nieuws

Nieuw amfitheater van Kisho Kurokawa

bouwbreed

De Japanse architect Kisho Kurokawa geniet in eigen land ondermeer bekendheid door verschillende musea. Voor Amsterdam ontwierp hij enkele jaren geleden reeds een uitbreiding voor het Van Gogh Museum. In Nimes ontwierp en realiseerde hij een opvallend po aan de periferie van de binnenstad; ‘Le Colisee’, oftewel Het Colosseum. Het ontwerp werd royaal gepubliceerd in een monumentaal overzicht van zijn werk. Maar ter plaatse viel Le Colisee niet mee. Het complex herinnerde aan trends in de Europese en minder aan Japanse architectuur uit de jaren zeventig. Maquettefoto’s en perspectieven wekten hogere verwachtingen.

Het Zuid-Franse Nimes legt zich toe op architectonische kwaliteit en werk van internationaal bekende architecten. Voor het plaatselijk museum tegenover het Romeinse tempeltje Maison Carree werden in een meervoudige opdracht uitgeschreven tussen Frank Gehry, Jean Nouvel, Cesar Pelli en winnaar Norman Foster. Een bushalte ging naar Philippe Starck en Jean Nouvel ontwierp een spraakmakend complex woningen.

Bij Le Colisee ging het om gemengde functies van woon- en kantoorruimte. De VVV spreekt overigens nog gewoon van het complex Rond Point, met de verwijzing naar de situering aan een verkeersrotonde met een naar het midden opbollend gazon. Aan de druk bereden rotonde liggen twee gebogen kantoorgebouwen die onderling zijn gescheiden door een afslaande weg naar het centrum. Een van de bouwdelen wordt in een tweede fase nog aanzienlijk groter.

In de situatie aan de rotonde liggen twee met de ronding mee lopende kantoorgebouwen. De bouwhoogte loopt verdiepingsgewijs trapvormig op, van begane grond naar vijf verdiepingen. De entree’s liggen aan de achterzijde aan een voor voetgangers ingerichte smalle straat. Er tegenover zijn eveneens gebogen woonblokken gesitueerd met zes woonverdiepingen.

Het complex is een schools voorbeeld van ‘betonarchitectuur’. De gevels zijn opgetrokken in beton met per bouwlaag onder en boven de kozijnen horizontale sierstrippen van eveneens grijze natuursteen. De uitwerking is nogal plastisch gedetailleerd.

De kantoren hebben aan de rotonde glaspuien van vloer tot plafond. Plaatselijk lopen binnen het gebouw trappen vanuit de rooilijn straalsgewijs vanaf de rotonde omhoog. Ze manifesteren zich in de gevel met smalle bovenlichten die in doorsnede een trapvormige opbouw hebben. De verwijzing naar de Romeinse arena in de binnenstad is daarmee verklaarbaar omdat ze zitplaatsen met daartussen de ontsluitende trappen qua vorm hetzelfde ritme hebben als de amfitheatergewijs oplopende tribunes. Ook in de zijgevels is het verkleinde trapritme voortgezet. Met beglaasde twaalfhoekige opbouwen bij de eerste terrassen ontstond een wat onsamenhangend geheel van een drang naar kleinschaligheid, waarbij de opbouwen ongetwijfeld aanvankelijk als glazen cilinders met gebogen glas zijn gedacht.

Aan de entreezijde hebben de kantoorgevels een rationeel raster van kantoorramen in de gevels van beton.

De kantoorblokken en er achter staande woningen zijn plaatselijk met schaamschotjes verbonden, hetzij uitgevoerd in beton met natuurstenen sierstrippen dan wel in staal met vierkante grijze beplating. Ze moesten kennelijk een geheel van de achter elkaar gebouwde blokken maken, maar vormen in werkelijkheid schamele architectonische middelen die de hele dag banen schaduw op de woongevels veroorzaken. Ook de gevels van de woningen zijn rationeel van indeling, met ter voorkoming van teveel architectonische rust plaatselijk een reeks van uitgebouwde halfronde balkons als ruimtelijke toegift op de verder toegepaste kleine loggia’s.

De straat heeft een steenachtige karakter met als enig straatmeubilair de speciaal ontworpen verlichtingsarmaturen en rood geverfde ‘poortjes’ van profielstaal die de kantoorentree’s accentueren.

Wandelt men zo’n kantoorgebouw binnen, dan is de gebogen naar boven toe smaller wordende vide van de hal aanzienlijk benauwender dan de weidse perspectieven in het boek ‘Kisho Kurokawa – form metabolism tot symbiosis’ (Academy, Londen 1992) suggereerden. Twee gebogen trappen zijn eigenlijk te groot voor de ruimte, ondanks de transparante balustrades van gebogen glas. Een eenvoudig ornament tegen de halwanden is karakteristiek Japans, maar doet hier eerder aan het niveau van een standaarddecoratie voor een horecabedrijf denken dan een specifieke verlevendiging van de gebogen halwanden.

Daarmee lijkt het po in Nimes afbreuk te doen aan de architectuurontwikkelingen in het oeuvre van Kisho Kurokawa, zoals dat nogal monumentaal werd gedocumenteerd in het omvangrijke boek. Daarin maken vooral de Japanse musea indruk, terwijl ondermeer een kantoorcomplex voor La Defense in Parijs de indruk geeft dat Kurokawa graag met gebogen bouwvolumen werkt.

Ook zijn museumuitbreiding in Amsterdam getuigt daarvan, tot nu toe op papier. Het is voor de Japanse opdrachtgever curieus dat het cadeau van een complete museumvleugel door ambtelijk gekibbel tussen stads- en deelraadsbestuur nog steeds niet in aanbouw is, omdat een Deense landschapsontwerper wat moeite lijkt te hebben met de museale uitbreidingen op het te renoveren Museumplein. Het uitbreidingsplan voor het Van Gogh Museum is tot nu toe positief ontvangen; maar de uitwerking en detaillering in Nimes geeft te denken als men presentatietekeningen en prachtige maquettefoto’s vergelijkt met de realisering zoals die in Nimes tot stand kwam. Was het wellicht een co-architect die het ontwerp naar Franse maatstaven moest bewerken?

Het zijn vragen als een voetnoot bij het Amsterdamse plan, waarvan te hopen is dat het overtuigender wordt gedetailleerd om meer in de lijn te liggen van de oogverblindende architectuurfoto’s uit het eerder genoemde boek.

Rechtsboven: Overzicht van de eerste fase met terrasvormig oplopende kantoren aan de rotonde, dat een rommelige indruk maakt door overdetaillering van de gevels.

Onderdeel van het complex met de aan amfitheaters herinnerende gevelopbouw op sterk vergrootte schaal.

De smalle voornamelijk aan voetgangers voorbehouden straat tussen kantoren links en woonblok rechts.

In de betrekkelijk kleine hal zijn trappen en galerijen grof gedetailleerde elementen die de aanwezige ruimte teniet doen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels