nieuws

Bouw-Vak-Werk: ’95 wordt topjaar werkgelegenheid

bouwbreed

De werkgelegenheid in de bouw zal dit jaar flink aantrekken. Vorig jaar daalde de werkloosheid als gevolg van de oplevende conjunctuur al met 6 procent. Alleen in de schilders- en afwerksector steeg de werkloosheid.

Een en ander valt op te maken uit het kwartaalbericht van de stichting Bouw-Vak-Werk. Dit kwartaalbericht wordt opgesteld aan de hand van landelijke en regionale gegevens op basis van het Arbeidsbestand Bouwnijverheid, dat wordt beheerd door de sociale fondsen SFB en SFS. In een toelichting op de cijfers zegt directeur C. van Vliet van Bouw-Vak-Werk dat de werkgelegenheid in 1996 weer wat zal gaan dalen. Voor het zover is, zal er nog dit jaar sprake zijn van een flinke opleving.

Zes procent

In 1994 liep de totale werkloosheid in de bouw al terug met 6 procent. Dat is met name te danken aan een doorzettende terugloop in de werkloosheid bij werknemers die vallen onder de bouw-, de stukadoors- of de uta-cao.

Daarentegen steeg de werkloosheid in de natuursteen- en schilders- en afwerksector. Opmerkelijk is verder dat er in vergelijking met een jaar geleden met name minder timmerlieden en metselaars werkloos zijn. Er zijn echter meer grondwerkers, chauffeurs, ijzervlechters, wegenbouwers, straatmakers, machinisten, natuursteenbewerkers en schilders zonder werk.

Uit ongecorrigeerde cijfers per eind januari van dit jaar blijkt dat de werkloosheid voor werknemers die vallen onder de cao voor het bouwbedrijf stabiel is, voor het uta-personeel verder daalt en voor de andere drie cao’s verder stijgt.

Schrikbarend

Het werkloosheidspercentage onder de schilders bedroeg eind december van het vorig jaar 34 procent. Dit hoge cijfer noemt secretaris sociale- en externe zaken K. Kroezen van de Federatie van Ondernemers in het Schilders-, Afwerkings- en Glasbedrijf (Fosag) “schrikbarend en onacceptabel”. “Het is helaas niet het eerste jaar”, zo licht hij toe, “dat de werkloosheid tijdens de winterperiode zo enorm is gestegen. De huidige cijfers houden, wat mij betreft, in dat we tijdens de cao-onderhandelingen extra hard zullen inzetten op het invoeren van een werkspreidingsplan. De vakbonden hebben tot nog toe steeds geweigerd om tijdens de drukke zomerperiode 45 uur per week te werken, terwijl dit in de winterperiode gecompenseerd kan worden. Ze blijven vasthouden aan een 37,5-urige werkweek. Ze moeten dan wel beseffen dat cao-zaken als de vut en dergelijke op termijn niet meer te bekostigen zullen zijn.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels