto-export beloopt ruim de helft. Het is dan ook puur eigen en overlevingsbelang dat de Finnen hun bossen vertroetelen. Dit neemt natuurlijk niet weg dat ook de afnemers hierbij zijn gebaat.

Een bijzonderheid van de Finse bossen vormt hun versnipperde bezit. Volgens opgave van de Federatie van Finse Bosbouw telt het land bijna een half miljoen particuliere boseigenaren. Zij bezitten samen ongeveer tweederde van de rond 20 miljoen hectaren bos in het totaal 30 miljoen hectaren metende land, inclusief de duizenden meren. De resterende eenderde staatsbossen zijn vooral te vinden in het noorden van het land. Deze zijn, in tegenstelling tot het overgrote deel van de particuliere bossen, veelal natuur-beschermd.

Produktie

De particuliere eigenaren zijn ook goed voor meer dan tweederde van de industriele houtproduktie. Hun belang is ermee doorslaggevend voor de nationale economie. Een op de tien Finnen, van baby tot grijsaard, is voor zijn inkomsten direct of indirect afhankelijk van de bosbouw en de houtindustrie. Deze afhankelijkheid wat het bosbeheer betreft, werd al vroeg ingezien. Reeds in de tsaristisch-Russische tijd, toen het als grootvorstendom een beperkte zelfstandigheid genoot, werd hiervoor een aparte wet uitgevaardigd. Deze uit 1886 daterende wet, waarin het gebruik en de verzorging van de bossen werd geregeld, had als doel het behoud ervan.

Deze doelstellingen werden aangescherpt in de wet op de particuliere bossen van 1928. Ligt hierin het accent nog op bosonderhoud en -exploitatie, de laatste jaren wordt tevens meer en meer gelet op het onderhoud van het bosmilieu en het in stand houden van de biologische verscheidenheid. Ook in Finland slaat het milieubesef toe.

Nu dient het behoud van de verscheidenheid ook een direct economisch belang. Kap en kleinschalige kaalslag is nodig voor de groei van loofbomen tussen het vele naaldhout. Loofbomen als de berk vragen voor hun groei relatief veel meer licht dan de grove den en fijnspar, de meest voorkomende soorten in de Finse bossen.

Dit verklaart ook de in verhouding veel voorkomende kleinschalige kaalslag. Een gemiddeld herbebossingsperceel in een particulier bos meet ongeveer 1,8 ha. Desondanks is voor herbebossing de aanplant van rond 300 miljoen jonge boompjes per jaar nodig. Ze hebben door de bank zestig tot 120 jaar nodig om tot volwassen bomen uit te groeien. Ook voor Finland geldt dus het gezegde boompje groot, plantertje dood.

Doorslaggevend belang

Voor de bouwhoutvoorziening zijn de Scandinavische bossen voor vele landen, de Westeuropese voorop, van doorslaggevend belang. Volgens opgave van Nordic Timber Council – het samenwerkingsverband van de zagerij-industrieen in de drie landen – voerde Zweden in 1992 goed 8,3 miljoen kubieke meter gezaagd hout uit. De export van Finland beliep dat jaar 4,6 miljoen kubieke meter, van Noorwegen 842.000 kubieke meter.

Om aan de stijgende vraag door het grotendeels wegvallen van de export uit Russische en Siberische bossen te ke voldoen, werd deze export in 1993 fiks opgevoerd.

De uitvoer van Fins gezaagd hout steeg volgens voorlopige cijfers tot ruim 6 miljoen kubieke meter, die uit Noorwegen tot 875.000 kubieke meter en uit Zweden tot 9,5 miljoen kubieke meter. In ieder geval voorlopig ke we hier dus ongestoord blijven timmeren.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels