nieuws

Beroep tegen verbod van mededingingsregels wordt overwogen Bouw voelt zich nog niet verslagen door ‘Brussel’

bouwbreed

De Nederlandse bouwwereld voelt zich nog allerminst verslagen nu het Europese Hof van Justitie in Luxemburg na een bodemprocedure heeft uitgesproken dat een verbod van de Europese commissie van de mededingingsregels in de bouw terecht is uitgevaardigd. Er zullen meerdere wegen worden bewandeld om te komen tot een voor alle partijen aanvaardbare regeling, aldus het AVBB en de Samenwerkende Prijsregelende Organisaties in een gezamenlijke verklaring.

Het Europese Hof van Justitie heeft op alle punten de Beschikking van de Europese Commissie van 5 februari 1992 als juist gekwalificeerd. De Nederlandse bouw heeft volgens het hof terecht een boete opgelegd gekregen van bijna f. 52 miljoen wegens ontoelaatbare mededingingspraktijken. Dat bedrag is inmiddels betaald.

Sinds de Europese beschikking wordt in Nederland gewerkt met een veel minder vergaande interim-regeling. Die ‘Voorlopige Uitvoerings Instructie’ (VUI) kwam tot stand nadat de president van het Europese Hof er in had toegestemd dat een aantal facetten uit het verboden Uniform Prijsregelende Reglement “hangende de beroepsprocedure” zouden mogen worden toegepast.

Miljoenen minder

Sindsdien kan via deze VUI een uitnodiging tot het uitbrengen van een offerte worden gemeld en wordt door het meldingsbureau een rechthebbende aangewezen teneinde het ‘leuren’ te voorkomen. Bovendien wordt op grond van deze VUI 0,5 % van de zo verkregen omzet afgedragen. Daarvan is 50 % bestemd ter delging van de kosten van uitvoering van deze regeling, 40 % gaat naar de maatschappelijke organisaties in de bouw en 10 % is bestemd voor algemene bouwdoeleinden.

Sinds de ‘oude regeling’ niet meer mag worden toegepast wordt alleen al ten behoeve van algemene bouwdoeleinden per jaar enige tientallen miljoenen guldens via aanbestedingen opgebracht, aldus AVBB-voorzitter Barth.

Meer dan interim-regels

Omdat AVBB en SPO van mening zijn dat de interimregeling, die door het hof voor de duur van de bodemprocedure is toegestaan, geen deel uitmaakte van het beroep tegen de Beschikking van Brussel, gaan ze er vanuit dat die regeling dus gewoon van kracht blijft.

Men zal die VUI nu in Brussel aanbieden om een ontheffing te verkrijgen van de artikelen 85 en 86 van het EG-verdrag, dat de vrije handel tussen lidstaten regelt.

Overigens is de Samenwerkende Prijsregelende Organisatie, waarbij 28 aannemersverenigingen zijn aangesloten die 4000 bedrijven als lid kennen, er op uit in samenspraak met ‘Brussel’ te komen “tot een nieuwe, werkbare en voor alle partijen aanvaardbare regeling, die verder gaat dan de interim-regeling nu”, aldus SPO-voorzitter L.A. van den Bos.

De aanvraag tot ontheffing van de interim-regeling dient slechts als “een eerste aanzet om tot dit gewenste overleg met de mededinigingsautoriteiten in Brussel te komen”, zo zei hij.

Naar nieuwe afspraken

AVBB en SPO doen ook een dringend beroep op de Nederlandse overheid om op zeer korte termijn in overleg met de bouw te komen tot “adequate afspraken over een nieuwe evenwichtige marktordening”, aldus de gezamenlijke verklaring. “Zonder een dergelijke ordening, wordt het een chaos”, aldus AVBB-voorzitter Barth.

Op dit moment is een mogelijk verhaal van de boete van – 52 miljoen op de rijksoverheid, met wier medeweten en goedkeuring in Nederland met de prijsreglementen is gewerkt, dan ook niet opportuun, aldus SPO-voorman Van den Bos.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels