nieuws

“Maar amper greep op handelingen met afvalstoffen” Dump vervuilde grond geen schering en inslag

bouwbreed

Volgens gedeputeerde staten van Limburg zijn er geen aanwijzingen dat het dumpen van verontreinigde grond op bouwterreinen schering en inslag zou zijn. Maar tegelijk erkennen ze ook dat het uitoefenen van toezicht op hetgeen er gebeurt met van bodemsanering afkomstige verontreinigde grond erg moeilijk is. Er is in feite nauwelijks greep op te krijgen.

Ze concluderen dit in de beantwoording van vragen vanuit provinciale staten over de gang van zaken bij de aanleg van een geluidswal in de Sittardse nieuwbouwwijk Craaveld-Ophoven. Volgens GS is het juist dat bij dit po van een bodemsanering afkomstige grond is verwerkt, die in tegenstelling tot de vooraf aangeleverde kwaliteitsgegevens niet licht maar sterk verontreinigd was.

Voor de realisering van de wal zou grond gebruikt mogen worden, die afkomstig was van het voormalige DMV-Campinaterrein. De grond is aangevoerd door Grouwels-Daelmans. Namens dit bedrijf heeft CSO Adviesbureau bij de provincie toestemming gevraagd en verkregen om twee partijen licht verontreinigde grond te mogen toepassen. Hiertoe werden analysegegevens van de kwaliteit van die twee partijen grond aangeleverd.

Olie in grond

Na afvoer van de grond begin oktober vorig jaar, kwam bij de politie van Sittard een melding binnen dat een deel van de aangevoerde grond sterk naar minerale olie rook.

Dat was aanleiding voor een nader onderzoek, waaruit kwam vast te staan dat inderdaad grond was aangevoerd die zodanig sterk verontreinigd bleek met minerale olie dat deze door Grouwels-Daelmans twee dagen later gelijk is afgevoerd naar afvalverwerkingsbedrijf Moerdijk.

Volgens GS staat vast dat “de kwaliteit van de in de geluidswal toegepaste grond, voor zover afkomstig van het DMV-Campinaterrein, niet overeen kwam met de kwaliteit van de licht verontreinigde grond waarvoor toestemming was gevraagd en verleend”.

Opheldering

Vervolgens hebben GS het bedrijf gesommeerd nader bodemonderzoek te laten verrichten naar de overige bij de wal aanwezige grond om te ke bepalen of ook die grond al dan niet verwijderd moet worden.

Verder hebben GS alle bij de sanering van het DMV-Campinaterrein betrokken partijen gevraagd aan te geven in hoeverre de vrijgekomen partijen verontreinigde grond gescheiden in depot gezet zijn. Dit in verband met het mogelijk opmengen van zeer sterk verontreinigde grond, welke partij ook naar de geluidswal is afgevoerd.

“Tot op heden is de door ons gevraagde opheldering niet verkregen”, aldus GS. Zij hebben daarom Grouwels-Daelmans gesommeerd deze partij af te voeren naar een daartoe geschikte stortplaats “tenzij hij overtuigend kan aangeven dat van opmenging geen sprake is”.

Voor suggesties, als zou in Limburg op grote schaal verontreinigde grond gestort worden op bouwterreinen, zeggen GS echter geen bewijzen te hebben gevonden. Wel beschikken ze over “aanwijzingen dat verontreinigde grond die bij sanering vrijkomt, niet altijd milieuhygienisch wordt afgevoerd, ondanks het feit dat in evaluatierapporten van de saneringen anders wordt aangegeven”.

Toepassing van het handhavingsbeleid door toezichthouders is echter volgens GS heel gecompliceerd: “handicap bij de handhaving is dat er zoveel handelingen met verontreinigde grond plaatsvinden dat het onmogelijk is als bevoegde autoriteiten op al die handelingen zicht, laat staan greep te krijgen”.

Lucratief

Daarbij speelt dat “het financieel zeer lucratief is om de milieuwetgeving niet na te leven als het gaat om de afvoer van afvalstoffen. Het bevoegd gezag komt vaak slechts bij toeval achter illegale activiteiten, zoals de dump van verontreinigde grond.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels