nieuws

Leidse Annex-affaire krijgt vervolg Aannemer spreekt RUL aan voor ruim vier ton

bouwbreed

De affaire rond bouwpo De Annex van de Rijksuniversiteit Leiden (RUL), krijgt een vervolg. Bouwbedrijf De Kempen BV uit Rijsbergen spreekt op grond van de Wet Bestuurlijke Aansprakelijkheid (WBA) zowel de universiteit als haar voormalig topman mr. C. Oomen aan voor f. 415.000. Voorts zal de RUL het complex afbouwen voor een bedrag dat drie tot vijf maal hoger ligt dan dat waarvoor De Kempen BV het kan en wil doen. Met het oog hierop heeft de RUL een – inmiddels vijfde – Vastgoed BV opgericht.

Het bouwbedrijf was, samen met de door hem ingeschakelde onderaannemers en leveranciers, het belangrijkste slachtoffer van gesjoemel door de (inmiddels failliet verklaarde) poontwikkelaar Fibomij uit Leusden en haar dochterbedrijf ABS Eurospan Benelux te Hardinxveld-Giessendam bij de realisering van het Annex-po.

Het in de bouw volslagen onbekende eenmansbedrijf Fibomij was door de RUL uitverkoren om op basis van turn-key dit complex te bouwen. Later kwam uit dat de toenmalige directeur bedrijfsvoering van de RUL goed bevriend was met de directeur van de poontwikkelaar en vier ton betaald had gekregen om Fibomij de opdracht te bezorgen. Dat is vrijwel zeker de grootste ambtelijke omkoping in de Nederlandse geschiedenis.

Retentierecht

Fibomij en ABS Eurospan slaagden erin om vele voor het bouwpo bestemde miljoenen spoorloos te doen verdwijnen. Bouwbedrijf De Kempen kreeg rekeningen niet betaald en kon op zijn beurt zijn financiele verplichtingen niet nakomen. Ten einde raad nam directeur J. Denier zijn toevlucht tot het retentierecht.

Na veel geharrewar en getouwtrek nam de RUL dat retentierecht over voor f. 1,8 miljoen. Maar dat was 90 % van de totale (door deskundigen correct geachte) vordering van De Kempen. Directeur Denier wil nu alsnog het ontbrekende bedrag, vermeerderd met de vorderingen die twee onderaannemers nog op Fibomij c.q. ABS Eurospan hebben, binnenhalen. Het betreft totaal f. 415.000.

Volgens Denier worden zowel de RUL als de door de affaire tot aftreden gedwongen voorzitter mr. C. Oomen aangesproken op grond van de WBA: “De universiteit is verantwoordelijk voor alle handelingen van haar medewerkers. Wij zijn door die handelingen gedupeerd. En Oomen was volledig op de hoogte van de gang van zaken, maar heeft verzuimd in te grijpen. Onafhankelijk onderzoek heeft dat naderhand onomwonden aangetoond.”

Een woordvoerder van de RUL wijst er op dat in de Annex-zaak het toenmalig college van bestuur altijd als een collectief heeft opgetreden en derhalve ook collectief verantwoordelijk is.

Gerechtvaardigd

Denier vindt zijn nieuwe juridische stap volkomen gerechtvaardigd: “We – en daarmee bedoel ik de hele groep bedrijven die bij de bouw betrokken was – zijn nog steeds niet volledig betaald. Zelf heb ik niet eens mijn bedrijfsreserve teruggekregen. Ik zit nog steeds met een fors verlies. Als we niet aan de Annex waren begonnen, had ons bedrijf er financieel veel beter voorgestaan. Gedurende enkele jaren hebben wij geen ander werk ke uitvoeren – ook al waren we de laagste inschrijver – omdat bankgaranties ons werden geweigerd.”

Denier vindt nog steeds dat de RUL “alleen al moreel gezien en omwille van het eigen beschadigde imago de groep benadeelden in staat had moeten stellen om de Annex te laten afbouwen. Dan hadden we ons verlies nog goed ke maken.”

Aanbesteding

Daar lijkt het niet van te komen. De RUL zal de afbouw via de gebruikelijke procedure aanbesteden. Door RUL Vastgoed V BV i.o. is inmiddels in Cobouw “de total engineering op het gebied van ontwerpen en uitvoeringsgereed maken van een plan, inclusief de directievoering voor de afbouw” aanbesteed.

Daarna volgt de aanbesteding van de uitvoerende bouw. Directeur D. Mooij van alle RUL Vastgoed bv’s verklaart dat het casco bouwtechnisch voldoet en dus gehandhaafd kan blijven.

Hij weigert in te gaan op de vraag of het door Cobouw vernomen bedrag van f. 15 miljoen correct is. Maar bevestigt dat het werk Europees wordt aanbesteed. Dit betekent dat dekosten in elk geval minimaal 5 miljoen ECU (ca. f. 12 miljoen) bedragen.

Veel goedkoper

Denier ontploft bijkans bij het vernemen van dat bedrag: “Wij ke het voor aanzienlijk minder geld afbouwen. Zonder extra verdieping voor f. 3 miljoen, met een extra verdieping erbij voor f. 5 miljoen. Wij beschikken over alle benodigde technische gegevens en hebben ook nog bouwblokken in ons bezit. Heeft de RUL soms geld te veel? Wat een verspilling”.

In dat verband vraagt hij zich af waarom de RUL enerzijds”met geld smijt” en anderzijds “als gevolg van gedrag van de universiteit benadeelde bedrijven niet volledig financieel genoegdoening heeft willen schenken”.

Mooij laat nog weten dat de Europese aanbesteding “hopelijk nog dit jaar zal ke plaatsvinden”. Als alles meezit kan de Annex dan eind 1996 klaar zijn.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels